Waarom musical wel salonfähig is (2)

In de kunst met een grote K is ‘commercie’ vaak een vies woord. Evenals ‘musical’ dat is voor theaterwetenschappers. Ik durf mezelf inmiddels een Shakespeare-kenner te noemen, zit front row bij Death of a Salesman of Angels in America en lees met liefde Tsjechov. Toch huil ik tranen met tuiten bij Billy Elliot en bezoek ik minstens één musical elke keer als ik in Londen ben. Wat mij betreft hoeft de tegenstelling tussen musical en traditioneel theater niet te bestaan. Ik maak korte metten met een aantal drogredeneringen. Analyse in twee delen door Annemiek Lely. Vandaag deel 2.

‘Zingen in een dialoog is onnatuurlijk’

Op straat zal het niet gauw voorkomen dat men in zingen uitbarst. Alhoewel mensen graag een deuntje neuriën als ze vrolijk zijn, of bij verdriet willen meezwelgen in dramatische melodieën. Muziek ligt dichtbij het gevoel. In musical wordt datgene wat niet gezegd kan worden, gezongen. Deze vorm van expressie geeft een extra lading aan de boodschap: het gevoel dat alleen muziek ons kan geven. Dit fenomeen kennen we al veel langer via opera. Een kunstvorm, waar in mijn optiek het acteerwerk doorgaans wel onder de maat is, die bestempeld wordt als kunst met de grote K. Waarom zou het daar wel mogen? De operacomposities liggen in handen van grote muziekvedettes als Verdi, Puccini en Mozart. Daarnaast kent het genre een roemrijke geschiedenis van inmiddels 400 jaar en is uitgegroeid tot een gerespecteerd fenomeen. De eerste musical is daarentegen slechts een eeuw oud. Wellicht worden Andrew Lloyd Webber, Claude-Michel Schönberg en Oscar Hammerstein II over vier eeuwen gezien als de muzikale geniën van de 20e eeuw.

‘De hoofdrollen zijn alleen voor bekende Nederlanders’

Oké, ook ik zal kritisch op het genre zijn. In Nederland wordt de rolverdeling in een musical vaak bepaald door de grote van de naam. Het komt geregeld voor dat de understudy meer geschikt is voor de rol, maar dat deze geen volle zalen trekt. Dit is een keerzijde van het marketingprincipe. Is dit echter niet het geval in onze hele samenleving? Het gaat steeds meer om wie je kent, dan wie je bent. Een ander punt van kritiek op het fenomeen musical is de stelling dat tegenwoordig van alles een musical wordt gemaakt. Abba, Queen, The Beatles en André Hazes; allen hebben een musical die gebaseerd is op hun muziek. Dit fenomeen, wat ook wel ‘jukebox musical’ wordt genoemd, gaat irriteren. Een leerpuntje voor de musicalindustrie.

‘Musical is (g)een kunst’

Alle eerder genoemde vooroordelen zijn het resultaat van generalisatie. Dit geeft uiteindelijk alleen maar de rijkheid van het genre musical aan. Naar mijn mening, kan de musical gezien worden als een van de leidende vormen van theater in de tweede helft van de 20e eeuw en het begin van deze eeuw. De musical is een moderne vorm van Wagner’s ideaal: het gesamtkunstwerk. Deze combinatie van een informatief en pakkend narratief, vernieuwende dansstijlen (denk aan Bob Fosse’s choreografieën) en ingenieuze muziek (ooit kennisgemaakt met Stephen Sondheim’s melodieuze meesterwerken?) kan ook artistiek gezien interessant zijn. Of dit je aanspreekt of niet, is slechts een kwestie van smaak.

Lees hier deel 1

Photo Credit: daniel_dimarco via Compfight cc

Annemiek Lely
Annemiek Lely (annemieklely.com) studeerde Kunsten, Cultuur en Media met als hoofdvak theaterwetenschappen en specialisatie analyse en kritiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook volgde ze vakken religiewetenschappen. In september 2014 is ze begonnen met de Research Master Art Studies aan de UvA.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *