Thuisblijverspreek – Paaspreek van Hester Smits

Een preek voor mensen die niet naar de kerk gaan. Om allerlei redenen. Een Thuisblijverspreek. Onder deze veelzeggende titel, een vondst van Eric Corsius, plaatst Zinweb op zondagen uitgeschreven preken op Zinprofiel. Juweeltjes van teksten veelal, die de moeite waard zijn om eens goed voor te gaan zitten en nog lang over na te denken. Voedsel voor de ziel. Zinweb heeft een aantal vrijzinnige voorgangers bereid gevonden om hun preken aan te bieden voor plaatsing op onze website.
Vandaag een Paaspreek van Hester Smits.

CHRISTUS ALS HOVENIER, Ida Gerhardt

Zij dacht dat het de hovenier was. Joh. 20:15
Eén Rembrandt kende als kind ik goed:
de Christus met de grote hoed
wandelend in de ochtendstond.
En, naar erbij geschreven stond:
Hij was de hovenier.

En nòg laat ik mijn tranen gaan
als in de gaarde ik Hem zie staan,
en – wat terzijde – in stille schrik
die éne, zij die dacht als ik:
Het was de hovenier.

O kinderdroom van groen en goud —
géén die ontnam wat ik behoud.
De laatste hoven naderen schier
en ijler wordt de ochtend hier.

Hij is de hovenier.

Het paasevangelie volgens Johannes
Opstanding
20
1 Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. 2 Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.
11 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Paaspreek
Joris Luyendijk heeft een aantal jaren geleden een boek geschreven: het zijn net mensen. Daar stelt hij dat mensen door de media gemanipuleerd worden. Ik herinner mij dat hij in een van zijn vele mediaoptredens vertelde dat in Jeruzalem journalisten werden gewezen op het zogenaamde stenenuurtje. Om twee uur begon dat. Dan gingen jongeren elkaar met stenen te lijf. Na een uur was het weer gestopt. In de krant stond dan op de voorpagina een grote foto: Palestijnse jongeren weten van geen ophouden. Dat klopt niet, zegt Luyendijk want het was een mediaoptreden. Je kijkt met de ogen van een journalist die een verhaal heeft. Het staat gedrukt dus je gelooft het. Foto’s en taal zijn manieren om je blik te beïnvloeden.

In feite gebeurt er bij de evangelieschrijvers niet veel anders. Zij zijn geen objectieve getuigen maar zij willen ons overtuigen, kijk mee met mijn bril en mijn blikrichting. Johannes heeft zelfs het woord zien en aanschouwen een belangrijke plaats gegeven in dit gedeelte. Wat zie je? Wat denk je daarbij en hoe geef je dat betekenis?
Maria die gaat in alle stilte op weg en schrikt zich een hoedje. Een leeg graf. Ze haalt onmiddellijk wat leerlingen op. Die durven een stapje verder en zien een leeg graf met doeken. Niet slordig achtergelaten, in haast maar netjes opgevouwen, alsof diegene in alle rust is weggegaan en misschien wel weer terugkeert. Ach, zo staat er in Johannes, zij wisten ook niet hoe het verder ging. En de leerlingen gaan weer weg. Wat zoek je nog bij een leeg graf. Maar Maria blijft. Ze huilt en wil nog niet achterlaten wat ze mist. Een mooi detail vind ik dat.

Laatst hoorde ik bij een rouwbezoek een verhaal over iemand die in een winkel had gestaan. Een drogisterij. Een winkel, beschreef haar zwager beeldend, zoals er vroeger winkels waren: een ouderwetse winkel. Toen ik hem vragend aan bleef kijken, zei hij twee woorden: tijd en aandacht. Of om het met dat mooie ouderwetse woord te zeggen: verwijlen. Maria had tijd en aandacht voor de dingen die stonden te gebeuren. Zij verwijlde daar in die tuin. Huilend, verdrietig, Niet wetend naar wat haar te wachten stond. Misschien een beetje dwalend, zoals je op mooie begraafplaatsen kan. Er staan bomen, bankjes, het is er lommerrijk, een beetje zoals Rembrandt heeft geschilderd. Je verwijlt bij degene die je bent verloren, je verwijlt bij je herinneringen. Even tijd en aandacht. Ook al maakt dat soms verdrietig. En juist dan, als je nog even verwijlt, achterblijft, gebeuren er soms mooie dingen.

En dan zijn daar opeens allemaal tekenen: ze ziet twee engelen staan bij de doeken die nog in het graf liggen en dan opeens is daar Jezus. Maar ze herkent hem niet als zodanig. Hij was de hovenier. Rembrandt heeft de fout laten staan. En niet zo gek misschien als je bedenkt dat het ooit ook allemaal begon in een tuin, het paradijs, daar waar Adam, de mens, adem kreeg en de liefde en de kennis van goed en kwaad. En nu na de kruisiging: de graftuin omgevormd tot een paradijs. De tuin waar Jezus werd neergelegd als laatste eerbetoon is nu een tuin geworden die doet denken aan de paradijstuin met Jezus als tuinman.

Maar goed. Ook weer over zien en kijken: Maria ziet de tuinman. Zij herkent in hem niets als van Jezus. Laten haar ogen haar in de steek? Nee, maar haar waarneming is beperkt. Haar verwachting bepaalt haar blik. Wie kan daar anders lopen dan een tuinman? Het zijn je eigen verwachtingen die je blik bepalen.

Joris Luyendijk heeft er zo prachtig de vinger op gelegd. Maar het zit vaak niet alleen in foto’s, het zit hem ook in taal. Let eens op de taal op de TV over Gadhaffi. Het gaat erom hem klein te maken, hem af te zetten, woorden als oorlog vallen er. Gadhaffi het lievelingetje van zoveel staatshoofden wordt nu in kleinerende taal besproken. In de taal die gebruikt wordt, wordt je blikrichting bepaald.

Een heel ander voorbeeld.
 Ik kwam een kennis tegen die piloot is en die net een lange vlucht achter de rug had. De piloot had een meisje van een jaar of twee bij zich.
“Hoe heet zij?”, vroeg ik aan deze kennis, die ik vijf jaar lang niet had gezien en die in die tijd was getrouwd. “Hetzelfde als haar moeder,” antwoordde de piloot. “Hallo, Suzan,” zei ik tegen het meisje. Hoe wist ik haar naam als ik het gezin verder niet kende? ( de piloot is haar moeder van wie ik de naam ken). Makkelijk maar toch zit je even op een fout spoor. Waarom? Omdat een piloot in veel hoofden eerder een man dan een vrouw is.

Als je dan een man ziet met een strooien hoed en een schep, zoals Rembrandt schilderde op doek, naar aanleiding van dit prachtige verhaal, dan denk je toch: dat is de tuinman, hovenier.  Wij hebben een bepaalde manier van kijken en denken die ons heel vaak helpt, maar ons ook weleens dwars zit. Zien wij in een tuinman iets van Christus?
Maar dan spreekt de tuinman de naam van Maria uit en in één adem noemt zij hem: meester. Mijn rabbi. Ze herkent hem. Op gehoor. Zoals je jouw kind mama hoort roepen terwijl er nog twintig andere mama’s om je heen staan. Zo vertrouwd als de stem van je vader of moeder is. Of zoals je soms kan zeggen: wat klink je als je broer, dezelfde intonatie, hetzelfde stemgeluid. Maria zag heel veel maar pas in de klank van zijn stem herkende zij degene die haar zo na was geweest. Jezus noemt haar bij haar naam. In je naam wordt je gekend. Ten diepste, bij je naasten en bij God.

Dan valt het allemaal op zijn plek. De hovenier, Christus en Maria. Hun levens waren weer met elkaar verweven. Net zoals Ida Gerhardt tot de slotsom komt dat het schilderij dat zij gezien heeft als kind nog indruk maakt. Het was niet de hovenier, het is de hovenier. Nu zij gaat sterven, spreekt zij in de tegenwoordige tijd. Haar levensverhaal is verbonden met degene met de grote hoed.

Kijken naar datgene wat zomaar, als je verwijlt, op je pad komt maakt je een ander mens met andere ogen en een ander gehoor. Het is een eye-opener. Jezus zag er uit als een tuinman maar in zijn stem klonk iets door van de man die zij had gekend en bemind.

Ik hoop dat dat ook onze ervaringen zijn, dat wij in anderen iets van Christus terug zien. Ook al heeft hij een strooien hoed en een schep, ook al is hij zwart en asielzoeker, ook al is zij degene die je liever uit de weg gaat. Christus kent vele verschijningen. Ook in onze tijd.

En natuurlijk zijn er mensen die zeggen: staat ver van mij af. Ja, zou kunnen. Maar dan kom ik toch nog even terug bij Joris Luyendijk. Hij heeft naast boeken ook gepresenteerd. Voor de VPRO zomergasten bijvoorbeeld. Achteraf zei hij daarover: Ik leerde daar een vraag stellen die vaak wat oplevert: wat heeft je het meest verbaasd?  Vraag het een ander of jezelf eens.

Verbazing en verwondering zijn vaak die momenten die jouw verwachtingspatroon doorbreken. Als Christus verschijnt met een strooien hoed en een schep in zijn hand, gewoon als een tuinman. Kun je meer zien dan dat? Heb het lef je te verbazen, te verwonderen. Dat is het begin. Bij verbazing sta je open voor een andere kijk op mensen. Dan ontmoet je iets meer in mensen dan een strooien hoed of een schep. Iets van Christus.  Moge dat zo zijn.

Hester Smits
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *