Thuisblijverspreek – Piet van Die 'Sympathie'

De ‘thuisblijverspreek’ is deze keer van Piet van Die. Alle thuisblijverspreken worden gearchiveerd in een map onder deze naam. De vorige preken vindt u ook als u naar de onderzijde van deze pagina doorscrollt.

Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen. (Hebreeën 4,15)

Aan de Joodse advocaat Abel Herzberg werd eens gevraagd wat hij voelde toen de staat Israël gesticht werd. Je zou verwachten dat hij als Zionist had geantwoord met: ‘Toen sprong ik een gat in de lucht natuurlijk!’ Maar hij zei: ‘Ach, ik voelde een lichte teleurstelling, want mijn ideaal was werkelijkheid geworden.’

Een vreemd antwoord, maar het raakt aan iets wat de meeste mensen wel kennen. Je hebt dromen, verwachtingen, wensen of verlangens, maar wanneer ze gestalte krijgen blijft er een rest van onvrede hangen. Jonge mensen (het zijn meestal jonge mannen) lagen in de rij voor de nieuwste I-Phone 5. Ze wilden er als eerste één op zak hebben. En toen ze er één bemachtigd hadden, waren die stoere mannen als een klein kind zo blij. Maar het hebben van de zaak is ook weer snel het einde van het vermaak. Velen kijken na een tijdje alweer uit naar de I-Phone 6!

Dichter Rutger Kopland deed ooit verwoede pogingen om van het roken af te komen. Het lukte. Dan ben je natuurlijk trots en blij. Maar jaren later schreef hij in een gedicht over het verlangen ‘naar die gelukkige tijd dat je nog rookte.’ Ja, wij zetten een stip op de horizon waar we ons naar richten, maar als we die stip bereikt hebben lijkt de horizon van verlangen nog net zo ver weg. Het punt dat we bereikt hebben is net niet de vervulling waar we op hoopten. ‘Is that all there is?’ zong een liedje van lang geleden: is dit alles wat er is? Het is steeds hetzelfde liedje met ons. Het liedje van ‘net niet’. Het is net niet wat je ervan verwachtte.

Ouderen die de oorlog meemaakten vertellen van de verwachting na Bevrijdingsdag: nu zou alles anders worden! De onderlinge solidariteit van de bevolking tijdens de bezetting zou alle verschillen van vóór de oorlog ongedaan maken. Maar alles ging op de oude voet voort alsof er niets gebeurd was. De realiteit bleef achter bij de dromen.

Jonge mensen dromen over de partner van hun leven. Maar als die in je leven verschenen is moet je na een tijdje toch weer van je roze wolk af. Je redt het niet meer alleen met een liefde-omdat: omdat hij zo leuk is, omdat zij zo lief is. Je ontdekt het tekort in de ander, en de ander in jou. Er is dan een liefde- ondanks nodig: ondanks het feit dat hij weleens driftig is, ondank haar nukken. Je hebt misschien je ideaal bereikt, maar net als Abel Herzberg zucht menig mens dan inwendig ook een soort van: ‘Ach, ik voelde een lichte teleurstelling.’ Annie M.G. Schmidt schreef:

De dingen die je graag wilt, die komen op den duur.
Ze komen vroeg of laat, maar meestal laat, dat is zo zuur.
Wanneer je jong bent heb je doorgaans nooit een cent in kas
en als je eind’lijk geld hebt voor een hele dure jas, dan staat ie je niet meer.

Het komt te laat, je vist achter het net, iets breekt je bij de handen af, of het is net niet wat je ervan verwachtte – het zijn allemaal omschrijvingen van het menselijk tekort waar we ons niet bovenuit kunnen tillen. Wij zijn het net niet.

De Hebreeënbrief vertelt van één van ons die het wel was. Een mens die af was. Het gaat om het meest voorbeeldige kind van God: Jezus. In de Hebreeënbrief wordt hij op een bijzondere manier uitgebeeld. Hij wordt getekend als een hemelse hogepriester. Een priester is al hoog. Een hogepriester nog hoger. Maar een hémelse hogepriester is de overtreffende trap!

Een hogepriester had in het oude Israël toegang tot de allerheiligste ruimte van de tempel in Jeruzalem: de ruimte waar de Ene woonde. Als vertegenwoordiger en plaatsvervanger van de mensen bracht hij offers aan God om de band tussen God en mensen goed te maken of te houden. Naar analogie daarvan wordt Jezus getekend als een hemelse hogepriester die in de tempel van de eeuwigheid het blijvende offer is dat de band tussen God en mensen goed houdt.

Het beeld zegt u misschien niets. Het staat inmiddels ook ver van ons af. De brief aan de Hebreeën was dan ook geschreven aan Joodse christenen die nog vertrouwd waren met de beeldtaal van de tempel. Maar laten we het maar voor onszelf zo zeggen: Jezus was een mens die ‘af’ was. God meest trouwe kind. Dan staat het misschien nog ver van ons af. Maar dat bedoelt de Bijbel eigenlijk ook te zeggen: Jezus staat boven ons.

En toch is hij geen ver-van-ons-bed-show. Want tegelijk mogen we ook zeggen: hij staat naast ons. Nee, sterker: hij zit in ons. In de zin van: hij kan er in komen – in wat ons bezighoudt. Hij was een mens die ‘af’ was, maar niet in de zin van: een kunstmatig mens die eerder op een robot leek dan op een mens. Hij kan zich in ons verplaatsen – in onze onaf-heid.

De Hebreeënbrief gebruikt het woord sympathiseren. Letterlijk betekent dat: mede-lijden. Dat klinkt zwaar: alsof het leven lijden is. Dat is soms helaas ook wel zo. En in de kerk richten we ons daar al snel op. Maar dan vergeten wij de vele mensen die niet gebukt gaan onder zware lasten, maar die worstelen met hun kleine tekorten. En daarvoor is Jezus ook gekomen: voor de kleine tekorten, de kleine nederlagen. Laten we met het oog daarop dat woord ‘sympatiseren’ dat de Hebreeënbrief gebruikte wat gewoner opvatten. In ons taalgebruik betekent sympathie ook: een verwantschap voelen. Je zou dan ook kunnen zeggen: Jezus voelt verwantschap met ieder mens die het gevoel kent van ‘het is het net niet’. Hij kent het van binnenuit. Want hij heeft dit hele gewone, eindige leven met ons gedeeld. Het is hem niet vreemd.

Maar hij heeft het met ons gedeeld zonder te zondigen. Zondigen – dat betekent in de Bijbel zoiets als: je doel missen. Je zit er naast. Je komt niet tot je bestemming. Het is het net niet. Jezus heeft zijn doel wèl gehaald. Zijn doel: mensen met Gods liefde te verbinden. Tot het einde toe heeft hij vastgehouden aan de liefde voor zijn Vader en voor de mensen. Daarom kon hij aan het kruis roepen: ‘Het is volbracht.’ Dat betekent: ‘Het is gelukt’. Het was af. Daarom heeft God hem een ereplaats gegeven, en is hij dáár: in de hemel dichtbij Gods liefde. Maar tegelijk ligt zijn sympathie hier: dichtbij mensen die vallend en opstaand hun weg zoeken in het leven. En tussen daar en hier is hij de loopplank tussen God en ons. En brengt hij ons in verbinding, in relatie met de Vader.

Wel, als de Hebreeënbrief gelijk heeft dan stelt die relatie ons in staat om onze tekorten te relativeren. Relativeren – dat komt van: in relatie brengen tot. In relatie met God gaat ons leven er anders uitzien. Er komt ontspannenheid. Als het goed is tussen God en ons dan kun je met humor en liefde tegen eigen en andermans onvolmaaktheid aankijken. Je wordt er lichter van.

Piet van Die
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *