Zin in de k(r)oning – Izebel

Nog even en dan zal Prins Willem-Alexander het stokje overnemen van Koninging Beatrix. Zinweb vroeg drie dominees of zij de aanstaande koning willen vergelijken met een bijbelse of symbolische koning. Vandaag Wieteke van der Molen met koningin Izebel.

Bij koningen horen koninginnen. En koningen horen bij hun land, of de betreffende koning nu uit een oude eerbiedwaardige of jonge frisse dynastie stamt. De koningin komt dan ook vaak van ver. Voor de tijd dat ook spontane goedlachse burgermeisjes koningin konden worden dienden die koninklijke huwelijken meer dan één doel. Het veiligstellen van de dynastie door het produceren van talloze (kroon-) prinsjes en uit te huwelijken prinsesjes was één, maar door die koninklijke huwelijken werden ook de diplomatieke banden tussen verschillende koningshuizen aangehaald en verstevigd. Dit kwam dan de handelsbelangen weer ten goede, versterkte het machtsblok, verkleinde de kans op oorlog etc. etc. Liefde is één ding, politiek en landsbelang een ander.

Bij koningen horen koninginnen. En koninginnen komen van ver, en nemen hun eigen buitenlandse zeden en gewoonten mee…tot hun eigen goden toe. Koninginnen zijn misschien beeldschoon, sympathiek, spontaan, begaan met het volk en och, allerlei koninklijks. Maar waar ligt hun loyaliteit? Zullen ze niet proberen hun koning te beïnvloeden ten voordele van vader, broers, ooms? Waar slepen ze het land in mee, in hun onwetendheid of overmoed?

Eén van de beroemdste voorbeelden van dat wantrouwen is de bijbelse koningin  Izebel. In 1 Koningen 16:31 wordt verontwaardigd gewag gemaakt van het volgende feit: Achab, de zoon van Omri, de koning van Israël nam Izebel, de dochter van koning Etbaäl van Sidon tot vrouw en ging ook nog eens Baäl vereren. Schande!

Meteen wordt duidelijk hoe hier de verhoudingen liggen. De verbintenis van Achab met Izebel leidt direct of indirect tot ontrouw aan de HEER, de god van Israël…en tot aanbidding van Baäl. Die ontrouw van Achab wordt eigenlijk zijn vrouw Izebel in de schoenen geschoven. Achab wordt gaandeweg het verhaal steeds meer afgeschilderd als een slappeling, Izebel wordt een afgodenaanbiddende feeks die het land tot de rand van de afgrond brengt.

Het is Izebel die opdracht geeft de profeten van de HEER te vermoorden en die de tempel bevolkt met priesters van haar eigen god, Baäl. Het is Izebel die Elia (de enig overgebleven profeet van de HEER) met de dood bedreigt zodat hij het land uitvlucht. Het is Izebel die voor Achab de wijngaard van Nabot in handen krijgt door die laatste valselijk te laten beschuldigen en stenigen. Eigenbelang en winstbejag, dat is wat Izebel volgens de Bijbelschrijvers drijft. Uit alles blijkt dat ze heel anders in het leven staat, een heel andere opvatting heeft over het koningschap.

In Izebels visie is een koning oppermachtig, en kan hij naar willekeur handelen met zijn onderdanen. Leven en dood, bezit, alles is uiteindelijk in handen van de koning. Een koning staat boven de wet, en de god is op handen van de koning. De machtigen van deze wereld beschermen elkaar. Goden en koningen, twee handen op één buik. Maar in Israël werken de dingen anders. Daar is de wet van God, en die wet geldt ook voor de koning. Sterker nog, de wet is er juist om de zwakkeren en machtelozen te beschermen  tégen de koning…en de koning tegen zichzelf. Een les die Achab maar lastig leert, en die Izebel duur komt te staan.

Nergens is ook maar een sprankje sympathie voor die arme Izebel. De ontrouw van de Israëlieten, het gebrek aan karakter van Achab, dreigende oorlogen, falende politiek, moordpartijen, alles ligt aan haar. Iedereen pleit zichzelf vrij, want er is een zondebok die van buiten komt, die anders is. Dat al die anderen (Achab, het volk) beter hadden kunnen en moeten weten, daar hoor je niemand over. Izebel is de boosdoenster. Zij is de aanstichtster van alle kwaad. Ai, het is een bitter lot, koningsdochter te zijn en daarna uitgehuwelijkt te worden. Het is een bitter lot, dat van koningin. Alles en iedereen laat je noodgedwongen achter en als je probeert ook maar iets van vroeger, van jezelf, vast te houden word je er keihard op afgerekend door de publieke opinie. Terwijl ze eigenlijk niks anders deed dan ze thuis gewend was. Ze zal er niets van begrepen hebben.

Maar ze blijft voor en in alles Koningin. Als haar man allang gestorven is wordt haar zoon Joram vermoord. Zij maakt zich op, kleedt zich en wacht de nieuwe gezalfde van de HEER, Jehu, op bij zijn intocht in de stad met de woorden: ‘Gaat het goed met je, koningsmoordenaar?’ Geen duimbreed geeft ze toe, deze trotse koningin. In haar ogen is Jehu fout, zij, haar man en zoon hebben zich slechts gedragen zoals ze van huis uit gewend was. Koninklijk. Maar ja, koninginnen horen nu eenmaal bij hun koning, en die koning hoort bij het land. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Ze heeft het nooit begrepen.

Tenslotte wordt Izebel door twee eunuchen uit het raam gegooid zodat haar bloed tegen de stadsmuur en de paarden van Jehu en zijn mannen opspat. En als Jehu later de opdracht geeft haar te begraven (ze was tenslotte wel van koninklijke bloede) blijkt er niets meer van haar over dan haar schedel, haar handen en haar voeten. Honden hebben haar lijk opgevreten. En zo komt een koningin jammerlijk aan haar einde. 

Foto: Wikimedia Commons/Enoch Lau

Wieteke van der Molen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *