Vier vijf mei!

Het vieren van de bevrijding wordt 65 jaar oud, maar gaat niet met pensioen. Nadenken over wat vrijheid betekent houdt nooit op, zelfs niet als je die vrijheid al levenslang geniet, wat voor de meesten van ons het geval is. Toch blijft nadenken over de voorwaarden voor vrijheid van levensbelang, al was het maar omdat niet iedereen in de wereld vrij is.

De dodenherdenking wordt ook 65 jaar oud, en door het verstrijken van zoveel jaren kunnen steeds minder mensen iemand herdenken die ze persoonlijk hebben gekend. De herdenking krijgt daardoor in de loop van de tijd een ander karakter en zal zich meer gaan richten op abstractere waarden dan op persoonlijke herinneringen.
 
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei roept ons dit jaar bijvoorbeeld op om na te denken over de voorwaarden voor vrijheid in ons land en wereldwijd. Dat is een veelomvattende vraag. Om ons op het goede spoor te brengen verwijst het comité ons naar de vier vrijheden die de toenmalige president van de Verenigde Staten Franklin D. Roosevelt in 1941 noemde. Volgens hem moet ieder individu in deze wereld vrij zijn van angst en gebrek (fear and want) en vrijheid van meningsuiting (speech and expression) en godsdienst (worship) hebben.
 
Sinds 1941 is er natuurlijk enorm veel veranderd in kerk en samenleving. Om welke vrijheid zou het vandaag in onze kerk moeten gaan? Het ligt voor de hand dat we moeten opkomen voor de vrijheid van godsdienst, zowel voor het individu als in het publieke domein. Je mag geloven wat je wil en daaraan uiting geven zoals je wil. Ook mag je je organiseren in een kerk, organisatie of partij, zolang je bij dat alles maar binnen de grenzen van de wet blijft.
 
Daar stuiten we op de scheiding van kerk en staat en op het primaat van de overheid. Niet alleen wij zijn vrij om te geloven wat we willen, anderen zijn dat ook. De overheid staat boven de partijen en garandeert dat alle inwoners hun vrijheid behouden en kunnen uitoefenen. De legitimatie daarvoor gaat terug op de waarden van de Verlichting, in dit geval te beginnen bij de 17e-eeuwse Nederlandse filosoof Spinoza. Die waarden gaan uit van vrijheid van denken en van meningsuiting voor iedereen, ook ten opzichte van kerk en staat. Daar varen we allen wel bij en dat moet vooral ook zo blijven, maar aan besef dat wij allen die ruimhartigheid en vrijzinnige tolerantie aanhangen ontbreekt het nog wel eens.
 
In de kerk zijn we aan die luxe al zo gewend geraakt dat het voor velen moeilijk blijft dat ronduit te erkennen. Ze nemen de vrijheid er voor een koopje bij en doen alsof het aan de kerk, om niet te zeggen aan God te danken is dat we zover zijn gekomen. De kerk als instituut is echter vaker geïnteresseerd geweest in behoud van haar eigen macht, omdat die door het geloof gelegitimeerd wordt en zichzelf dus nooit kan relativeren. Compassie komt daarom in het algemeen bij individuen vandaan, want een kerk die het voor welke vrijheid dan ook wil opnemen moet tegelijk opkomen voor de democratie als waarborg. De kerk komt daarin zichzelf echter tegen aangezien ze haar eigen belijdenis boven de overheid stelt.
 
Vrijheid van godsdienst kun je alleen belijden als je tegelijk de democratische rechtsstaat bij wijze van spreken als hoogste geloofsartikel aanhangt en dus beseft dat ook al geloof je dat er een God is die zich met ons inlaat, je het toch principieel en met overtuiging aan de overheid moet overlaten om religieus gefundeerd misbruik van macht te voorkomen. Dat te belijden is de uitdaging van een kerk die zichzelf niet met een onmogelijk wereldbeeld en met een subcultuur van de samenleving afzondert. Vier én vijf mei vieren hoort in Nederland bij de identiteit van de kerk.

 
Ds. Evert van Gooswilligen (1958) is sinds 1991 hervormd predikant en werkt sinds 2002 in de Protestantse Gemeente Winterswijk (www.pgwinterswijk.nl).

Evert van Gooswilligen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *