Tien geboden (4)

Deze zomer wijdt Rini Rikkert een serie aan Bijbelwoorden die bijna iedereen wel kent: de tien geboden. Op sommige plaatsen worden ze nog iedere zondag voorgelezen.

Het derde gebod luidt: ‘Misbruik de naam van JHWH uw God niet’. In de tijd dat dit gebod werd uitgevaardigd, waren woorden, maar zeker godennamen, geladen met een geheimzinnige, magische kracht. Wie de naam van een god kende en hem uitsprak, kon daarmee een bepaalde kracht in werking zetten, die het mogelijk maakte die god aan zich dienstbaar te maken. Geen wonder dat de bijbel daar een stevig verbod op zet.

Het zal de meesten van ons nu vreemd in de oren klinken. De meesten van u denken waarschijnlijk meteen aan een gebod op vloeken, en mij werd al als klein kind goed ingeprent dat je nóóit zomaar ‘God’ mag zeggen, of ‘Jezus’, en al helemaal niet dat vreselijke woord godverd… want daarmee bad je eigenlijk om je eigen verdoemenis. Je hebt ook nog verbasteringen, zoals gossie of tjeetje – dat mag ook niet. Bij de verbasteringen is het niet helemaal gelukt, maar voor de rest is dit gebod luid en duidelijk bij me overgekomen. Eén keer ging het mis: toen ik achteruit reed, vol op een andere auto. Mijn moeder zat naast me, en was meer overstuur van mijn vloek dan van de aanrijding. Ik zal het nooit meer doen, zeker niet waar zij bij is.

Nu denk ik, dat dit gebod vooral slaat op al die keren dat we zo zeker denken te weten wat God zegt of wil zonder ons te realiseren dat het onze eigen gedachten zijn. Zou dat het verschil zijn tussen Gods naam eren, en Gods naam ijdel gebruiken?

Rini Rikkert
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *