Zwaan of feniks? (1)

Ach Europa! Ze wordt verguisd, geminacht, gekleineerd, aangevallen, en zelfs, cultureel gezien, afgeserveerd als vergane glorie. Ik heb zelden zoveel onzin over Europa gelezen en gehoord als de laatste tien jaar. 

Sinds het begin van de Balkanoorlog in 1992 waart in Europa een spook rond. Niet meer het spook van het communisme, waar Marx en Engels voor waarschuwden in 1848, maar het spook van het soort oorlog dat men na 1945 had afgesproken nooit meer te voeren. Had Europa niets geleerd? Hoe kon het oorlogsgeweld opnieuw het leven van zoveel burgers verwoesten? Hoe was het mogelijk dat de Europese waarden zo snel weer wankelden? Na vier jaar keerde de vrede terug, voor de zoveelste keer in deze geteisterde regio. Tien jaar later prijzen touroperators de schoonheid van de Kroatische kust, de levendigheid van Sarajevo en de gastvrijheid van de Kosovaren.

Dood of wedergeboorte?
Waar is Europa mee te vergelijken? Is zij een zwaan of een feniks, een sterfelijk dier of juist een fabelachtig wezen? Beide! Zal Europa eens ten ondergaan? Een zwaan moet eens sterven, dat weten kunstenaars in ons continent ook, maar zij besluiten doorgaans dat dat niet hoort. Zulke schoonheid kan niet sterven, is het idee. In zijn ballet La Mort du Cygne (1905) laat de Russische choreograaf Michel Fokine zijn zwaan wél sterven, maar dan sierlijk. De componist Camille Saint-Saëns, die tekende voor de muziek, peinsde daar echter geen moment over! In zijn muziek komt  de zwaan de dood niet onder ogen. In het ballet van Fokine dus wel. Deze aangrijpendste sterfscène in de dansgeschiedenis werd –  door Anna Pavlova, de onvergetelijke ballerina voor wie het ballet werd geschreven– avond aan avond gedanst. Dus met dat sterven viel het eigenlijk wel mee.

Dèja vu
Is Europa een feniks dan? Gevangen in een eindeloze cyclus van wedergeboorten, herrijst de feniks steeds opnieuw uit zijn as na het ruiken van appetijtelijke kruiden. En inderdaad, de lange geschiedenis van Europa is een aaneenrijging van crises en perioden van wederopbouw. Er is geen reden om te veronderstellen dat deze op- en neergang plotseling zijn laatste tijd zou hebben gehad. Dat wel doen, getuigt van een wezenlijk gebrek aan historisch besef. 

De crisis die Europa nu teistert, heeft vele aspecten: de economie hapert, de politieke eenwording stokt, de demografie ontspoort en het morele kompas wijst naar verschillende Noorden. Verrassend nieuw kan ik dat niet noemen. Het is slechts een herhaling van zetten. Want de hoeveelste economische crisis is dit voor Europa wel niet? En hoe vaak vormden nationalistische tendensen al niet een beletsel voor eenwording? Karel de Grote (achtste eeuw) en Keizer Karel (zestiende eeuw) weten er alles van. Zo nieuw en uniek is de huidige crisis niet. Europa was ondersteboven door de zogeheten barbaarse invasies van de vijfde eeuw, gedecimeerd na de zwarte pest en later de honderdjarige oorlog (veertiende, vijftiende eeuw), geteisterd door de campagnes van Napoleon in de negentiende eeuw, verwoest na de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Ik zie al politici, economen en journalisten de schouders ophalen: ach, dat zijn oude verhalen waar wij niets aan hebben! Want, zo lijken ze te denken: wij beleven unieke tijden, wij zijn de eersten die deze ingewikkelde problemen moeten oplossen. Dergelijke reacties kom je ook tegen bij adolescenten die denken dat zij alles als enigen voor het eerst ervaren. Alsof er vóór hen geen mensen geleefd hebben. Onwetendheid en arrogantie vormen een gevaarlijke mix, ook bij volwassen burgers.

Uit de geschiedenis blijkt dat Europa telkens weer uit de ellende wist op te staan. Waarom? Omdat ze beschikt over veerkrachtige culturele waarden die, indien nodig, de richting aangeven om uit een uitzichtloze situatie te geraken. Deze waarden zijn afkomstig uit verschillende bronnen: de Griekse en Romeinse, Germaanse en Keltische cultuur, de joods-christelijke traditie en het humanisme, om de belangrijkste even te noemen. Ook waarden van buiten Europa kregen hier voet aan de grond. Ze werden gewogen, besproken, gecorrigeerd en verfijnd, van generatie tot generatie, tot het een pluriform maar coherent geheel werd. Een vitaal geheel ook, dat open stond voor veranderingen en aanpassingen, passend bij een zich snel ontwikkelende  samenleving.

Bron: Adrem oktober 2012

Christiane Berkvens - Stevelinck
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *