What money can’t buy: de morele grenzen van marktwerking

De Amerikaanse Michael  J. Sandel  (1953) is politiek filosoof in Harvard. Hij doceert onder meer over ethiek, de toekomst van de menselijke natuur, globalisering en rechtvaardigheid. Hij verwierf wereldfaam met zijn boek ‘Justice: what’s the right thing to do’. Hierover schreven wij al in een eerder nummer van Ad Rem. Hij schrijft niet alleen helder en concreet, maar is ook een voortreffelijk docent. Zijn colleges zijn terug te kijken via internet op www.justiceharvard.org.

Nu heeft hij weer een heet hangijzer te pakken: de doorgeslagen marktwerking en de kwalijke gevolgen daarvan voor onze samenleving. In zijn boek ‘What money can’t buy: the moral limits of markets’ (vertaald in het Nederlands: ‘Niet alles is te koop’) rekent hij op een rustige manier af met de vercommercialisering van goederen die niet verhandeld zouden moeten worden. Waar wij niet verder komen dan een onderbuikgevoel, komt Sandel met steekhoudende argumenten.

Alles is te koop, nu ja, nagenoeg alles. Steeds meer goederen en diensten worden op de markt aangeboden en de onzichtbare hand van de marktwerking moet maar de prijs bepalen. Want, zo stellen de meeste economen: marktwerking is puur neutraal en verandert de aard van het product of de dienst niet. Als mensen ergens een prijs voor willen betalen, is dat goed en zullen beide partijen daarvan profiteren. Michael Sandel, een Amerikaanse politieke filosoof die op de Harvard University doceert, onderzoekt in hoeverre deze stelling klopt en of deze tendens wenselijk is of niet. En dat doet hij op een hele gedegen, socratische wijze aan de hand van sprekende voorbeelden.

Voorkeursbehandeling
In de VS kun je als patient voor een flinke jaarlijkse bijdrage (tussen de $ 1.500 en $ 25.000) het mobiele nummer van je huisarts krijgen, waarmee je je huisarts ook buiten de praktijk-uren kunt bereiken. Ook heb je dan gegarandeerd binnen 24 uur een afspraak. Mooie service, zou je kunnen denken, zou mijn huisarts misschien ook moeten doen. Maar er kleeft iets pervers aan. Namelijk: het versterkt de kloof tussen arm en rijk. Dit fenomeen doet zich niet alleen bij de huisarts voor, maar op heel veel terreinen. Als je een toeslag betaalt, hoef je bij een pretpark niet te wachten op de attractie of bij een vliegveld niet op het boarden en mag je dus voordringen. Voor $ 8 mag je in Minneapolis tijdens het spitsuur in je eentje op de legere carpoolstrook rijden. En zo gaat de lijst maar door. Dit gegeven betekent dat, terwijl vroeger het verschil in arm en rijk zich vooral kenmerkte in wat men had (of niet had), tegenwoordig het verschil ook wordt gemaakt in wat men doet. Namelijk: arme mensen moeten wachten op dingen, terwijl rijke mensen er soms letterlijk langs scheuren.

Noodzakelijke prijs
Omdat je voor steeds meer kúnt betalen, worden boetes niet meer als straf, maar als prijs gezien die je nu eenmaal voor bepaalde diensten betaalt. Was het vroeger nog een schande als je bij de bibliotheek een boete kreeg voor het te laat terugbrengen van een boek, nu wordt het beschouwd als een dienst: je betaalt om het boek nog niet te hoeven terugbrengen. Dat je daarmee de anderen de toegang tot de door jou geleende boeken ontzegt, daar zit de boetebetaler niet meer mee. Hij heeft immers betaald voor een ‘dienst’. Hogere boetes helpen niet, in tegendeel. Als de boete hoog genoeg is, is er geen enkel moreel bezwaar meer.  Als voorbeeld haalt Sandel het kinderdagverblijf aan. Een kinderdagverblijf wilde paal en perk stellen aan ouders die te laat hun kinderen ophaalden. Ze gingen een boete instellen voor deze ouders. En wat gebeurde? Veel meer ouders gingen hun kinderen later ophalen. Waar ze zich eerst nog bezwaard voelden als ze te laat waren, ervoeren ze de boete als prijs voor de dienst dat ze hun kinderen langer op de opvang konden houden.

Een opmerkelijk experiment is gedaan bij collectanten. Collectanten werden in drie groepen opgedeeld. Eén groep collecteerde als vrijwilliger, één groep kreeg 1 % van de opbrengst en een andere groep kreeg 10% van de opbrengst. De vrijwilligers haalden het meeste geld op. Waarom? Omdat ze zich met hart en ziel inzetten. Diegenen die collecteerden tegen een vergoeding, konden dat niet meer. Met deze en andere voorbeelden laat Sandel zien dat marktwerking dus niet neutraal is en ook niet altijd wenselijk.

Niet te koop
Hij stelt dat – gelukkig – niet alles te koop is. Vriendschap bijvoorbeeld, of het winnen van een prijs. Je kunt wel een gezelschapsdame of -heer huren, maar dat is toch niet ‘the real thing’. Door middel van omkoping krijg je misschien die felbegeerde Oscar, maar dat is toch niet hetzelfde als hem ook terecht hebben gewonnen. Het kopen van de vriendschap of de prijs ontneemt daar dan juist de intrinsieke waarde aan.

Maar naast deze categorie zijn er ook goederen en diensten waarvan het onwenselijk is dat men ze kan kopen. Denk aan bloed, donornieren, kinderen, een plek op een goede universiteit. Waarom is dat eigenlijk zo? Ten eerste omdat het oneerlijk is. Met name bij donornieren en kinderen wordt de transactie bepaald door de armoede van de ‘leverancier’. De keuze is om die reden helemaal niet vrij. Zou de persoon in kwestie niet arm zijn geweest, dan had hij/zij nooit zijn kind of nier afgestaan.

Het tweede argument is  dat het morele waarden corrumpeert.  Als bloed niet te koop is, kun je nog een beroep doen op alle burgers om vanuit een morele plicht af en toe bloed te doneren. Zodra er voor bloed betaald gaat worden, verdwijnt dit plichtsgevoel (denk ook maar even terug aan de kinderopvang en de ouders die te laat komen, of aan de collectanten). En zo ondermijnt de marktwerking het morele besef van een samenleving. Eer, saamhorigheid, respect voor elkaar, gelijkwaardigheid en meer van deze waarden verdwijnen daar waar bepaalde zaken worden verhandeld.

Sandel stelt ons kritisch de vraag of dat wel is wat we willen. Nee dus, is mijn enige antwoord na het lezen van dit heldere boek. Je zou willen dat iedere politicus dit boek las.

 

Dit artikel komt uit de Adrem-editie van afgelopen maand.  Meer uit Adrem lezen? Klik hier.

Vanessa van Koppen-Enters
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *