Verwerken

Onlangs werd ik geïnterviewd tijdens Zinweb Café in Amsterdam. Interviewer Harmen Brethouwer vroeg me een paar dagen ervoor naar een thema en ik noemde “verwerken en vergeven”, omdat ik dat zoveel tegenkom in mijn werk en natuurlijk, zoals iedereen, ook in mijn leven. Mijn moeder was mijn eerste en grootste leermeester op dat gebied en daarom begon ik vorige week over haar te schrijven en over hoe ze niet goed verwerkte en wat daar het gevolg van was. Het zat er al een tijd aan te komen en het moest een keer geschreven worden. Terwijl ik aan het schrijven was gebeurde het al… zoveel herinneringen kwamen boven. En ik realiseerde me dat mijn moeder wel pogingen deed om te verwerken.

Zoals de herinnering dat mijn moeder en ik, hand in hand naar Shoah keken, de documentaire die ooit werd uitgezonden met de gruwelijke details van de concentratiekampen. Mijn moeder vroeg om het samen te zien, zodat ze er door heen kon gaan om het goed te verwerken.

Een groots moment omdat ons dat dicht bij elkaar bracht. Ik zie net op google dat het in 1985 is gemaakt, dus ik moet zo’n dertig jaar zijn geweest. Ze wilde de confrontatie aan gaan en met eigen ogen zien wat er precies was gebeurd. Wat een moed. Het hielp niet, haar pijn werd er des te erger door. Nu kwamen de beelden in volle heftigheid bij haar binnen. In mijn jeugd knipte mijn vader alle informatie over de oorlog uit de krant zodat mijn moeder het niet zou zien. Als Hitler op tv kwam rende hij naar het toestel om het uit te zetten.

Mijn moeder verloor zo’n dertig familieleden in de gaskamers van Sobibor. Haar vader en op één na al zijn zusters en broers, haar oma en opa, nichtjes, neefjes. Mijn moeder stond ingeschreven bij de Joodse gemeente als vol Joods. Ze had al een oproep gekregen en voor hij zelf werd weggehaald, zette haar vader dat nog “recht”. Mijn oma was christen en half Joodse kinderen mochten nog wat langer blijven leven.

Greet Dresden heeft zich na de oorlog staande gehouden met de boeken van o.a. Vincent Peale. Ze was een positief denker. Dat heeft haar een tijd veel goed gedaan.  Ze liep met ferme pas en haar hoofd met grote zwarte dot, trots in de lucht. Ze las, ondanks dat ze alleen lagere school had, boeken van Sartre en Spinoza en voelde zich een vrijdenker. Ze las iedereen de les en menigeen was bang voor haar priemende blikken en snelle tong. Ook ik was vaak bang van haar, ze zag door me heen en kon me op mijn zwakste plekken raken.

We konden ook uren praten over het leven en de dood. Ze vertelde over hoe ze de wereld zag en dat over honderden jaren iedereen van gemengd bloed zou zijn… alle rassen door elkaar omdat we allemaal één zijn. “Net als ik, zei ze dan trots: joods en christen, door elkaar.”  Ze wilde bewust leven en riep me dat vaak toe: “Bewust leven, Mar! Geniet van elke dag en elk moment!” Ze had grootse momenten en ik was dan zo trots op haar. In één van die momenten vergaf ze de Duitsers.

Ze zat vaak op bankjes in het Sarphatipark in Amsterdam en sprak met allerlei mensen. Als iemand naast haar zat die depressief was, dat gebeurde nogal eens, riep ze: “U depressief? Hebt u dertig familieleden verloren aan de gaskamers? Nou, ik wel en als ik positief kan zijn, dan kunt u het ook! Ga naar de markt en haal een bos tulpen en zet ze op tafel… koop een taart en geef die aan iemand die eenzaam is! Dat haalt u er wel uit.” Ze liet mensen verbijsterd achter. Ze is nog wel eens iemand tegen gekomen die zei: “U haalde me door uw woorden uit de depressie!”

Er kwamen ook andere momenten. Zoals de keer dat ik thuis kwam en alles donker was. Mijn moeder lag op de bank in de kamer in het donker en ik mocht niet naar binnen. Ik was een jaar of twaalf. Het duurde weken. Ma had een “inzinking” zoals ze het noemde. De dokter hoorde voor het eerst wat er in de oorlog gebeurd was en vroeg: “Mevrouw Ruijterman, wilt u misschien in therapie?” “O, nee.” antwoordde mijn moeder trots: “Geen sprake van, dat doe ik zelf wel! Ik ben oersterk en ik kan het alleen, mijn gedachten zijn krachtig en ik krijg alles voor elkaar! Ook dit!” Toen een tijdje later het licht weer aanging liep ze weer even trots als daarvoor de wereld in en toch was er iets veranderd.

Ze kreeg buien waarin ze radeloos en woedend schreeuwde en tierde en haar haar uittrok, zichzelf sloeg en me de huid vol schold. Het kon ook zo weer over zijn als de voetstappen van mijn vader op de trap klonken. Ze trok een glimlach en riep: “Mar, lachen… niets aan de hand!” “Dag Niek! hoe was het op je werk?” en voorbij was de paniek. Dat leerde me toen al dat je paniek kunt uitzetten als je dat nodig acht. Er is ergens in ons een toeschouwer die de boel in de gaten houdt en een nieuwe keuze kan maken.

Het was in het begin voor mij niet te geloven. Mijn moeder? Dat kan niet waar zijn… dit gebeurt niet echt. Ik was vreselijk bang en de jaren daarna gebeurde het steeds vaker dat ze zo’n bui had. Het contrast was gigantisch. Als ze zo was dan vergat ik totaal de mooie sterke moeder die ze ook was. Als ze weer normaal was vergat ik totaal haar paniekaanvallen en hadden we weer de mooiste gesprekken.

Ik kreeg een hekel aan positief denken omdat ze zich zo groot hield en en de positiviteit gebruikte als overlevingsstrategie waardoor ze zich enorm opblies. Mijn overlevingsstrategie was cynisme en ik kon haar daardoor van repliek dienen en voelde me sterker.

Toen ik later zelf de kunst van de kracht van gedachten leerde gebruiken was verwerken altijd gedachte nummer één:  “Ïk ga dit goed verwerken” is een zeer constructieve gedachte en dan is het zaak om het ook te doen. Dat is een grote les die ik van haar heb geleerd.

Ben ook een ster geweest in het niet willen voelen en mezelf als slachtoffer van de wereld zien. Heb jaren in therapie gezeten om alles te verwerken. Het lukte niet omdat ik in de therapie altijd maar weer het verhaal vertelde van hoe zielig ik was geweest. Pas toen ik er jaren later achter kwam dat door het gevoel bewust te voelen de pijn oplost, werd het zachter in mij.

Ik was zo bang de pijn toe te laten dat ik allerlei manieren vond om niet te hoeven voelen. Tv-kijken, snoepen, uitgaan, lezen. Op mijn drieëndertigste begon ik te mediteren en toen kon ik er niet meer van weg. En wat bleek… als de pijn heel dichtbij de kern komt… dat gedeelte wat ik zo graag wilde beschermen omdat het zo kwetsbaar leek: als de pijn de kern/de ziel raakt… lost het op. Het lost niet alleen op: er komt Liefde vrij en geluk. Wie had dat gedacht? Dat wat we willen beschermen blijkt onze diepste kracht te zijn. We zijn zielen met zoveel Liefde en Kracht in ons en dat zijn we vergeten. Tot we het ons weer herinneren en dan lost alles op. Alle verdriet, haat, jaloezie, wrok verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Mijn moeder werd ouder en ze ging zich steeds meer herhalen en stopte niet meer met praten. Tegen de arts van het ziekenhuis, zes weken voor haar dood, zei ze: “Ja, als u dertig familieleden had verloren aan de gaskamers dan had u ook een tia gehad…” Ze ging voor het effect. Heel af en toe hadden we momenten echt contact tot ze stierf. Ze kreeg een hartaanval en de laatste zes weken lag ze aan de beademing en kon niet meer praten. Ze was woedend dat haar dit moest overkomen en had een gigantisch hoge bloeddruk. Toen ze wist dat ze ging sterven werd ze rustig en we keken elkaar lang in de ogen. Met een groots gebaar van haar nog goede hand gaf ze aan dat de beademing mocht worden stopgezet. We hebben intensief afscheid genomen en ik heb genoten van het rouwen. Heb me er helemaal ingegooid en het was louterend en verlichtend.

Ze liet me later weten, via een medium, dat ze nu vrij is en dat ze haar leven overziet. Dat ze een karikatuur van zichzelf was geworden. Ze is nu vrij. Er is altijd bevrijding al wachten sommigen er op tot na de dood.

Zo lang hoeven wij niet te wachten. Het kan ook nu… als je denkt: het is genoeg geweest. Zeg tegen je zelf: Ik ga nu zitten en voelen wat er te voelen is. Ik ga het aan en niet meer uit de weg. Laat maar komen… en ontvang de pijn in je hart, adem het in en voel wat er gebeurt. Als je het eng vindt vraag er iemand bij die je vertrouwd. De pijn kan nooit langer duren dan twintig minuten… en soms moet je het vaker doen. We hebben elke dag wel wat te verwerken en we kunnen het af en toe bijhouden. Ook mooie gebeurtenissen verwerken we niet altijd en gaan er aan voorbij. Ook die kun je voelen en verwelkomen en diep naar binnen laten komen. Als we het allemaal opsparen lopen we uiteindelijk toch tegen de muur. Waarom er op wachten?

In de diepte van wie we werkelijk zijn: op zielsniveau komen we elkaar tegen en blijken we één te zijn en lost alles op.

Foto: Aeliane van den Ende

Marja Ruijterman
Marja Ruijterman geeft trainingen en is spreekster en columniste. Ze heeft verschillende boeken geschreven (zie hier). Verder houdt ze zich bezig met coach-trajecten over communicatie, zelfvertrouwen, leiderschap, werken en leven vanuit rust en innerlijke kracht.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *