Waarom Vorden verbieden langs Duitse graven te lopen?

Het besluit van de gemeente Bronckhorst om er van af te zien ook even langs het graf van 10 Duitse soldaten in Vorden te lopen na afloop van de dodenherdenking, is twijfelachtig.

Vooral omdat dit gebeurde onder druk van het bericht dat 50 antifascistische verzetsstrijders het plan hadden protesterend aanwezig te zijn bij de herdenking op de Vordense begraafplaats. Bij een dodenherdenking gaat het er niet om weer in vijanddenken of rancune jegens de (vroegere) tegenpartij te vervallen, maar om met de energie van compassie te herdenken en dus zonder oordeel – ook sommige verzetsstrijders hebben bloed doen vloeien – stil te staan bij de slachtoffers van oorlogsgeweld en in casu specifiek van het geweld van WO II.

Het gaat bij herdenken niet om goed of fout en de een is of was natuurlijk veel meer slachtoffer dan de ander, maar er kan moeilijk ontkend worden dat (een groot deel van) het Duitse volk ook slachtoffer was in deze. De tijdens de oorlog gesneuvelde Duitse soldaten liggen daar bovendien nu eenmaal en het zou op zich al een daad van uitsluiting en veroordeling zijn hen te negeren tijdens een officiële dodenherdenking. Herdenken is immers geen nationalistisch gebeuren. Dat bijna 500 Vordenaren vorig jaar ook even langs de Duitse graven liepen, was dan ook niet meer dan normaal. Je kunt dat tevens als een soort verzoeningsteken zien naar de toekomst of naar de buren net over de grens. Iets van vergeving dus, waaraan in Zuid-Afrika Nelson Mandela en Desmond Tutu na de Apartheid via ubuntu (‘ik ben omdat wij zijn’) zo opmerkelijk gestalte gaven.

Maar herdenken hoeft niet eens vergeven in te houden. Men kan volstaan met het voelen van compassie voor de omgekomen gelieven. En men mag bij het herdenken wat mij betreft ongemerkt ook nog bitterheid voelen jegens de daders van weleer, ook al gaat het bij herdenken primair om mededogen met de slachtoffers en ook al is blijvende rancune, hoe begrijpelijk ook op zich, een minder goede en misschien wel schadelijke energie. Een ieder moet zelf weten welke energie hij of zij voelt bij herdenken. Elke bevoogding daarin is taboe.

Vorden was niet bevoogdend, het koos voor een eigen verantwoordelijkheid, zonder iemand iets op te leggen. Maar het lijkt dat nu van andere zijde wel aan een gemeente vlakbij de Duitse grens impliciet wordt opgelegd net te doen alsof die Duitse doden er niet liggen, dus bij een officiële herdenking bewust aan hen voorbij te kijken, wat ook een daad is, en zo dus tevens af te zien van een soort vredesgebaar naar de toekomst. Dat de gemeente Bronckhorst voor druk door de knieën ging, is te betreuren, ook al begrijp ik dat dit wat haar betreft geen toegeven is aan ‘vijanddenken,’ maar dat zij een herdenking waardig wil houden en niet graag verstoord ziet. Hopelijk beslist zij in 2014 anders. 

Deze tekst verscheen tevens als artikel in het Parool van 6 mei ’13 onder de kop ‘Vredesgebaar sneuvelde onder druk/verzet’.

Hans Feddema
Hans Feddema is antropoloog en publicist en organisator van het Filosofisch Café Leiden. Hij studeerde geschiedenis en antropologie. Na zijn studies aan de Vrije Universiteit en aan de Universiteit van Amsterdam was hij jarenlang werkzaam als universitair docent, onderzoeker, journalist en politicus. In 1989 was hij een van de ruim tien oprichters van GroenLinks.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *