We had the experience but missed the meaning…(6)

Op je reis door het leven maak je van alles mee. Maar om je bestaan te doorzien tot op God heb je aanwijzingen nodig om je op koers te houden. Want met God raak je wel steeds verder van huis. In een serie columns neemt Marianne Vonkeman ons mee op reis om onze ervaringen op de innerlijke weg te leren herkennen als ‘sporen van God’.
Deel 6: Niet-weten

 

Niet-weten

Een deur is opengegaan
maar er is geen deur
en geen ruimte daarachter.
Sanctus Sanctus Dominus
klinkt,
ontledigt alles en zichzelf
totdat het alleen maar
is.

We zitten in de kerk, wandelen in de natuur, luisteren naar muziek of kijken in de ogen van een ander en ineens gebeurt er iets. We ontwaken. We wisten niet dat we sliepen, maar nu zijn we wakker. Alsof er een deur is opengegaan in ons innerlijk. We wisten niet eens dat we ons in een kamer bevonden, maar nu zijn we buiten. Als een rups kruipen we uit onze cocon en een frisse wind waait onze haren in de war. Natuurlijk is er geen kamer en geen deur en geen ruimte daarachter, maar daar lijkt het nog het meeste op.

Veel mensen herkennen deze ervaring. Meestal is het een snel voorbijschietend moment. Het maakt indruk, maar vreemd genoeg zijn we het ook weer vlug vergeten, alsof het nooit is gebeurd. Het is zo anders, zo níet op het gewone leven lijkend, dat het nergens in past. Toch bieden zulke momenten grote mogelijkheden. We zijn namelijk even niet bevangen door de gewone gedachtestroom die ons immer bezighoudt. Daarom lijkt het alsof we in een ruimte staan. Dat kan als een bedreigende leegte aanvoelen die we zo snel mogelijk weer opgevuld willen hebben.

In de mystieke traditie wordt gesproken van een wolk van niet-weten. Daarmee wordt verwezen naar de wolk die Jezus onttrok aan het oog van zijn leerlingen toen hij opsteeg naar de hemel. Het gewone weten houdt op. Onze zintuigen en denkbeelden kunnen de hemel niet bereiken. Maar die wolk van niet-weten is ook een beeld van God zelf zoals Hij verscheen aan Mozes en aan Jezus op de berg. Dat niet-weten is óók het werkelijk raken aan God. Precies daar waar ons weten ophoudt en wij ons openen voor de levende werkelijkheid, raakt God ons. Nu komt het erop aan: is ons verlangen naar God groter dan onze angst om het vertrouwde los te laten?

Ergens klinkt er muziek. Als we goed luisteren horen we: Sanctus, Sanctus, Dominus: heilig, heilig, Heer. Want dit is zeker: we staan op heilige grond. Ontzag, misschien zelfs vrees bevangt ons. Als Mozes trekken we onze schoenen uit. Weerloos, op blote voeten, zonder dat we ons op iets kunnen beroepen staan we daar. De muziek klinkt, niet in onze oren maar in onze ziel, daar waar we niet weten maar wel kunnen proeven en verstaan. Daar horen we het grote Sanctus, niet slechts de vorm ervan maar ook de inhoud, wat het betékent. Die betekenis is levendig en werkzaam, het doet iets.

Het ontledigt. Het maakt alles, onszelf inbegrepen, leeg van aangekoekte betekenissen, herinneringen en verwachtingen. We worden onbevangen als kinderen. Gods heiligende aanwezigheid maakt zelfs alles leeg wat we ooit over heiligheid of over God en onze relatie met God hebben gehoord en gedacht. Twijfel en zekerheid zijn beide verdwenen. Als alles ontledigd is, blijft over wat is. En wat of Wie is dat anders dan God zelf, alles-in-allen, van eeuwigheid tot eeuwigheid de oorsprong, het doel en de betekenis van het hele universum?

Marianne Vonkeman
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *