’Wijnrood, purperrood, gladiolenrood…’

Wie, bij voorkeur tijdens de befaamde witte nachten in juni, langs de kanalen en over de pleinen van Sint-Petersburg dwaalt, verliest zich licht in de grandeur van vorstenverblijven of de flonkerende winkelpassages en uitgaansgelegenheden aan de Nevski Prospekt. Arbeiderspaleizen tref je daar niet aan. Daarvoor moet je onderaards, naar het diep daaronder gelegen schimmenrijk van de metro. In de periode tussen oude tsaristische pracht en hedendaagse kapitalistische praal zette de fine fleur van architecten en ontwerpers zich aan de constructie van deze door Stalin verordende ‘paleizen voor het volk’ en ‘proletarische tempels’.

En tempels zijn het: met marmeren gangen, verluchtigd met beelden en mozaïeken, onder basiliekkoepels die rusten op rijk bewerkte glazen zuilen. In het gedempte licht van kroonluchters ziet de buste van Lenin daar uit op frontons en muurschilderingen waarop vastberaden arbeiders schouder aan schouder opdrommen achter wapperende rode vlaggen.  Die vlaggen – met kerstmis 1991 officieel het laatst gestreken bij het einde van de Sovjet-Unie – zijn in de stad van Peter de Grote nagenoeg verdwenen uit het straatbeeld en letterlijk ondergronds gegaan.

Al ruim voor de stichting van de communistische heilstaat waren rode vlaggen in omloop. Bijvoorbeeld onder de Franse revolutionairen van 1848. Daarvoor nemen we de roltrap, terug naar de begane grond van Sint Petersburg en reizen af naar Parijs. Daar hangt in het gemeentehuis van het vijfde arrondissement te Parijs een schilderij van Emile Horace Vernet[1], waarop de schermutselingen tijdens de juni revolutie te Parijs in beeld zijn gebracht, met daarop als centraal symbool een rode vlag.(zie afbeelding)

Een ander voorbeeld, dit maal uit de opstand in februari van hetzelfde jaar, is eveneens in de Franse hoofdstad te vinden en te zien op het schilderij van Félix Philippoteaux, waarop de dichter Aphonse de Lamartine spreekt, tijdens een toespraak voor het stadhuis van Parijs. Volgens de overlevering probeerde hij op dat moment de hevig verhitte gemoederen te kalmeren, verdedigde hij de tricolore als vlag van de Tweede Republiek en verwierp daarbij de rode vlag, uitroepend dat hij “a fait le tour du monde avec la République et l’Empire, alors que le drapeau rouge n’a fait que le tour du Champ-de-Mars dans le sang du people.” Met andere woorden: de driekleur vertegenwoordigde Frankrijk al wereldwijd tijdens het koninkrijk en vormde in zijn ogen een betere keuze dan de rode vlag, die teveel geassocieerd was met het historische bloedbad van 17 juli 1791. Toen werd de staat van beleg afgekondigd met als signaal rode vlaggen, waarop het bevel werd gegeven het vuur te openen op een menigte met tientallen doden en honderden gewonden als gevolg.

Ook daarna bleef de kleur rood geassocieerd met rebellie, bijvoorbeeld bij de Parijse communards van 1871. Al eerder – vanaf 1849-1850 – was dit het geval  bij de Italiaanse vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi (1807-1882) en zijn ‘duizend’ medestrijders, die de trotse naam i Mille voerden en de ‘roodshirten’ (camicie rosse) werden genoemd, vanwege hun rode blouse.

Het zag er allemaal wat minder gestileerd heroïsch uit bij de Drentse veenarbeiders en gravers van het Noord-Hollands kanaal van de eerste helft van de negentiende eeuw en, wat later, bij de grondarbeiders die ingeschakeld waren voor de ontginning van de Haarlemmermeer. Bij stakingen trokken deze rond en riepen dan met een rode vlag anderen op zich bij hen aan te sluiten. Die vlag – vaak gewoon een doek, zakdoek of linten geknoopt aan een stok, maar doorgaans wel rood – was rond 1880 uitgegroeid tot het algemeen gebruikelijke beginsein van werkonderbrekingen en protest. Tijdens de grote stakingen kreeg hij steeds meer een politieke betekenis en werd hij het symbool van het socialisme. Na de kiesrechtdemonstratie van 1885 (op ‘Roode Dinsdag’) werd hij enige tijd verboden. Het congres van de Tweede (socialistische) Internationale, dat in 1889 te Parijs, op de honderdste verjaardag van de Franse revolutie, werd gehouden, riep de rode vlag officieel uit tot symbool van de socialistische klassenstrijd. Samen met het strijdlied van de Internationale en de 1 mei viering, werd de vlag onlosmakelijk verbonden met het socialisme.

Dat gold ook voor Nederland, met als eerste grote socialistische leider Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919). Een voorlopige vaderlandse apotheose bereikte de rode vlag bij zijn begrafenis, op 22 november 1919, toen de rouwstoet langs tienduizenden toeschouwers door Amsterdam trok, de baar beurtelings gedragen door achtentwintig bootwerkers, gevolgd door wagens overladen met bloemen, omstuwd door een golf van vlaggen in alle tinten rood. Zo beschrijven Jan en Annie Romein de begrafenis van ‘us ferlosser’: “Hij leefde in heel die onoverzienbare zee van vlaggen, vaandels en banieren, rood, met goud en zilver bestikt en gedoft door het rouwcrêpe, wijnrood, purperrood, gladiolenrood, hoog en hoger boven de mensenzee uit, uitvlammend tegen het gedekte grijs van de druilerige novemberhemel.”

Natuurlijk is de kleur rood niet alleen geassocieerd met revolutie en linkse stromingen. Rood is de kleur van bloed en vuur, van de heetwaterkraan en van het Rode Kruis, van stop- en remlichten, van waarschuwingsignalen, alarm en gevaar – en de duivel draagt misschien Prada, maar dan wel in rood graag. Rood is verder de kleur van de passie en de hartstocht, van de romantische liefde (het rode hartje) en de betaalde liefde, van het lijden (het rode kazuifel van de katholieke priester op Goede Vrijdag), maar eveneens van de strijdlust, de oorlog en het licht ontvlambare temperament. Niet alleen van de rebellie, maar ook van leiderschap, dominantie en macht (denk aan koningsmantels, het kardinaalrood) – het is maar een greep. Zoveel is duidelijk: kleur is niet alleen een kwestie van golflengte of kegeltjes in ons netvlies. Een kleur als rood heeft ook een psychologische, sociale, religieuze en symbolische betekenis. En die vloeiden samen in de motregen, bij de dood van een ex-predikant en socialistische voorman, op Domela’s begrafenis.

 (In: SCP, Kleur. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 2011).

Afbeelding: Emile Jean Horace VernetBarricades in de Rue Soufflot/Wikimedia Commons

Joep de Hart
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *