Wat de toekomst brengen moge (1) – Het concensusprobleem

Het dagelijkse aanbod aan spam en spullen is een plaag die de westerse wereld over zichzelf heeft afgeroepen. Zijn mensen er gelukkiger op geworden als zij in het bezit zijn geraakt van het item van hun keuze? Hadden ze het echt nodig, of waren ze ten prooi aan hebberigheid?

Tip Marugg schreef: ‘Ik heb maar heel weinig nodig om gelukkig te zijn, maar dat weinige heb ik heel hard nodig.’ (Uit: In de straten van Tepalka, Verzameld Werk 1945-1995, De Bezige Bij, Amsterdam, 2009.)

Mochten kooplustigen zich schamper uitlaten over onze wegwerpmaatschappij, dan hebben zij daaraan wel hun medewerking verleend. Het is een inconsequentie die geheel aan hen voorbijgaat. Zij weten niet wat hun geest onrustig maakt, of  wat het zou kunnen zijn dat hun vrede van geest geeft. Zou het sommigen lukken alle herrie uit hun geest te bannen, dan ervaren zij de weldadige stilte, zoals Tip Marugg die na middernacht ervoer, gezeten ‘op de bovenste trede van de geplaveide opstap voor (zijn) huis.’  (Uit: De morgen loeit weer aan, Verzameld Werk 1945-1995, De Bezige Bij, Amsterdam, 2009.)

Aangezien in ons huidige tijdsgewricht alles wat zich voordoet tot in de kleinste details wordt onderverdeeld en mensen in vakjes worden gestopt, klinkt het geroep om eenheid zo ongemeen hard, dat het niet overtuigt. Maar met het nastreven van mondiale eenheid, ofte wel algehele consensus, kan toch niets mis zijn? Niets mis? Alles gaat mis, wanneer er onder dat zo fraai klinkende eenheidsstreven kokende conflicten worden weggemoffeld die vroeg of laat met geweld tot uitbarsting komen.

Universele broederschap is nastrevenswaardig. Per slot zijn wij, sinds Adam, elkaars broeders (en zusters), hetgeen niet betekent dat we allemaal hetzelfde zijn. Dat zouden we ook niet willen. Of bestaan er mensen die bereid zijn hun individualiteit op te offeren voor het welzijn van de massa? Die mensen bestaan, en ook al vormen zij de minderheid, het zijn niet de minsten onder ons.

Consensus is zoek. Maar als wij het érgens over eens zijn, dan is het dat wij als individu verschillen van ieder ander. Dat wij anders zijn dan onze buurman proberen wij hem tot in de finesses duidelijk te maken. Zielig, om zo onze uniciteit te willen bewijzen. Voor de rest hebben we allemaal gelijk. Wij zijn anders dan onze buurman. Wij hebben andere verantwoordelijkheden. Daarom kunnen wij niet altijd doen wat buurman doet. Zouden we onverhoopt toch iets doen wat buurman doet, dan bestaat de kans dat wij ervoor de bak in draaien.

Waarom is wereldwijde consensus niet te verwezenlijken? Omdat consensus op voorhand getorpedeerd wordt door wereldwijde egobelangen, en dit egocollectief te enenmale ongeschikt is om tussen strijdende partijen een wapenstilstand te bewerkstelligen, laat staan consensus. Welnu, als dit de toestand in de wereld is, dan hebben we dat aan onszelf te wijten. Uit de situatie lering trekken, blijkt nergens uit, gezien de geschiedenis zich blijft herhalen. Als we ervan uitgaan dat de onuitroeibaarheid van het ego borg staat voor eeuwigdurende strijd, dan is daar veel voor te zeggen. Het ego staat er immers om bekend dat het, indien gekrenkt, altijd keihard terug zal slaan en daarom geen dag zonder boksbeugels de straat op gaat.

Helen Knopper
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *