Vrijzinnigheid, geen vrijblijvendheid

Vanwege zijn betrokkenheid bij de doopsgezinden zocht Doopsgezind NL prof. Peter Nissen in Nijmegen op om hem te vragen naar zijn visie op de ontwikkeling van de doperse beweging en de verspreiding van de doopsgezinden over de wereld.

Hoe raakte u als rooms-katholiek betrokken bij de geschiedenis van de doopsgezinden?
‘Tijdens mijn studie in Nijmegen werkte ik als student-assistent bij dr. Eugène Honée, mijn latere promotor. Hij was als katholieke kenner van de Reformatie door de Commissie tot Uitgave van de Documenta Anabaptistica Neerlandica gevraagd advies uit te brengen over katholieke geschriften uit de zestiende eeuw tegen de (weder)dopers. Dit opende voor mij een nieuwe wereld, die me zodanig boeide dat ik hierover achtereenvolgens mijn kandidaatsscriptie, mijn doctoraalsscriptie en mijn proefschrift heb geschreven.’

Wat boeide u zo in die katholieke geschriften?
‘Ze leverden een heel wisselend beeld op. Enerzijds was er de beeldvorming aan katholieke zijde over de dopers – wat wisten ze nu eigenlijk echt over die beweging? – en anderzijds een polemiek over de standpunten die de eerste dopers naar buiten brachten. Het karakter van de geschriften was vooral anti-ketters: de doperse beweging werd gezien als een herleving van ketterse stromingen uit eerdere eeuwen. Voor de dopers zelf waren hun morele keuzes belangrijk. Dat zie ik ook bij het werk van hun tijdgenoot Jeroen Bosch: het besef van het morele zelf, van het eigen geweten. Voor de dopers gold een persoonlijke geloofskeuze. Het ontstaan van zo’n ‘keuze’-kerk was radicaal nieuw in de 16e eeuw. De dopers zijn nooit een heersende kerk of een kerk van het establishment geweest. Zo plaatst G.H. Williams (1914-2000) de magisterial reformation van Luther en Calvijn tegenover de radical reformation van mennonieten en anderen. De dopers braken met het Constantinisme en namen zo afstand van de gevestigde orde. Ze waren ook in maatschappelijk opzicht radicaal en werden her en der verdreven. In dat opzicht is het doperdom te vergelijken met het jodendom, dat net zoals het doperdom een diaspora-godsdienst is.’

Waren het alleen dopers die vervolgd werden? En wat kunnen we van de beweging leren?
‘Volgens James M. Stayer (1935) deed zich in de 16e eeuw op veel plaatsen het verschijnsel voor van breken met de kerk van de gevestigde orde. Anderhalve eeuw eerder ontstond in de Nederlanden de beweging van de Moderne Devotie. Ook die werd gekenmerkt door het maken van bewuste morele keuzes. Alleen maakte men zich toen nog niet los van de bestaande kerk. Ook had de Moderne Devotie geen directe relatie met de latere Hervorming, want tegen die tijd was zij al praktisch verdwenen. Tegenwoordig vindt overal in Europa, vooral in de steden, ontkerkelijking plaats ten gevolge van sociologische ontwikkelingen. Als we willen begrijpen hoe – we christen kunnen zijn in een ontkerkelijkte samenleving – na de vanzelfsprekende ‘christenheid’ – kunnen we inspiratie opdoen bij de doperse beweging van de 16e eeuw. De Britse theoloog Stuart Murray spreekt over het ‘post-christendom’: het gaat niet om het eigen voortbestaan, maar om de betekenis van het evangelie, namelijk het bijdragen aan een rechtvaardige wereld. Dat is ook altijd de kracht geweest van de doperse beweging, al vertoonde die natuurlijk wel pieken en dalen.’

U hebt deelgenomen aan de dialoog tussen Rome en het Doopsgezind Wereldcongres. Hoe werd daar aangekeken tegen de doopsgezinden? En heeft de dialoog geleid tot verandering?
‘Om te beginnen zijn de mennonieten wereldwijd zeer verschillend, zoals trouwens ook de katholieken. Belangrijk was dat katholieken en anabaptisten elkaar beter leerden kennen. Daarbij werd vooral gezocht naar wat beide groeperingen elkaar te bieden hadden. Voor mijzelf was het allerbelangrijkste de gemeenschappelijke opdracht om als kerken vrede te brengen. Dat is ook in de titel van het rapport opgenomen: ‘Samen geroepen om vredestichters te zijn’. Vooral in landen in Latijns- Amerika, waar de katholieke meerderheid de mennonieten beschouwde als een soort sekte, betekende de dialoog dat de mennonieten door de Rooms katholieke kerk voortaan serieus genomen werden. Maar in Rome heeft de dialoog niet echt geleid tot grote veranderingen, waarschijnlijk mede doordat de doopsgezinden veel geringer in aantal zijn dan de katholieken. Momenteel horen we niet meer zoveel over de dialoog, die ook alweer bijna tien jaar geleden plaatsvond. Meestal vindt er na verloop van tijd een vervolggesprek plaats. Maar Rome, dat met meerdere kerken een dialoog voert, hecht momenteel meer waarde aan de dialoog met de Oosters-orthodoxen. Het gesprek met protestanten, zeker die van de radicale reformatie, wordt minder belangrijk gevonden.’

Wat hebt u meegemaakt van het jubileumjaar van de doopsgezinden? En wat is uw mening over de toekomst van onze kleine geloofsgemeenschap?
‘Ik voel me nauw betrokken bij de doopsgezinde broederschap. Ik word regelmatig gevraagd om voor hen te spreken of mee te werken aan publicaties. Ik ken ook de jubileumuitgaven- Menno en Kracht van een minderheid. En hier in Nijmegen kerk ik regelmatig in de DoRe-gemeente. De kracht van de doopsgezinden ligt volgens mij in de combinatie van vrijzinnigheid en de inzet voor vrede en gerechtigheid. Die combinatie laat zien dat vrijzinnigheid geen vrijblijvendheid is. Je laten raken door het evangelie en dan de handen uit de mouwen steken. De doopsgezinden hebben een goed bewaard geheim en daarmee moeten ze naar buiten treden. Dat geheim moeten ook anderen kennen, met name vrijzinnige christenen die op zoek zijn naar passend (kerkelijk) onderdak.’

Henk Blom
Bron: Doopsgezind NL maart 2012

Peter Nissen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *