Waar nog de wolk gebeden hangt

Annemieke van der Veen overdenkt in dit artikel uit VrijZinnig de functies van bidden. Ze herkent er verbindende kracht in, horizontaal en verticaal en misschien ook wel op de axis van tijd.

Een regel uit het lied ‘De vreugde voert ons naar dit huis’ (Liedboek, lied 280), een regel die mijn verbeelding stimuleert: zou die wolk in katholieke kerken naar wierook ruiken? Soms wordt de wolk bijna tastbaar – zoals eens in een stiltecentrum, naast me een medepatiënt die zat te mediteren en voor me vijf jongemannen, bezig met het islamitisch avondgebed. Verschillende kleuren rook leken om elkaar heen te draaien.

Bidden: gewoner dan we denken

Zestig à zeventig procent van de Nederlanders bidt wel eens, en omdat iets minder dan de helft van de Nederlanders gelooft, is dat bijzonder. Er zijn mensen, ook jongeren, die bidden (80 % van alle jongeren, in een onderzoek van Maerten Prins), maar niet kerkelijk zijn, of niet gelovig. Zij bidden tot een hogere macht, iets hogers, of soms tot zichzelf. En hoewel ze niet kerkelijk zijn noemen jongeren dit wèl bidden, en doen ze het klassiek: ’s avonds in bed, ogen dicht en handen gevouwen. Overigens bidt niet elke gelovige (en zeker niet elke vrijzinnige) veel, sommigen helemaal niet en velen alleen of vooral in de kerk, in de context van de geloofsgemeenschap.

Bidden verbindt

Als kind dacht ik dat God ergens was met veel telefoons. Als ik dan aan het bidden was, ging ‘mijn’ telefoon. Maar God kon niet altijd opnemen, was soms al in gesprek op een andere lijn. Dat was mijn oplossing voor hoe het nou kon dat gebeden niet altijd verhoord worden. Nu valt me op dat er een element van contact in dat beeld zit. Dat vind ik nu belangrijker dan gebedsverhoring. Bidden is gericht op contact met God, of Iets, een hogere macht, en ook (meer) contact met jezelf kan bij bidden horen.

Er zit een element van verbinding in het bidden voor de wereld om ons heen, veraf en dichtbij, onze naasten of onszelf. Door voor anderen te bidden of aan hen te denken, komen ze dichterbij, raken we meer met ze verbonden. In de voorbeden in de kerk wordt vaak een kring getrokken, van de wereld, naar ons land, onze stad, naar uiteindelijk, meestal in een stil gebed, je eigen naasten. Voor velen is het ontroerend om te weten dat er voor hen wordt gebeden, het is een teken van zorg en verbinding. Soms kan het een gevoel van gêne oproepen. We zijn niet allemaal vertrouwd met een cultuur waarin voor alles wat op dat moment van belang is of lijkt, hardop wordt gebeden. Misschien vinden we niet alles belangrijk genoeg om voor te bidden, of vinden we het beter dat we in het verborgene bidden.

Samen bidden in verbinding

En in de kerk bidden wij samen. Mij geeft dat het gevoel dat mijn persoonlijke (en stille) gebed mede wordt gedragen door alle anderen, en omgekeerd. Het voelt krachtiger, geconcentreerder dan thuis in mijn eigen bed. En dan sluiten we af met een Onze Vader. Hardop, we zeggen het samen. En we zeggen Onze Vader. Van mijn buurvrouw en mijn buurman, van mij – die ‘Onze’. De ‘Onze’ van alle christenen, in alle kerken, die misschien wel net op dát moment ook ‘Onze’ bidden, in welke taal dan ook. De ‘Onze’ van het gebed dat Jezus zijn leerlingen leerde en dat al die eeuwen gebeden is, van generatie op generatie, tot die van ons aan toe. En voor wie het met ons kunnen delen, omdat zij ‘Onze’ God herkennen in de beelden waarmee zij geloven. Allemaal mistflarden die in de wolk van gebeden hun plaats kunnen vinden.

Dit artikel verscheen eerder in het blad VrijZinnig. VrijZinnig is het kwartaalblad van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, een beweging voor eigentijds geloven.

VrijZinnig
Dit artikel verscheen eerder in het blad VrijZinnig. VrijZinnig is het kwartaalblad van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, een beweging voor eigentijds geloven.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *