Tussen kerk en festival

Onderzoek naar de religieuze beleving van twintigers
Johan Roeland (1977) studeerde theologie in Utrecht.  Een tijdje was hij nog jongerenpastor in de remonstrantse gemeente in Utrecht. Hij werkt nu op de faculteit Theologie van de VU  als docent  ‘Media, religie en cultuur’.  Hij promoveerde op de religieuze beleving van evangelicale jongeren in Nederland.  De verbouwing van zijn huis in Schoonrewoerd – zodat er in de toekomst ook jongeren ‘begeleid’ kunnen wonen – is in volle gang, maar tussen de bedrijven door trok hij tijd uit voor AdRem om over zijn onderzoeksterrein  te spreken.  

Hoe ziet de religieuze identiteit van twintigers er uit? 
‘De twintiger bestaat natuurlijk niet.  Sociologen die onderzoek  doen naar religie in Nederland  gebruiken begrippen als individualisering, subjectivering en privatisering om over de veranderingen in religieuze beleving te praten, maar ik heb moeite met die begrippen.  Ik doe liever kwalitatief onderzoek waaruit veel meer nuances over de spirituele ambitie,  over idealisme en over morele waarden van jonge mensen naar boven komen.  Twintigers zouden volledig geseculariseerd zijn, maar het is maar wat je daaronder verstaat. Een deel van de jongeren voelt zich in de eerste plaats thuis in evangelicale en orthodoxe kerken.  Een grote groep van zestig procent  bevindt zich daarentegen in een grijs gebied waarin zij zich afzetten tegen de kerken, maar tegelijkertijd weinig ophebben met ‘diehard’ atheïsme.  Spiritualiteit vat ik op in brede zin als diepe gedrevenheid, of gedrevenheid door hogere waarden.  Een dergelijke spiritualiteit bestaat onder die groep jongeren wel degelijk, maar het heeft een heel andere vorm dan wat traditionele kerken er onder verstaan.  Deze jongeren willen geen bevoogding en zijn op zoek naar ‘lichte’ gemeenschappen, waarin zij gezelschap en saamhorigheid zoeken.  Denk aan het lezen van een bepaald tijdschrift,  deelname in sociale media, vrijwilligerswerk.  Popfestivals en films  moeten we bovendien serieus nemen als we op zoek zijn naar spirituele drijfveren van twintigers.  Kijk naar een dancefestival als Sensation.  Naast de boodschap van hedonisme en entertainment, worden in de visuals  van het festival boeddhistische elementen geprojecteerd.  Een film als Avatar is een zoektocht naar de spirituele dimensie van de kosmos.  Deed het erg goed bij jongeren.  Het gevaar is wel dat deze spiritualiteit de fase van de eigen identiteitsvorming niet overstijgt, een strikt private aangelegenheid is  en niet stimuleert tot  sociale actie.  Toch zie ik dat laatste ook om me heen: idealisme in een baan, reizen om anderen te helpen,  actieve vriendschappen onderhouden, wonen in woongroepen, zich inzetten voor maatschappelijke problemen. Praktisch handelen lijkt de nieuwe vorm van spiritualiteit.’

Komt God nog voor in de spiritualiteit van twintigers?
‘De christelijke God en de traditie van de kerken is niet meer vanzelfsprekend.  Er worden heel veel religieuze repertoires aangeboden en jongeren maken daar een eclectische mix van.  De markt van mogelijkheden is echter wel zo’n beetje in kaart te brengen. Evangelische jongeren voelen zich happy in tal van christelijke contexten.  De hedendaagse spirituelen lezen zelfhelpboeken of boeken over een succesvol bestaan op de arbeidsmarkt , ze volgen psychologische cursussen of zoeken naar zingeving in eenheid en rust.  Dan heb je de moslimjongeren die nieuwe vormen van islam aan het ontwikkelen zijn. En ten slotte een groep die opgaat in de spiritualiteit van het vitale leven, zeg dertigers die een volkstuintje beginnen of een hang hebben naar het platteland.  Het zijn mensen die zich bekommeren om de mens en de aarde.’

Waarom jouw concentratie op evangelische jongeren?
‘Onder sociologen zijn de seculariseringstheorie en de subjectiveringstheorie in zwang.  Die wilde ik eens loslaten op evangelische jongeren als case study.  De eerste theorie gaat bij hen niet op,  de tweede ogenschijnlijk wel.  In het evangelisch christendom lijkt religie immers volstrekt gesubjectiveerd, het gaat om de strikt persoonlijke beleving van God. De charismatische varianten hebben bovendien een sterk therapeutisch karakter,  waarin sociale actie helemaal ontbreekt. Tegelijkertijd wordt de persoonlijke beleving gezocht en ondergebracht in gemeenschappen, kerkelijke, maar ook lichte en tijdelijke gemeenschappen op festivals, waar het persoonlijke gedeeld en bepaald wordt. In die zin is ook de subjectiveringstheorie problematisch.

Evangelische jongeren komen niet zelden uit orthodox- christelijke kerken.  Vanuit hun perspectief gezien hebben ze in evangelische kerken  op drie terreinen  meer vrijheid, dat maakt de aantrekkingskracht ervan uit.  In de eerste plaats ligt er een sterke link met de popcultuur. Dat wordt als cool ervaren. In de tweede plaats  is de religieuze beleving heel anders. Niet meer een zondagochtenddienst, maar worshipmuziek door een band vanaf een podium.  Ook de beleving is die van de popcultuur, dus de thrill van de muziek, bassen die door je lijf dreunen,  het gemeenschapsgevoel  om bij het concert te zijn. Het evangelicale geloof ontpopt zich nog wel eens als festivalreligiositeit, durf ik wel te zeggen.  In de derde plaats wordt er open gepraat en gediscussieerd over bijvoorbeeld seks en over school.   Kijk naar het Flevofestival , dat evolueerde van geslotenheid naar een eerlijk gesprek over allerlei zaken die voor jongeren belangrijk zijn.  Veel van deze jongeren vallen  voor een duidelijk repertoire en zijn op zoek naar geloofwaardige narratieven.  Maar  ook zie je een progressieve stroming, ik noem het de post-evangelicale beweging,   waarin de hele geloofstraditie bediscussieerd wordt.  Alles staat ter discussie, het geloof wordt vragenderwijs beleefd.  Spannend hoe dat gaat aflopen. ’

Waar blijven de remonstrantse jongeren?
‘Dit alles is niks voor de remonstranten natuurlijk,  dat moet je ook niet willen reproduceren.  Evangelische jongeren kun je misschien wel als postmodern bestempelen, de remonstranten zijn juist ‘übermodern’.   Zij kenmerken zich door  rationaliteit, intellectualisme en individualisme.  Bij de evangelicalen prevaleert het hart, bij de remonstranten het hoofd.  Qua esthetiek zetten jullie sterk in op de hogere kunsten, dat vinden twintigers niet zelden elitair. Worship is eigenlijk ‘De Toppers in een religieus jasje’.   De remonstranten profileren zich bovendien nog als een echte kerk, terwijl jongeren niet zoveel van instituten meer moeten hebben.  De gemeenschap vraagt ook flink wat van haar leden , terwijl veel jongeren misschien wel meer de tijdelijke en vrije festivalgemeenschap willen ervaren. Op die festivals wordt het gewone leven en de dagelijks sleur even buiten de deur gehouden, de euforie van het gezamenlijk beleefde moment overheerst.  Slechts een klein deel van de jongeren wordt bediend door een kerk met de eigenschappen als die van de Remonstrantse Broederschap. 

Er is in Nederland weinig onderzoek gedaan naar religieuze beleving van twintigers. Wel  zijn er prachtige studies uit de VS, waarin kwalitatief en kwantitatief onderzoek werd gecombineerd.  Ik zou graag eens  een etnografie , een beschrijving van binnenuit,  van de religieuze beleving van Nederlandse twintigers willen maken!  Mooi plan, maar eens vakgroepen op andere universiteiten en kerkelijke instituten  polsen of zij twee ton voor een AIO op willen brengen…’

bron: Adrem juni 2012

Michel Peters
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *