Zonder berooide sloeber geen barmhartige samaritaan

In deze tweede aflevering in de serie “Bezinnen op struikelen, hunkeren en thuiskomen” gaat Karin Melis in op wat het betekent om barmhartig te zijn. Een omarming uit het niets?

Vader en zoon

De vader vliedt naar de zoon. Je ziet de vader haast bewegen op de ets, bijna struikelend over de eigen voeten, zo verlangend zijn zoon tegen de borst te drukken. In een bijna onbedwingbaar gebaar. Misschien is het daarom zo ontroerend. Want je ziet dat de vader simpelweg niet anders kan dan zijn afgetakelde zoon in liefde toe te snellen. Zich overgevend aan krachten die groter dan hemzelf zijn.

Ik schreef het al: juist vanwege de uitwendige schamelheid en de naaktheid van de hunkering van vader en zoon raakt de ets mij zo. Ik noem het een innerlijk beeld. Om zo vastgehouden te worden in afzien van alles wat niet gelukt is. Al dan niet door eigen toedoen.

Maar dan.

Laatst las ik, en ik zou niet meer weten waar of wie het gezegd heeft, dat het lijden van de een de zin is van de ander. Daar zijn beroepen van gemaakt: het leven van, ik noem maar eens wat, verpleegkundigen en artsen is betekenisvol omdat zij te hulp kunnen schieten. Verbanden aan kunnen leggen op bloedende wonden. En je hoort het ook zo vaak: ik wil mensen helpen, ik wil iets met mensen doen. Ik heb iemand, die in opleiding was tot persoonlijke begeleider, eens geestdriftig horen zeggen dat zij als een graafmachine in mensen wilde zijn om zo alle verborgen ellende te kunnen ontaarden. Zo’n grafische observatie is aan mij wel besteed: de vrouw veranderde onmiddellijk in een geweldig grote tentakel dat zich met alle gemak op een diamantenmijn zou kunnen storten.

Barmhartigheid

Mijn lijden als bron van betekenis van een hulpvaardige ander. Ofwel: zonder berooide sloeber geen barmhartige Samaritaan. Zonder zoon, die de vader bij leven het geld van de erfenis onteigende en dan ook nog eens berooid weer aan het ouderlijke huis aanklopt, geen vader die zich onthult in zijn eindeloze en oneindige liefde.

Je kunt het natuurlijk ook omkeren: de omarming die vanuit het niets komt, brengt mijn behoeftige armzaligheid aan het licht, ik ben mezelf nimmer genoeg. De wereldvermaarde theoloog Hans Küng zei het ooit ongeveer zo in een van zijn vuistdikke boeken: ik sta hier met lege handen, wees mij zondaar genadig. Niets, geen syllabe van zijn prestaties en prestige telt als puntje werkelijk bij paaltje komt. We kunnen ons daar natuurlijk ook achter verschuilen. Dan wordt ons maatschappelijk aanzien een schild.

Omhelzing

Toen de al even beroemde priester Henri Nouwen voor het eerst verscheen op de Ark, de woonplaats van geestelijk en lichamelijk gehandicapte mensen, werd hij, inderdaad vanuit het niets, bestormd door een van de bewoners. Je kunt er vergif op innemen dat die bewoner geen benul had van de prestige die aan Nouwen kleefde. De man bestormde hem onstuimig. Al had hij Nouwen nog nooit gezien, hij omhelsde de priester alsof hij zijn leven lang op hem gewacht had. De man, gastheer in feite, kon niet anders dan de armzalige ziel bloot te leggen door hem stormachtig welkom te heten. Om niet.

Het woord hulpvaardig lijkt me hier niet op zijn plaats. Het is nu juist de volstrekte afwezigheid van doelbewust handelen die mij treft in mijn weerloosheid.

Zie ook de cursus die eind september start: VIJF AVONDEN REIZEN onder begeleiding van Karin Melis
HET LEVEN ALS OMWEG: HOE KOM IK THUIS?

En in november 2014 is Karin Melis te gast tijdens het Zinwebcafé te Amsterdam. Meer informatie: in de agenda.

Afbeelding: profzucker via Compfight cc

En lees ook deel 1 van deze serie.

Karin Melis
Karin Melis (karinmelis.nl) is filosoof, docent, publicist en gesprekspartner. Ze is in de eerste plaats een toehoorder: pogend te delen wat ze ontvangen heeft en te horen wat anderen haar te zeggen hebben. Altijd verkennend, immer onderzoekend.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *