Thuisblijverspeek -Matthijs de Vries 'Oersoep of orde'

Genesis 9.8-17, Lukas 8.26-39

Hebt u zich dat wel eens afgevraagd waarom een opgeruimde kamer na een tijdje wachten vanzelf weer rommelig wordt? En waarom hij niet vanzelf weer opgeruimd wordt als je nog langer wacht? Nee, hij wordt pas weer opgeruimd als iemand de handen uit de mouwen steekt en gáát opruimen. 

De reden hiervoor is entropie. Entropie is een natuurkundige term uit de tweede wet van de thermodynamica, ook wel “de wet van de toenemende chaos” genoemd. Maar in de natuurkunde gebruikt men het woord chaos liever niet, omdat het met een negatief waardeoordeel geladen is. De tweede wet van de thermodynamica voorspelt dat moleculen onder invloed van energie vanzelf terecht komen in de voor hen “prettigste” toestand, en dat is altijd: vermenging, wanorde, of wel entropie, “chaos”. Zo heb ik hier vanmorgen een doos met damstenen mee naartoe genomen. De damstenen heb ik voor u allemaal netjes gerangschikt: zwart bij zwart, wit bij wit, netjes op stapeltjes en in rijtjes. Nu ga ik energie toevoegen (rammelen). De stenen liggen nu door elkaar. Als ik nu weer zou rammelen, zouden ze dan allemaal weer terug netjes in het gelid gaan liggen? Nee. Ik kan rammelen zolang ik wil, maar ze komen nooit meer terug in de geordende positie. Maar op een gegeven moment wordt de wanorde ook niet meer groter. De maximale graad van entropie is bereikt: voor de damstenen is dit, na toevoeging van energie, blijkbaar de fijnste toestand. Als ze allemaal netjes liggen, liggen ze geordend. De graad van entropie is dan 0. Liggen ze allemaal chaotisch door elkaar, dan is de entropie maximaal: 1.

Met deze natuurkundewet, kun je een hoop dingen in het leven verklaren: waarom smelten ijsblokjes? Waarom is het gemakkelijker om beweging om te zetten in warmte (remmen) dan omgekeerd: warmte omzetten in beweging? Dan heb je immers een ingewikkelde motor nodig, of word je moet omdat je spierkracht moet gebruiken. Maar ook op andere gebieden speelt entropie een rol. Ook bijvoorbeeld in de informatiewetenschap. Wat is de informatiewaarde van een splinternieuwe, ongeschudde stok kaarten? Nul, je kunt er nog geen potje Toepen mee spelen, want je weet bij elke kaart die je pakt wat de volgende zal zijn. Maar pas van een goed geschudde stok kaarten is informatiewaarde maximaal: dan kun je er pas leuk mee Klaverjassen.

Ook in het Evangelieverhaal van vandaag kunnen we entropie aan het werk zien. Maar nu gebruiken we hiervoor wel het Bijbelse woord chaos. De bezeten man uit Galilea verkeert in een maximale staat van entropie. Hij is bezeten door verschillende demonen, die hem door elkaar gooien. Zijn leven is een totale chaos. Er is geen orde meer in te ontdekken: waar mensen normaal zichzelf verzorgen en kleren aantrekken, is hij naakt. Waar gewone mensen in huizen wonen, in steden en dorpen, daar woont hij niet. Hij woont buiten de stad op de plaats waar de doden wonen, netjes afgescheiden van de levenden: in de rotsgraven. Een levende tussen de doden: veel groter kan de chaos niet worden!

Dan komt Jezus in zijn leven. Jezus ziet de man in zijn ellende, en wil hem graag helpen. Maar dat lijkt de man, of liever de demonen die in hem leven, geen goed idee. De chaos waarin de man leeft, is voor hen de prettigste toestand. Ze hebben vrij spel in hem, ze kunnen met hem doen wat ze willen. Om de man tegen zijn demonen te beschermen, hadden ze hem zelfs vast moeten binden, voor zijn eigen veiligheid en die van zijn naasten! Maar als Jezus eraan komt schreeuwt hij – of schreeuwen de demonen in hem: wat hebben wij met jou te maken? Ik smeek je, doe me geen pijn! De orde herstellen zou betekenen: een pijnlijke scheiding maken tussen de man en zijn demonen. Jezus zou via een healing de demonen er als het ware uit moeten trekken, zeggen: “ga weg, achter mij!” Maar de man (of de demonen in hem) protesteren ertegen. Tegelijkertijd zegt de man ook iets dat Jezus triggert, om toch in te grijpen: “Jezus, zoon van de Allerhoogste God”. Er is toch nog iets in deze man wat van hem zelf is: zijn geloof, dat God er is in de persoon van deze man tegenover hem: Jezus. Als vanzelf lijkt de chaos op te lossen. De Zoon van God die Hemel en Aarde gemaakt heeft, schept bij uitstek orde in de chaos. De demonen, de onreine geesten, smeken of ze in plaats van naar de onderwereld, naar de onreine dieren, de varkens die daar grazen, mogen verhuizen. En dat mag.

Ironisch is het dan, dat de onreine geesten alsnog in de afgrond terecht komen. Op hun beurt gaan de varkens namelijk ook aan de wetten van de chaos gehoorzamen, die met de demonen in hen gevaren zijn. Zij rennen de helling af en verdrinken in het water van het meer. Symbool voor de oervloed waaruit God bij de schepping hemel en aarde heeft geschapen door ze van elkaar te scheiden. In dit geval behelst het ordeherstel dus, dat de onreine geesten worden gescheiden van de man en ze vervolgens hun eigen staat van maximale entropie opzoeken in de oersoep: vade retro satan! De man kan op zijn beurt, bevrijd, terug naar de wereld van de levenden: terug naar zijn thuis in de stad. Daar mag hij het machtige teken gaan verkondigen dat hem overkomen is: God is de God van de Schepping, niet van de chaos!

Waar zitten wij in dit verhaal? De vraag is of de bezetene slechts een betreurenswaardige, arme gek is? Of is hij de belichaming van ons zelf en onze maatschappij? Ook wij hebben wel eens het gevoel door chaos geregeerd te worden. En dan heb ik het niet alleen over de politiek, burgerlijke gemeente, de landelijke overheid en Europa. Al zijn de eisen die de overheden aan ons stellen vaak tegenstrijdig genoeg en lijkt het ons soms schier onmogelijk om hier naar te leven. Maar ook in ons persoonlijke leven kan chaos soms de overhand krijgen. Ook binnen families en gezinnen steekt het soms de kop op. Binnen verenigingen of zelfs binnen kerkgenootschappen. Denk maar aan de strenge scheiding tussen gemeente en wereld die we vroeger hadden in de Doopsgezinde Broederschap. We leefden wel in de wereld, maar waren niet van de wereld. Maar nu is ondertussen de wereld geheel doorgedrongen in de gemeente, en is de hele wereld onze gemeente geworden. Denk maar aan de netwerksamenleving, waarin grenzen wegvallen, en iedereen met iedereen op elk moment contact kan hebben. Een wereld waarin ieder nieuwtje, hoe onbenullig ook, binnen een paar minuten de hele aardbol over kan gaan, en als het wil, door miljoenen mensen gedeeld kan worden. Niemand heeft meer de macht om informatie te beheersen of ordenen. Het mooie is dat dictaturen hierdoor bijna tot het verleden behoren. Maar de keerzijde is dat maatschappelijke onrust en wanorde ook bijna niet meer te beheersen valt. Zie project X in Haren. En dus vallen er slachtoffers door de entropie waarin we lijken te leven. Vaak mensen die niet connected zijn. Of die om andere redenen buitengesloten worden, omdat ze niet in het netwerk passen: vluchtelingen, illegalen, dak- en thuislozen.

En in deze maatschappij, deze wereld die aan toenemende chaos ten prooi lijkt te vallen, proberen wij de naam uit te roepen van Jezus, Zoon van de Allerhoogste God. Omdat we geloven dat Hij de demonen hun plaats kan wijzen. De Zoon van de Schepper van orde in de chaos, die scheiding maakte tussen hemel en aarde, kan ons bevrijden uit de chaos. En dit doet hij door ons, in overzichtelijke gemeenschappen aan elkaar te geven. in gemeenschappen waar we, hopelijk, elkaar niet eenzaam achterlaten. In een gemeenten waarin de menselijke maat nog maatgevend is. Waarin ik ik mag zijn, en jij jij bent, en jij, en jij. Niet een vermengde, chaostische kudde éénvormige varkens die eenparig de helling afstormt de zee in… maar een stad, een dorp met huizen waar mensen kunnen wonen.

Onze roep om Jezus is het aanknopingspunt, waarop God door zijn verbond, het met ons wil blijven proberen, hoewel we de chaos voor een deel ook zelf willen – of het demonische in de wereld wil die. Net zoals de bezeten man zich aanvankelijk verzette – of de demonen in hem. In Genesis lazen we over dit verbond, waarin God belooft ons nooit meer in de zondvloed te storten, de oersoep waarin alles door elkaar kolkt en ten gronde gaat – de entropie bij uitstek. Hoe mooi is dan dat dit verhaal wordt afgesloten met het symbool van de regenboog! De boog van God, waarin het licht van de zon, dat normaal gesproken bestaat uit allerlei verschillende golflengten door elkaar, voor een moment gebroken wordt, gescheiden in al zijn zichtbare en onzichtbare kleuren.

Maar we moeten er wel moeite voor doen. Als we alles op zijn beloop laten verandert het vanzelf in chaos. Een rommelige kamer wordt nooit vanzelf een opgeruimde kamer. We moeten proberen om in onze eigen omgeving deze wereld en deze maatschappij, te laten zijn als een huis in een stad of dorp, waarin het goed is om te leven. Waarin mensen elkaar kennen en helpen, en niemand alleen hoeft te zijn of buiten gesloten wordt. Laten we dus thuis in ons eigen huis beginnen. Laten we God boven alles danken voor het verbond, opgrond waarvan we mogen rekenen op een wereld als een thuis, voor ons en voor onze naasten.

Amen.

Afbeelding: Cesar Cassellas/Flickr.com

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *