Veertig dagen zin? Vast wel! (2) – Verzoenen als verraad?

De Vastentijd is nu een week bezig. De meesten kennen dezen tijd als een periode van bezinning op en versobering van hun levensstijl. Zinweb vroeg een aantal schrijvers tijdens deze periode iets te schrijven met als titel: ‘Veertig dagen zin? Vast wel!’. Vandaag een artikel over verzoenen van Foekje Dijk, voorganger in de VVP – gemeente Assen.

Op de gesprekskring gaat het er fel aan toe. Er ligt ook nogal wat op tafel, namelijk niets minder dan het woord ‘verzoenen’. Uiteraard met de nodige godsdienstige ondertonen, we zijn tenslotte een geloofsgemeenschap.

Deze notities beginnen bij Yom Kippur, ofwel Grote Verzoendag. Hét joodse feest bij uitstek. Daarna de prangende vraag of het christendom ook een soort van grote verzoendag kent. Iemand oppert: ‘Het censura morum wellicht, iets van vroeger, voorafgaand aan het zo genoemde Heilig Avondmaal.’ Ach ja, dat is ook zo, herinneringen schieten terug in de tijd, het Censura Morum, letterlijk: onderzoek naar de zeden.

Voorafgaande aan de bediening van dat Heilig Avondmaal in de gemeente werd destijds – op sommige plekken nog steeds – op de kerkenraadsvergadering censura morum aan de orde gesteld. De Dordtse Kerkorde geeft in art. 81 dit ook zo aan: De dienaren van het Woord, de ouderlingen en de diakenen zullen onder hen de christelijke censuur oefenen en elkaar van de bediening van het ambt vriendelijk vermanen. Met als doel zich te verzoenen wanneer er onderlinge conflicten zijn.

Het verzoenend bloed van Christus komt ter sprake – we zitten tenslotte in de veertigdagentijd én met herinneringen aan dat laatste avondmaal. Verbazing klinkt, hoe kan iemand tweeduizend jaar geleden jouw zonden verzoenen voor God. Vragen komen op: wat maakt verzoening met God anders dan verzoening met je zelf? Of de verzoening met een ander die jou leed heeft berokkend?

Grote woorden vliegen over tafel, momenten uit de persoonlijke geschiedenis en de politieke historie. Totdat die ene vraag gesteld wordt, en even een diepe stilte neerdaalt in het met stemmen gevulde vertrek: ‘kan verzoenen ook verraad zijn?’ Nadere uitleg wordt verlangd van de vragensteller. Ze geeft het voorbeeld van een familievete, helaas niets ongewoons. Drie kinderen, die samen in onmin leven, na een onverkwikkelijk voorval. Op een gegeven moment in de tijd verzoenen twee van de drie zich met elkaar. De derde voelt zich verraden. Het verhaal van ‘de verloren zoon’ dient zich aan. De thuisgebleven jongen, die zich verraden voelt na de verzoening tussen vader en ‘verlorene’.

De lijdende Christusfiguur, die in de vrijzinnige optiek van de aanwezigen, verraden wordt door de zo genoemde bloedtheologie. Als zou die figuur door de afgrijselijke kruisdood verzoening moeten brengen, daar, waar mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun daden.

Zelden ben ik de veertigdagentijd zó op het scherpst van de snede binnengetrokken. Een zinvolle tijd met veel onzin. Het blijft knagen, de vraag aan de architecten van de bloedtheologie: ‘verzoenen als verraad?’ 

Foto: Spud Murphy/Wikimedia Commons

Foekje Dijk
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *