Therapie

Hoe mijn moeder een maatschappelijk werkster aan het huilen kreeg en ik een therapeute bijbracht met een kop thee. Over minder goede en goede therapeuten en over hoe we het uiteindelijk allemaal zelf doen.

Vroeger was het bij ons thuis een zwaktebod om in therapie te gaan. Dat was voor “asocialen.” De buren waren “asociaal” want die hadden een maatschappelijk werkster. Nee, wij waren van een ander slag. Op een dag vertrok ik, tijdens de lunchpauze, totaal overstuur van mijn werk. Op mijn zestiende werkte ik al op een kantoor. Ik kwam keurig na vijf uur thuis en daar zat een maatschappelijk werkster van mijn werk. Ze zat te huilen. Ze kwam naar ons huis om te vragen wat er met mij aan de hand kon zijn dat ik van mijn werk was weggebleven. Mijn moeder vond dat natuurlijk maar niets en had haar een kop koffie aangeboden. Ze ging er eens goed voor zitten, keek de vrouw diep aan en zei: “U bent niet gelukkig hè… u heeft heel veel verdriet!” En hup… daar kwamen de tranen waarna ze haar hele geschiedenis aan mijn moeder vertelde. Ja, mijn moeder was slim. Over mij werd niet meer gesproken.

Toen ik ontdekte dat ik lesbisch was en er met niemand over durfde te praten, kwam ik via het buurmeisje (die van die “asocialen”) bij een maatschappelijk werkster. Mijn ouders mochten dat natuurlijk niet weten en ik liep met een smoes naar de rechterkant van de straat om via het volgende blok naar links terug te lopen om naar de maatschappelijk werkster te gaan. Zij en de “asociale” buren hebben me geweldig geholpen om mijn draai te vinden. Later heb ik nog vele therapieën geprobeerd om mezelf te vinden. Ik was erg onzeker.

Ik kwam voor de eerste keer bij een therapeute en ze zei niets. Echt helemaal niets. Ook niet bij het binnenkomen. Niet: “Dag, ik ben… en wie ben jij?” Helemaal niets. Ze keek me alleen aan. Voor een onzeker meisje als ik natuurlijk een ramp. Ik vroeg of ze iets wilde zeggen maar ze antwoordde niet. Ik vroeg het nog een keer… stilte. Ik zei: “Als u nu niets zegt ga ik weg…” ze zei niets. De therapie hielp geweldig want, ter plekke zeer assertief geworden, stapte ik op. Daarna kwam ik bij een vrouw die me allerlei intakevragen stelde. Op een van haar vragen antwoordde ik: “Ik val op vrouwen.” Haar antwoord: “O, dan is je moeder dominant.” Ook daar was ik direct mee geholpen. Niet omdat mijn moeder niet dominant zou zijn… Dat was ook zo… maar om de te snel getrokken conclusie en het idee dat zij dacht dat het voor alle lesbische vrouwen zo was, vertrok ik meteen. Zo onzeker was ik nu ook weer niet.

Ook kwam ik ooit bij een regressietherapeute. Ze haalde me op met de auto van het station in een prachtig plaatsje. Iemand die een boek had geschreven over het onderwerp had me haar getipt als expert op het gebied. De vrouw zat met sigaret aan haar mond achter het stuur en ik vroeg of het raam open mocht. Anders had ik de rit niet overleefd. Ook hier allerlei vragen over mijn leven. Ik vertelde en de vrouw zei: “Oooohhhh, wat een verschrikkelijk mens is je moeder en die arme vader van je. Ik moet even bijkomen hoor…. Even een sigaretje.” “Nou, zei ik, zo erg is het ook weer niet.” Ik vroeg of ze het wel aan kon en schonk haar een kopje van haar eigen thee. “Ja hoor”, zei ze, “maar ik moet het even verwerken.” Ook deze therapie hielp meteen. Ik moest zo verschrikkelijk lachen om haar reactie dat ik in één klap beter was. Ze werd kwaad en zei dat ik er niet om moest lachen. Dit was heel ernstig. Mijn lachen had natuurlijk meer met haar te maken dan met mijn situatie, die ik ineens ook veel vrolijker zag dan daarvoor.

Natuurlijk heb ik gelukkig ook geweldige mensen ontmoet die echt goed waren. Neem de Zijnsgerichte psychotherapeute waar ik in een uur tijd helderheid had waar het daarvoor een chaos was. En de coachtrajecten met geweldige coaches. Nog heb ik twee collega’s door wie ik, als ik er even niet uitkom, wordt gecoacht. We coachen elkaar. Een aanrader voor iedereen. Een coach kan je door een paar goed gerichte vragen op weg helpen zodat je zelf weer verder kan.

Nu hoor ik nog wel eens verhalen van mensen die in therapie zijn en hoe dat gaat. Therapeuten die alleen mmmm zeggen. Die hebben daar jaren voor gestudeerd. Het zal misschien voor sommigen nut hebben, maar als je het idee hebt dat achter die “mmmm” een grote leegte zit… stap dan op en zoek een ander. Van de week hoorde ik van iemand die na een depressie al vijf jaar heel goed gaat. Ze wilde van de antidepressiva af. Dat besprak ze met haar psychiater en die zei: “Aan jezelf gewerkt? Het gaat goed? Nee hoor, dat komt door de medicatie.” Gelukkig is ze stevig en zelfbewust genoeg om die vijf jaar aan zichzelf werken niet af te laten pakken door die vent.

Het meest heb ik gehad aan meditatie bij de Brahma Kumaris en hun prachtige lessen over gedachtenkracht en spiritualiteit. Maar ook aan de vele boeken die ik heb gelezen. Toch kan ik zeggen dat ik het allermeest aan mezelf heb gehad en aan alle moeilijke en mooie ervaringen in mijn leven. Want therapeuten en coaches kunnen je ondersteunen… Je klaart zelf de klus. Iemand las dit stukje en herkende haar psycholoog in de psycho-mmmer. Ze is meteen naar een ander gegaan. Ze voelde al dat ze er niet veel verder meekwam. Zoek een therapeut of coach die bij je past. Waar je je prettig bij voelt, die je durft te confronteren en doe zelf het werk. Voel je weerstand? Kijk eens eerlijk. Is het weerstand omdat je in jezelf moet duiken of is het omdat er iets niet klopt aan de therapie? Sta open voor de opdrachten. Experimenteer ermee en geniet van het proces.

(bron)

Marja Ruijterman
Marja Ruijterman geeft trainingen en is spreekster en columniste. Ze heeft verschillende boeken geschreven (zie hier). Verder houdt ze zich bezig met coach-trajecten over communicatie, zelfvertrouwen, leiderschap, werken en leven vanuit rust en innerlijke kracht.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *