Zinpodium: aandacht voor de publieke ruimte, deel I

“Blijf zien dat elk mens uniek is, dat mensen dagelijks opnieuw kunnen beginnen en dat zij samen met anderen verantwoordelijkheid dienen te nemen voor een gezonde en vitale publieke ruimte.” Het gedachtegoed van filosoof Hannah Arendt staat centraal tijdens de naar haar vernoemde vertelling door schrijver-filosoof Erik Pool op 16 april a.s. Hier leest u alvast een voorproefje. De vertelling kunt u bijwonen tijdens het Festival van het goede leven.

Een belangrijk thema in het werk van de Duits-Amerikaanse denker, publicist en politiek activist Hannah Arendt (1906 – 1975) is de publieke ruimte, die ook gezien kan worden als een politieke ruimte. In deze ruimte spreken mensen met elkaar, leven zij samen, handelen overeenkomstig de principes die voor hen van belang zijn. Met andere woorden, mensen geven vorm aan hun – zoals Arendt dat noemt – vita activa, ofwel hun actieve bestaan in deze gemeenschappelijke (politieke) ruimte.

Tijdens de Hannah Arendt Vertelling gaat Erik Pool in op de noodzaak om zorg en aandacht te hebben voor deze ruimte. In deze tijd is volgens Pool te weinig onderhoud aan de publieke ruimte. “Er is veel ongevoeligheid voor elkaars gevoeligheid. We lijken het niet meer gewend te zijn om goed te luisteren naar elkaars gevoeligheden.”

Wat speelt in deze tijd waarom dit onderwerp – de publieke ruimte – zo belangrijk is?
De verantwoordelijkheid voor de publieke ruimte is weggeorganiseerd naar de overheid en naar instanties. Hierdoor hebben we afgeleerd om onze verantwoordelijkheid te nemen voor onze publieke ruimte. Met andere woorden, de ontmoeting tussen mensen is weggeregeld. Dat is meteen een verklaring voor de heftige situaties die we tegenkomen, zoals bij stemgedrag of reacties op de komst van vluchtelingen.

Als er problemen zijn in de publieke ruimte kun je onderling, mensen onder elkaar, regelen dat die worden opgelost. De kwaliteit van je persoonlijke leven kun je niet overlaten aan alleen de politiek of gemeente, al schijnt die verwachting er wel te zijn. Dat komt omdat we te lang tegen elkaar hebben gezegd dat dergelijke zaken moeten worden opgelost door gemeenten, provincies, het rijk of zelfs Europa.

Wie meer dan alleen zijn of haar eigen belang weet te realiseren kan een waardevolle bijdrage leveren aan de publieke ruimte

Aandacht voor de publieke ruimte begint bij besef dat er iets is tussen mensen wat een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en dat dit van belang is. Wie meer dan alleen zijn of haar eigen belang weet te realiseren en oog heeft voor het gemeenschappelijk belang kan daar een waardevolle bijdrage aan leveren.

Elk mens is zo bijzonder dat je altijd goed moet luisteren. Hoe hij of zij eruit ziet, wat iemand zegt,of niet zegt maar wel bedoelt. In nuances en lichte signalen zit heel veel informatie, die kom je alleen te weten wanneer je daar aandacht voor hebt. Eigenlijk net zoals in vriendschappen waarin je elkaar kunt aanvoelen. Dan weet je wat er speelt zonder dat het is uitgesproken.

Het gaat om onze maatschappelijke taak.
We hebben lang niet altijd zelf in de hand wie we ontmoeten. Dat geldt in organisaties, maar ook op straat, op de sportvereniging of in het verkeer of openbaar vervoer, via het gezin. Er gebeuren ontmoetingen waar je niet om hebt gevraagd. En juist hier wordt de kwaliteit van het gezamenlijke leven bepaald.

Punt is dat je het belang ervan moet proberen te zien en dat inzicht vervolgens kunnen delen met de mensen met wie je die publieke ruimte deelt. Zo kom je ook op andere manieren met elkaar in gesprek.

Een markant voorbeeld is dat in Nederland de mensen die het financieel moeilijk hebben nog altijd een dak boven hun hoofd hebben en het nog altijd vele malen beter hebben dan de mensen die de oorlog zijn ontvlucht. Die kant van het vraagstuk opzoeken, vraagt om gevoeligheid en om begrip dat jij zelf in een woning woont. Kunnen we ruimhartiger zijn als we zijn geconfronteerd met het voorbeeld van een gezin op de Balkan, waar een vrouw nadat het huis van de buren was gebombardeerd, tegen haar man zei dat het nu wel tijd is om weg te gaan?

Wanneer kunnen we zeggen dat de kwaliteit van de publieke ruimte goed is?
Dat is wanneer er aandacht is. Als je merkt dat jij aandacht hebt voor degene met wie je bent en dat er vanuit die ander aandacht is voor wat jij nodig hebt of doet of vertelt. Die aandacht voegt kwaliteit toe het samenzijn, aan de publieke ruimte.

Neem bijvoorbeeld een overvolle treincoupé. Niet het feit of je wel of geen zitplaats hebt, bepaalt de kwaliteit van deze publieke ruimte, maar het gezamenlijk begrip dat het druk is. Je spreekt om die reden iets minder luid in je telefoon of je vraagt of het geen bezwaar is als je het raam iets opent.

Met dit voorbeeld lijkt het te gaan over fatsoenlijk gedrag, maar dat is het niet. Dan zou het te moraliserend zijn. Het gaat erom dat je gevoelig bent, dat wanneer er aandacht is, je dit ervaart als iets dat past bij het goede leven.

Aandacht kun je niet afdwingen, maar kun je erom vragen?
Uitspreken wat belangrijk is voor jou, is de sleutel voor wat Hannah Arendt ‘handelen’ noemt. Jezelf uitdrukken is onderdeel van jouw zorg voor de publieke ruimte, net zoals ook luisteren naar de ander dat is. De balans vinden tussen spreken en luisteren draagt weer bij aan de kwestie van kwaliteit.

In het spreken en het er zijn, verschijn jij voor het oog van de ander. In dat moment ontstaat jouw identiteit en ontstaat ook verantwoordelijkheid en moreel appèl. Ook de identiteit van de ander vormt zich.

Het is zoeken naar een goede toon die niet belemmert.

Om dit te kunnen moeten spreken en luisteren in je gedragsvermogen zitten. Dat kun je leren. Als je niet weet of je een goede luisteraar bent, vraag mensen met wie je samen bent waar zij last van hebben als ze met jou werken of leven. Je krijgt signalen terug: ‘je zegt nooit wat’ of ‘je wil je mening doordrijven’ of ‘je geeft altijd direct je oordeel’. Die signalen leveren je een beter zelfbeeld op.

Wanneer je je uitspreekt mag dat geen oordelend of verwijtend karakter hebben. De kans dat de ander zich dan ook uitdrukt – en niet hoeft te verdedigen – is groter. Het is zoeken naar een goede toon die niet belemmert.

Erik Pool is behalve schrijver-filosoof ook directeur Participatie bij het ministerie Infrastructuur en Milieu en mede-eigenaar en oprichter van La Scuola. De Hannah Arendt Vertelling is een uitgelezen plek om ervaringen die voortkomen uit zijn werk door een filosofische bril te bekijken. De oproep van Hannah Arendt om elkaar te ontmoeten is volgens Pool vooral voor organisaties een signaal om bij stil te staan. Meer hierover in het tweede deel van dit voorproefje op de Vertelling tijdens het Festival van het goede leven op 15 en 16 april a.s.

La Scuola
La Scuola is een vrijplaats waar mensen de moed hebben om te werken aan ‘bildung’, persoonlijke ontwikkeling. Waar ze in workshops, bezinningsvakanties en/of persoonlijke gesprekken antwoorden zoeken op vragen als ‘wie ben ik, wat is het goede leven en hoe wil ik samenleven’. Waar ze genieten van bezinning en ontmoeting.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *