We had the experience but missed the meaning…(2)

Op je reis door het leven maak je van alles mee. Maar om je bestaan te doorzien tot op God heb je aanwijzingen nodig om je op koers te houden. Want met God raak je wel steeds verder van huis. 
Deel 2: waarmerk

 

In een serie columns neemt Marianne Vonkeman ons mee op reis om onze ervaringen op de innerlijke weg te leren herkennen als ‘sporen van God’.

Waarmerk
Waarmerk (bij Exodus 3)

Dit heeft zich ingebrand:
Zonder jouw naam
Kan ik de mijne niet uitspreken.

Liefdestaal. Het zouden de romantische woorden van een verliefde minnaar kunnen zijn. Ze zijn echter geschreven bij Exodus 3, het verhaal van een Godsontmoeting.

Mozes ontmoet God bij de brandende braambos en krijgt daar zijn levensopdracht. Als hij vraagt wie het is die hem op pad stuurt, onthult God zijn naam. Die naam zal het waarmerk zijn waaraan het volk Mozes kan herkennen als door God gezonden. Een waarmerk is het stempel waarmee de echtheid, de authenticiteit van iets wordt bevestigd.
Doordat God zijn naam uitspreekt, kan Mozes zijn levensopdracht uitvoeren. Iemands naam kennen betekent in de bijbel dat je het meest wezenlijke van iemand kent. God treedt uit de verborgenheid en maakt zich bekend. Als dat gebeurt, komt er een nieuwe fase in de omgang met God en de mens. Niet alleen verschijnt God als Schepper. Nu zijn het persoonlijke beelden van vriendschap, liefde – en soms ook afwijzing – die de relatie met God gaan tekenen.

Het waarmerk zelf ‘brandt zich in’. Dit is een verwijzing naar een bekend beeld uit de mystiek: de vurige schroeiwond die God toebrengt aan de mens die hij liefheeft. Johannes van het Kruis, een Spaans dichter en mysticus uit de 16 e eeuw, noemt de aanraking van de Heilige Geest een ‘zoetstrelende wonde’, die blijft schroeien ‘totdat de wonde zo groot is, dat heel de ziel één liefdeswond wordt.’ Het is een wond die geneest doordat alle onzuiverheid in de liefde wordt weggebrand.
Waaruit bestaat dit merkteken? Het is het onvermogen om de eigen naam uit te spreken als de ander niet zichzelf óók uitspreekt. Deze wezenlijke verbondenheid is het waarmerk dat hier genoemd wordt. Als de ander niet tot zijn of haar recht komt, aan het licht komt, dan kan ik zelf ook niet volledig zijn wie ik ten diepste ben. Deze verwevenheid noemt de bijbel: liefde. De liefde tot zichzelf is niet anders dan de liefde tot de naaste en die is niet anders dan de liefde tot God.

Deze liefde leren wij aan God zelf, zoals hij zich heeft laten kennen in de geschiedenis van Israël en in de persoon van Jezus. God zelf vraagt vanaf het begin naar de mens: wie ben je? hoe heet je? kom te voorschijn! Zonder de mens die aan het licht komt, blijft God verborgen.
De tekst laat open of het God is die spreekt, of de mens. Zonder de bijbelse verwijzing zouden de woorden ook over een menselijke liefdesrelatie kunnen gaan. Aan de liefde voor God wordt de liefde voor mensen geleerd en andersom.
Ware liefde naar het model van God is herkenbaar aan dit fundamentele uitgangspunt: alleen sámen komen wij tot ons hoogst persoonlijke recht. Niet door mijzelf te ontkennen kan ik werkelijk beminnen. Niet het ontkennen van de ander geeft mij de ruimte om mezelf te zijn. Ik kom pas werkelijk aan het licht in zoverre en in de mate dat ik een ander aan het licht laat komen – en visa versa. In de gewaarmerkte liefde is geen competitie, geen machtsstrijd, geen recht van de sterkste. Zonder jouw naam kan ik de mijne niet uitspreken. God heeft zich uitgesproken. Nu wij nog.

Marianne Vonkeman
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *