Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen (1)

Vincent Duindam schreef een artikel naar aanleiding van het onlangs uitgebrachte boek ‘Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen. Pedagogische sensitiviteit in de omgang met kinderen’ van Max van Manen. Vandaag staat het eerste deel van deze tekst op Zinweb.

Max van Manen (1942) vertrok als jongeman naar Canada met het werk van M. J. Langeveld (e.a.) in zijn koffer. In Canada heeft hij heel mooi werk verricht waarin hij de fenomenologie  gebruikte. Daarmee hield hij een traditie levend, en revitaliseerde deze, die in Nederland sterk naar de achtergrond verdween. Via van Manen en via Canada komt nu weer iets  moois naar ons toe, dat we hard nodig hebben in Nederland, waar het accent steeds meer is komen te liggen op meten, testen, “evidence  based”, etc.

Ik schrijf dit stukje ‘hier’ in het Martinus Langeveld Gebouw. Onze Faculteit (Sociale Wetenschappen Utrecht) bestaat 50 jaar. En ik heb een ‘scheurkalender’ samengesteld over deze periode.

Hans Malschaert (nu senior lecturer aan de HvA) schrijft op zijn kalenderblaadje: “De stroming waar ik altijd het meest van heb gehouden was de fenomenologische pedagogiek. De grondlegger van deze pedagogiek van de zogenaamde Utrechtse school was M. J. Langeveld en ik wil ingaan op twee bijzondere kenmerken van deze pedagogiek. De leefwereld of belevingswereld van het kind staat centraal en Utrechtse pedagogen hebben hier vele juweeltjes over geschreven. Verder moet opvoeding waarden-volle opvoeding zijn waarbij volwassenen verantwoordelijkheid nemen en geven aan kinderen. Goede theorie is praktijk!”

Veel van de vakken die Hans Malschaert en anderen indertijd (jaren 80) volgden, bestaan nu niet meer.

Jan Marten Praamsma, op dit moment werkzaam bij Onderwijskunde, vindt ook dat er veel verloren is gegaan: “De Faculteit Sociale Wetenschappen eert haar grondleggers in de namen van de gebouwen waarin ze is gehuisvest: het Martinus J. Langeveldgebouw en het Sjoerd Groenmangebouw. Maar behalve in de namen op de gevels is in de Faculteit van hun werk eigenlijk maar weinig meer terug te vinden.”  (…)

“Het werk van sociale wetenschappers vandaag wordt empirisch steeds dikker, maar theoretisch steeds dunner, terwijl het wetenschappelijk geheugen steeds korter wordt. Referenties gaan nooit verder dan 5 hooguit 10 jaar terug terwijl veel onderzoekers zich opsluiten in hun specialisaties. Het historisch besef, de brede blik en de integrerende visie zijn schaars geworden. Het paradoxale daarbij is dat waar het historisch bewustzijn afneemt, de pretenties van objectiviteit en algemene geldigheid toenemen.”

Nog één laatste voorbeeld, van Paul Goudena, hoogleraar Pedagogiek: “Wat je de FSW zou toewensen, is dat de herinnering aan spelen bij de medewerkers niet verloren is gegaan. Dat de ernst die hoort bij diepgang, creativiteit niet in de weg staat. En dat, net als in het spel van kinderen, bij de FSW kwaliteit altijd boven kwantiteit gaat.”

In al deze bijdragen aan de “50 jaar FSW kalender” proef je de heimwee naar de benadering die Max van Manen ons nu weer ‘teruggeeft’.

Als een schatbewaarder, maar dan een die zijn talenten niet in de grond gestopt heeft, maar ermee gewerkt heeft, krijgen we de fenomenologische traditie verrijkt en verdiept weer thuis.

Lees hier deel twee.

Vincent Duindam
Vincent Duindam is psycholoog. Zijn onderzoek naar ‘zorgende vaders’ werd erg bekend. Op dit moment verbindt hij inzichten uit zowel de positieve psychologie als de grote spirituele tradities met de thema’s ouderschap, onderwijs en relaties.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *