Welvaart verklaart moraliserende godsdienst?

Er wordt gesteld dat moraliserende godsdiensten konden slagen omdat de welvaart een punt had bereikt dat dit toestond. Wat zegt dat over onze mogelijkheden voor morele groei?

Meer dan 20.000 kilocalorieën per dag

Nu.nl schrijft over recent onderzoek naar moraliserende godsdiensten. In het artikel staat te lezen:

“Tussen 500 en 300 voor Christus ontstonden voor het eerst stromingen waarin mensen ernaar streefden een beter mens te worden door zich te beheersen en medeleven te tonen. Dit gebeurde zowel rond de Midde[l]landse zee, als bij de Ganges in huidig India en de Yangtze in hedendaags China. Uiteindelijk vloeiden daar het christendom, boeddhisme, Jodendom, de islam en het hindoeïsme uit voort.”

Daar wordt nog aan toegevoegd:

“In de gebieden waar de moraliserende religies tot stand kwamen hadden mensen voor het eerst in de geschiedenis beschikking over meer dan 20.000 kilocalorieën per dag. Tegenwoordig wordt inname van 2.000 tot 2.500 kilocalorieën per dag aangeraden.”

Erst dat fressen…

Als dit waar is, wat kan dat dan betekenen voor het morele kompas van de mens? We zouden willen geloven dat we juist in tijden van schaarste de keuze van zelfbeheersing en mededogen zouden kunnen maken. Als het zwaar is komen we er samen wel uit. Maar dit onderzoek lijkt het tegenovergestelde te suggereren. Er gaat de verdrietige boodschap vanuit: compassie is leuk, maar je moet het wel kunnen missen.

Religie als arbitraire keuze

Verder is het de vraag wat het over religie kan zeggen. Het oordeel over de totstandkoming van de zogeheten “moraliserende religies” wordt volledig toegeschreven aan omstandigheden in deze voorstelling van zaken. Er zit geen inherente kracht in het geloof dat iedereen kan overtuigen. Het is eerder een kwestie van op het juiste moment op de juiste plek. Zou het kunnen dat slechts economische factoren kunnen bepalen welk geloof op een moment een hit wordt?

De flexibiliteit van geloof

Misschien ligt het wel iets genuanceerder. In het stuk wordt ook al gesproken over zaken als “de islam” en “het boeddhisme”. Dat zijn generalisaties waar menigeen godsdienstwetenschapper het benauwd van krijgt. Het is moeilijk om te spreken over een rotsvaste kern van een enkel geloof. Geloof is juist vaak heel adaptief.

Wat voor één groep moslims op één plek de kern van islam kan zijn, kan voor een andere groep moslims op een andere plek juist het tegenovergestelde ervan vertegenwoordigen. Religies kunnen dan op elk moment opkomen. De inhoud die ze krijgen hangt echter sterk af van omstandigheden. De manier waarop geloven zich hebben ontwikkeld kunnen wel teruggevonden worden in deze vroege toestanden van overvloed waarin ze begonnen.

Lees het artikel Toenemende welvaart verklaart de opkomst van de moraliserende wereldreligies zo’n 2.500 jaar geleden op Nu.nl.

Afbeelding: Wikicommons.

Lucas van Heerikhuizen
Lucas van Heerikhuizen is afgestudeerd als master in de godsdienstwetenschappen. Momenteel is hij werkzaam als webdeveloper en WordPress docent. Tevens is hij actief als redacteur voor Zinweb.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *