Waarom musical wel salonfähig is (1)

In de kunst met een grote K is ‘commercie’ vaak een vies woord. Evenals ‘musical’ dat is voor theaterwetenschappers. Ik durf mezelf inmiddels een Shakespeare-kenner te noemen, zit front row bij Death of a Salesman of Angels in America en lees met liefde Tsjechov. Toch huil ik tranen met tuiten bij Billy Elliot en bezoek ik minstens één musical elke keer als ik in Londen ben. Wat mij betreft hoeft de tegenstelling tussen musical en traditioneel theater niet te bestaan. Ik maak korte metten met een aantal drogredeneringen. Analyse in twee delen door Annemiek Lely. Vandaag deel 1.

‘Commercie is een vies woord’

Het produceren van musicals kost miljoenen. Daarom draait de marketingafdeling van een productiebedrijf op volle toeren. Dit is ten delen waar. Vergeet echter niet dat ook het maken van vele toneelproducties niet goedkoop is en dat bijvoorbeeld Amsterdam vol hangt met posters van deze voorstellingen. De afgelopen jaren heeft het theaterveld te kampen gehad met een terugname van het aantal bezoekers. Waar in het eerste decennium van de 21e eeuw de zalen uitverkocht waren, is dat heden ten dage geen vanzelfsprekendheid. Er is steeds meer behoefte aan sterke marketingplannen. Het verschil tussen toneel en musical is dat musicalproducenten hier al jaren gebruik van maken. Je hoeft niet van deze strategie te houden, maar het werkt wel. Nog steeds worden musicals in Nederland (en andere landen) goed bezocht. Het mooie is namelijk dat mensen die normaal gesproken niet gauw een schouwburg binnen lopen, wel zo af en toe een musical bezoeken. Eigenlijk zou de crème de la crème van de theaterwereld de waarde hiervan in moeten zien. Men gaat tenminste naar het theater! De badeentjes die te koop zijn in het AFAS Circustheater? Die hoeven van mij ook niet. Bezoek je echter Stratford-upon-Avon (de geboortestad van William Shakespeare, het mekka voor iedere Shakespeare-liefhebber) dan word je net zo goed doodgegooid met prullaria.

‘Musicals hebben een flinterdunne verhaallijn’

De meeste mensen denken bij het musicalgenre aan Grease, Fame en het meer eigentijdse Mamma Mia. Dat roept associaties op aan tapdansen, jazz hands en veel overdadigheid. De grote vraag is of deze mensen wel eens in de zaal hebben gezeten bij Les Misérables, Evita of Billy Elliot. Deze voorstellingen hebben wel degelijk een (historisch) interessante inhoud. Les Misérables is, bijvoorbeeld, een bewerking van Victor Hugo’s wereldberoemde roman en vertelt onder andere het verhaal van de studentenopstanden in Parijs in de 19e eeuw. De personages komen voor verschillende morele dilemma’s te staan. Een ander voorbeeld is Evita. Wie weet vandaag de dag nog wie Eva Perón was en wat er in Argentinië speelde in de eerste helft van de 20e eeuw? Het sterke aan deze musical is dat componist en bedenker Andrew Lloyd Webber de Cubaanse vrijheidsstrijder Che Guevara laat meekijken met de keuzes die Eva maakt en er kritisch op reflecteert. Ook wil ik graag ingaan op het veelgebruikte argument van overdadigheid. Er wordt inderdaad weinig bezuinigd op de decors in de musicalwereld en vele voorstellingen laten weinig aan de verbeelding over. Toch zijn er ook talloze voorbeelden te noemen waarbij dit niet het geval is. Off-Broadway voorstellingen als Spring Awakening en Next to Normal deden het zonder het eeuwig hijsen van de trekkenwand. Desondanks waren deze voorstellingen een laaiend succes. Meer intieme musicalvoorstellingen zijn in Nederland te vinden in theater M-Lab.

‘Het acteerwerk in musical is onder de maat’

Het spelen van de Phantom is inderdaad niet te vergelijken met de uitdaging waar de acteur die Hamlet vertolkt voor staat. Een musicalrol vraagt echter om andere vaardigheden. Denk maar niet dat het gemakkelijk is om in je rol te blijven als je tapdansend touwtje spring en tegelijkertijd een lied zingt. Een musicalacteur moet drie disciplines beheersen: acteren, zingen en dansen, terwijl een toneelacteur zich volledig kan concentreren op zijn spel. Het klopt dan ook dat lange tijd het acteren in musicals onder de maat was. WAS inderdaad, want daar is de afgelopen jaren flink aan gewerkt. Bovendien is er steeds meer overlap tussen toneelacteurs en musicalacteurs op het podium. Als musicalactrice, speelt Noortje Herlaar inmiddels toneelrollen en toneelfenomeen Carry Tefsen is momenteel te zien als Opoe in Billy Elliot. Wist je trouwens dat één van de eerste professionele rollen van Nederlands bekendste actrice Carice van Houten die van Josien in Annie M.G. Schmidt’s Foxtrot was?

Morgen Deel 2.

Photo Credit: daniel_dimarco via Compfight cc

Annemiek Lely
Annemiek Lely (annemieklely.com) studeerde Kunsten, Cultuur en Media met als hoofdvak theaterwetenschappen en specialisatie analyse en kritiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook volgde ze vakken religiewetenschappen. In september 2014 is ze begonnen met de Research Master Art Studies aan de UvA.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *