Vrijzinnigheid als alternatief

Meine Henk Kleinsma – Wie naar het politieke en godsdienstige leven in ons land kijkt kan gemakkelijk concluderen dat het slecht gesteld is met de politieke en levensbeschouwelijke vrijzinnigheid. Andere stromingen, populisme in de politiek en religieus fundamentalisme, lijken de boventoon te voeren. Ik zie dat anders. 

In mijn visie is de godsdienstige en politieke vrijzinnigheid van onverminderd grote betekenis, niet alleen als noodzakelijk tegenwicht, maar ook als zelfstandige stroming met een eigen positieve boodschap. De geschiedenis van de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) is voor mij daarbij het referentiekader.

Ontwikkelingen 19e eeuw
In het midden van de 19e eeuw ontstond een wisselwerking tussen de politieke en godsdienstige vrijzinnigheid. Het 19e-eeuwse politieke liberalisme opereerde namelijk niet in een geestelijk vacuüm. Het godsdienstig modernisme probeerde hemel en aarde dichter bij elkaar te brengen. Christus werd primair als een na te volgen uitzonderlijk mens beschouwd. De vrijzinnige prediking kreeg daarmee een sterk ethisch accent. Het leven was belangrijker dan de leer. Daarnaast was principiële verdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden gezichtsbepalend voor het modernisme. Het zal niet verbazen dat deze geloofsbeleving populair werd in doopsgezinde kringen, waar al veel langer soortgelijke denkbeelden leefden.

Het laat 19e-eeuwse politieke liberalisme kende een sterke progressieve vleugel die een actievere rol van de overheid wenste. De overheid moest voorwaarden creëren voor burgers om zich te ontplooien. De doopsgezinde Groningse politicus Samuel van Houten speelde een belangrijke rol in dit gezelschap. De latere vrijzinnig-democraten (de VDB werd in 1901 opgericht) gingen nog een stap verder: zij meenden dat juist degenen die het meeste belang hadden bij dit voorwaardenscheppende overheidsbeleid, zelf in staat moesten worden gesteld daarop invloed uit te oefenen, en wel door middel van de stembus.

Positief mensbeeld
Aan dit politieke programma lag een positief mensbeeld ten grondslag, een mensbeeld dat veel vrijzinnig-democraten ontleenden aan hun vrijzinnig-protestantse geloofsopvat- tingen. Ook na de verschrikkingen van de Eerste Wereld- oorlog bleef dit positieve, wereldgerichte idealisme van grote betekenis. De vrijzinnig theoloog – tevens VDB-ideoloog – Philip Kohnstamm (grootvader van D66-prominent Jacob Kohnstamm), belichaamde als weinig anderen deze sterke band tussen godsdienstige en politieke vrijzinnigheid. Een treffend citaat ter illustratie:

‘Een der lezers van mijn beschouwingen vatte zijn kritiek daarop samen met de woorden:
“Gij zijt democraat, omdat gij gelooft in mensen. Ik kan dat niet.” In den zin van het bovenstaande antwoordde ik toen: “Ik geloof zo min als gij aan mensen, maar ik geloof in het Evangelie.” Dit antwoord geeft zeker een deel van de waar- heid; toch is de tegenstelling die er in ligt opgesloten […] 
in den grond onjuist. Want juist het Evangelie leert ons te geloven in mensen, in hen vertrouwen te stellen. Nooit heeft iemand zo grenzeloos vertrouwen geschonken als Hij, dieeen zondares liet gaan met het simpele woord: “Ga henen en zondig niet meer.” Daarom vermag ook alleen Hij grenze- loos vertrouwen te wekken.’1

Inclusiviteit en democratische rechtsstaat
Anders dan vaak wordt gedacht was de VDB niet alleen de partij van de dokter, de dominee en de notaris. De Bond kwam ook op voor de belangen van degenen die in het toen al bestaande Nederlandse poldermodel niet aan bod kwamen: vrouwen (Aletta Jacobs was een prominent lid van de VDB), pachtboeren, Joden. De VDB verwierf zich daarmee het imago van een progressieve partij die nadruk- kelijk streefde naar inclusiviteit. Daarin paste ook een groeiende afkeer van de uitwassen van de verzuiling. De vrijzinnig-democraten wensten sterke nationale instituties voor alle Nederlanders, zoals een nationale omroep en een niet-ideologische vakbeweging. Dit vrijzinnig-democratische streven naar inclusiviteit sloot naadloos aan bij de conse- quente verdediging van de democratische rechtsstaat door de VDB in de jaren ’30. De VDB deed dat op een wijze die veel weerklank vond, namelijk door te appelleren aan nationale sentimenten: een goede Nederlander kan alleen democraat zijn.

De actualiteit
Kijkend naar de hedendaagse godsdienstige vrijzinnigheid valt een merkwaardige paradox op. Uit onderzoek blijkt dat het gros van de christelijk-godsdienstige Nederlanders objectief gezien als vrijzinnig moet worden beschouwd. Tegelijkertijd is de georganiseerde godsdienstige vrijzinnigheid volstrekt gemarginaliseerd. De kracht van de reëel aanwezige levensbeschouwelijke vrijzinnigheid geeft echter hoop als het gaat om het vermogen vreedzaam samen te leven met andersdenkenden. Een dergelijk vreedzaam samenleven gaat namelijk niet vanzelf. Een vrijzinnige benadering met haar zelfrelativering en tolerantie is hierbij uitermate behulpzaam. Positieve tolerantie is ook één van de kenmerken van de eigentijdse politieke vrijzinnigheid, vooral belichaamd door D66. Waar de PVV anti-sentimenten aanwakkert, komt het tegengeluid eigenlijk alleen van de politieke vrijzinnigheid die zich, tegen de tijdgeest in, nadrukkelijk op een positief mensbeeld baseert. Het verzet van de politieke vrijzinnigheid tegen de door het huidige en het vorige kabinet voorgestane beleid van ‘dwang en drang’, als het gaat om normdeviant gedrag te corrigeren, laat zien dat het haar ernst is de democratische rechtsstaat te verdedigen. Haar pleidooi om de verzorgingsstaat dusdanig te moderniseren dat ook toekomstige generaties ervan kunnen profiteren, bewijzen dat ook de vroeg 21e-eeuwse vrijzinnig-democraten serieus streven naar een inclusieve samenleving. De 21e-eeuwse vrijzinnigheid heeft al met al veel te bieden. Het is aan de politieke en godsdienstige vrijzinnigen, aan onszelf dus, om hun boodschap zelfbewust en op een veel actievere manier dan nu gebeurt, uit te dragen! 

Bron: DoopsgezindNL april 2012

Meine Henk Kleinsma is lid van de Haagse doopsgezinde gemeente en van D66. Hij promoveerde in 2007 op de geschiedenis van de Vrijzinnig- Democratische Bond.

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *