Thuisblijverspreek Dieuwertje Dirkse 'Op Reis'

De ‘thuisblijverspreek’ is deze keer van ‘lekenpreker’ Dieuwertje Dirkse. Alle thuisblijverspreken worden gearchiveerd in een map onder deze naam. De vorige preken vindt u ook als u naar de onderzijde van deze pagina doorscrollt.


See video

 

Schriftlezing : Lucas 15, vers 11 tot en met 24:

Vervolgens zei hij (Jezus): ‘Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.
Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 
Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 
Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 
“Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 
Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23 Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

Je was losbandig en je hebt het geld verkwist, maar ik sta je met open armen op te wachten. – vrij naar de Bijbel, Lucas 15 11-24 –

Het is nooit te laat om de dag opnieuw te beginnen, het is nooit te laat om de telefoon te pakken en mij op te bellen. Het is nooit te laat om je hoofd op mijn schouder leggen en thuis te komen. – songtekst Michael Franti ‘Never too late’–

We gaan naar begin van het verhaal over de verloren zoon. De jongste zoon vraagt om dat deel van het bezit van zijn vader waar hij recht op heeft. Hij vraagt het niet echt, hij eist het haast op en hij krijgt zijn deel.
Ook de oudste zoon krijgt zijn deel, maar de oudste zoon besluit bij zijn vader te blijven. Hij is trouw aan zijn vader. Zijn leven kabbelt voort, het is goed.
Het leven van de jongste zoon kabbelt niet. Het is meer een woeste zee. Het kent enorm hoge pieken en extreem lage dalen. Euforie wisselt zich af met malaise. 
De jongste zoon verzilvert al snel zijn deel en trekt de wijde wereld in. Hij gaat naar een ver land staat er. Ver van zijn vader. Uit het zicht. Hij feest en hij beest. Hij is losbandig staat er. Volgens de van Dalen: hij deed precies waar hij zin in had. Hij gaf veel geld uit – verkwistte het -, hij dronk veel en vree met wie hij wilde.

Als ik het in onze tijd zou plaatsen, ging hij misschien wel  naar Chersonissos, Voor wie ‘oh, oh Cherso’  heeft gezien, behoeft dit verder geen uitleg; het is Salou in het kwadraat, daar kan je alle boekjes te buiten gaan. Misschien was hij wel iets rustiger; ging hij gewoon op reis en deed wat hij wilde. In ieder geval; hij had geen contact met thuis.
Hij verbrast zijn geld. Na een tijdje heeft hij niets meer. En of dat nog niet lastig genoeg is, breekt er ook nog hongersnood uit. Hij probeert zijn eigen boontjes te doppen. Wil op eigen benen staan. Maar het lukt niet. Hij heeft honger. Zoveel dat hij het varkensvoer wel zou willen eten als iemand hem het gaf. Maar het gebeurt niet. Hij voelt zich ellendig.

En iemand die ver weg is en in diepe ellende is… denkt aan thuis. Herkent u dat?

Ik herken het; als het de hele vakantie tijdens het koken regent – niet dat dat diepe ellende is maar toch – de regen komt met bakken uit de hemel, de  lucifers willen niet aan en ik warm een blikje ravioli in tomatensaus op. Op zo’n moment denk ik aan mijn keuken, aan thuis; ruim, droog, heel rommelig dat wel, maar veel beter dan op de camping waar het water inmiddels doorgedrongen is tot onder mijn poncho. Dan denk ik; was ik maar thuis.
De jongste zoon denkt ook aan thuis. Hij denkt aan zijn vader en hoe hij omgaat met zijn dagloners, nu zeggen we seizoensarbeiders of de zo veel besproken aardbeien-Roemenen. De vader zorgt goed voor hen.
De jongste zoon kijkt ook naar zichzelf. Hij komt tot inkeer. Hij heeft zich niet al te best gedragen, weet hij zelf. Hij is zo ‘hop’ weggegaan, hij is geen ‘waarbenjij.nu-webblog’ begonnen, hij heeft zijn facebookstatus nooit meer geüpdate en hij heeft zelfs zijn mobiel niet meegenomen. Mijn vader zou gek worden, of het in ieder geval niet op prijs stellen.

Nu had je in de tijd van de jongste zoon natuurlijk nog helemaal geen mobiel, die bestond nog niet. Er was zelf nog geen telegram. Maar toch, hij weet dat het echt niet oké was wat hij deed.
Maar als de jongste zoon wist dat het niet oké was wat hij deed, waarom deed hij het dan? Hoort het misschien bij groot/volwassen worden? Of bij het leven leven…
Ik denk dat jongste zoon is weg gegaan om zichzelf te vinden. Om los te komen. En om door wat hij meemaakt, opnieuw te kunnen kijken naar zijn leven thuis. Om later weer thuis te komen en thuis opnieuw te ervaren. Daar heeft hij de afstand, het feesten en de malaise voor nodig. Al weet hij dat nog niet voor hij gaat.
Moet iedereen het leven ook niet zelf ervaren? Een trein missen, een keer verkeerde mosselen eten, overnachten op een mindere plek? Ik denk het. Door zelf te ervaren, leren we en genieten we, worden we groot en zelfstandig. Door zelf te ervaren leven we het leven. 

De jongste zoon komt tot inkeer, hij heeft diepe spijt en vindt zichzelf niet meer zoonwaardig. Nou, dat heb je echt spijt! Hij zal vragen of hij in loondienst mag gaan. Dat is beter dan wat hij nu heeft en het is nog ‘vraagbaar’. Want, denkt hij, om nog zoon te zijn van mijn vader, daarvoor ben ik te laat, daarvoor heb ik het te bond gemaakt. 
Het is niet te laat. Er gebeurt iets dat de jongste zoon helemaal niet verwacht had. De wereld op z’n kop. Zijn vader staat niet klaar met de mattenklopper. Hij krijgt geen verwijten. Geen; waarom had jij je telefoon niet mee? Geen: check je facebook eens. Geen: waarom kreeg ik geen kaartje met kerst en ook niet met mijn verjaardag. Niets van dat alles.
De vader ziet zijn zoon al in de verte. Hij rent, ja rent, hem met open armen te gemoed. Hij omhelst en hij kust. Dan zeg de jongen dat hij niet zoonwaardig is. Maar de vader reageert er niet op. Niet, nada, noppes.

Waarom niet?
Is de vader niet boos?
Is hij niet teleur gesteld?

Nee, niets van dat alles. Hij is gelukkig dat hij zijn kind weer ziet. Er is vreugde omdat de zoon terug is.
Het maakt op dat moment niets uit dat de jongen er een rotzooi van heeft gemaakt. Het maakt niet uit dat hij niets van zich heeft laten horen. Misschien hebben ze het er later nog over, dat vertelt het verhaal niet. 

Geef je kind, je kleinkind, je vriend of vriendin alsjeblieft ook die ruimte die de jongste zoon kreeg van zijn vader. Wij kunnen elkaar door alle techniek overal bereiken; post, telefoon, internet. Iemand zei: zelfs in de woestijn heb je nog bereik met je mobiel. En dat is zo. Maar de vraag is of we dat wel moeten willen. Doe als de vader en geef ruimte. Geef eerst ruimte en daarna de kans om opnieuw te beginnen.

Dus sta met open armen klaar, misschien zelfs op de uitkijk. Want iedereen die op reis is – levensreis of vakantietrip – , heeft iemand nodig om naar toe terug te keren, een plek om thuis te komen, een plek om thuis te zijn.

God is als de vader. Iedereen zoekt op z’n eigen manier naar het goddelijke. De ene volg een rustig pad, voor de ander is het een pad door berg en dal. Een reis waarbij je uit het zicht kunt raken van God en de kerk. Over woeste zeeën, waarbij gedronken en gevreeën wordt met andere ideeën.

En dat kan en dat mag. Want als God de vader is, dan staat hij ons op te wachten met open armen. Hij oordeelt hij niet over de reis, maar viert feest. Feest omdat wij Hem gevonden hebben. Als God de vader is, dan is het nooit te laat en mag je altijd overnieuw beginnen. 

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *