Theater en zingeving – Thibaud Delpeut

Thibaud Delpeut is een theaterregisseur met hoge verwachtingen van zijn vak. “Het theater is de plek waar atheïsten aan zingeving doen.” Hij gelooft hartstochtelijk in het belang van grote verhalen en wil de betekenis van de klassieke theaterstukken voor deze tijd laten zien. In het laatste deel van de serie over zingeving in het theater vertelt hij over wat theater voor hem betekent. Deze serie is gemaakt in opdracht van de KNR.


See video

Thibaud Delpeut (1978) studeerde klinische psychologie in Nijmegen. Voor het studententoneelgezelschap maakte hij zijn eerste regies en raakte hij gegrepen door het vak. Na het afronden van zijn studie besloot hij toelating te doen bij de regieopleiding in Amsterdam, waar hij in 2006 afstudeerde. Hij kreeg de kans om ervaring op te doen als regisseur voor TA-2, een initiatief van Toneelgroep Amsterdam, waarbij in de Toneelschuur in Haarlem talentvolle regisseurs konden werken aan voorstellingen.

In het theaterseizoen 2012-2013 gaat zijn eerste grote zaal voorstelling voor Toneelgroep Amsterdam in premiere. Het is het beroemde stuk Nora van Hendrik Ibsen. Halina Reijn, Bart Slegers en Gijs Scholten van Aschat spelen de hoofdrollen.

Delpeut heeft momenteel een hoop projecten op stapel staan. Hij doet dat deels onder de vlag van Toneelgroep Amsterdam (waarmee hij de komende jaren drie voorstellingen gaat maken voor de grote zaal) en deels vanuit zijn eigen stichting. Daarmee werkt hij in het vlakkevloercircuit en op lokatie in Utrecht. 9 November gaat de voorstelling Nora in premiere in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Verder gaat Al mijn zonen weer op tournee, evenals 4.48 Psychosis (geschreven door Sarah Kane). In de zomer van 2013 gaat in Utrecht de voorstelling Stad der blinden, naar het boek van Jose Saramago, in premiere. De thematiek van deze voorstelling, hoe menselijkheid om kan slaan in barbarij en hoe utopieën vervallen in barbarij, is verwant met zijn zelf geschreven voorstelling Nacht.

De echte voorstelling gebeurt in het hoofd van het publiek

Interview met Thibaud Delpeut

Waarom willen mensen als ze een voorstelling van jou hebben gezien hebben meer van je werk zien?

“In de kern van mijn voorstellingen wil ik een grote intellectuele uitdaging neerleggen. Het gaat steeds om de grote thema’s. Daarnaast gaat het om de vorm waarin ik die boodschap in een dramatische constructie wil vatten. Dat is altijd een emotionele vertelling. De intellectuele vragen worden altijd vertaald door mensen. Ik laat mensen altijd zien ingebed in systemen. Een familie is eigenlijk een kleine maatschappij en een maatschappij is een grote familie. Door zo’n systeem krijg je een arena die bevattelijk is voor toeschouwers.”

Hoe verwerk je die grote ideeën in een verhaal?

“De vraag is: hoe gaan personages zich gedragen in bepaalde situaties? Ik wil zo’n kwestie versleutelen in een vertelling. Ik geloof in de ongelooflijke kracht van het verhaal.”

Waarom schrijf je zo weinig stukken zelf?

“In materiaalkeuze volg ik verschillende sporen. Ik schrijf soms zelf, maar ik kies vooral repertoirestukken. Ik heb wel een voorliefde voor het grote, klassieke repertoire. Dat kan ook modern klassiek zijn, maar ook juist heel oud, zoals het oud-Griekse repertoire. Ik houd van dat repertoire omdat er in die stukken universele en vaak existentiële dilemma’s voor het voetlicht gebracht worden. Meestal op een redelijk tijdloze manier.”

“Als je een repertoirestuk ensceneert, dan word je gedwongen als regisseur om daar een interpretatie op los te laten en te bepalen wat de waarde van zo’n stuk nu is. Ik ben er van overtuigd dat in het klassieke repertoire eigenlijk alle stukken te vinden zijn om wanneer dan ook te reflecteren op de tijd waarin je leeft. Ik denk zelfs dat we aan de Grieken, Racine en Shakespeare voldoende zouden hebben.”

Wat hebben die oude stukken dan in deze tijd te zeggen?

“Ik vind het spannend om een repertoirestuk te gebruiken als metafoor, als lens om doorheen te kijken naar de tijd waarin we leven. Het theater is één van de weinig plekken waar de metafoor nog vruchtbare status heeft. In film of literatuur zie je dat nauwelijks meer, films zijn verworden tot realisme.”

“Ik denk dat theater bij uitstek de plek is om met onszelf bezig te zijn. Dan gaat het me niet om alleen maar geïnspireerd of geëmotioneerd te raken door wat op ons afgevuurd wordt. Ik denk dat de voorstelling iets teweeg moet brengen in ons. De echte voorstelling gebeurt in het hoofd van het publiek.”

En wat wil je dan dat er gebeurt in het hoofd van je publiek?

“Ik denk dat op dit moment het theater nog de enige plek is waar mensen de mogelijkheid hebben om in gezamenlijkheid, toch individueel na te denken over hun plek in de wereld. En daarbij denken ze na over wat het betekent om mens te zijn. Daar ligt mijn fascinatie, bij het existentiële probleem: waarom leven we, hoe moeten we leven, en vooral: hoe moeten we leven als we weten dat we dood gaan?”

“Dus enerzijds ben ik bezig met de tijdloze vraag wat het betekent om mens te zijn. Daarnaast ben ik in mijn werk bezig met de vraag wat het betekent om hier en nu mens te zijn. Ik richt me op het laatste om het eigenlijk over het eerste te hebben. Ook als ik een Griekse tragedie speel dan zijn de karakters hedendaagse mensen. Als regisseur geef ik de personages een drilboor mee om zich door een laag steenkool van het hier en nu door alle lagen heen te bikken naar wat het betekent om te leven.”

En waar gaat het dan volgens jou om?

“Door een intense ervaring te geven wil ik duidelijk maken dat we verantwoordelijk zijn voor wie we zijn. De ervaring dat de werkelijkheid complex is is niet genoeg. Wij maken de wereld zoals die is en daar moeten we ons verantwoordelijk voor gaan voelen.”

Wat zijn de relevante vragen van het hier en nu?

“Ik wil me actief gaan richten op voorstellingen waarin verborgen emoties getoond en uitgezweet worden. Veel emoties worden nu miskend en ontkend. Michael Haneke heeft een woord uitgevonden: Vergletscherung der Gefühle. Dat gaat over de westerse maatschappij waarin werkelijke vragen onder het ijs gekomen zijn. Dat is een gevaarlijk proces. Kijk bijvoorbeeld naar discussies over tbs-patiënten en pedofielen, die discussies zijn verhard en versimpeld. Ik denk dat als je naar de natuur kijkt je ziet dat elke soort uitwassen heeft, maar dat die niet slecht zijn, maar even goed deel zijn van de soort. Ik denk zelfs dat er meer afwijkende exemplaren dan gezonde exemplaren zijn. Dat wodt nu ontkend. En die ontkenning lag aan de basis van het fascisme.”

“Ik denk dat het theater de plek is om geconfronteerd te worden met het andere, om geconfronteerd te worden met de ander, maar ook om geconfronteerd te worden met het andere in onszelf. Als we naar Medea gaan kijken, dan doen we dat omdat we willen begrijpen waarom zij haar kinderen vermoordt. In de maatschappij zeggen we: zij is een kindermoordenares, ze moet opgesloten worden. Maar in het theater willen we het begrijpen.”

“Ik denk dat het theater eigenlijk nog de enige plek is waar we dat kunnen doen, en ik denk dat er daarom ook een expliciete rol voor theatermakers is weggelegd. Dat is ook de reden waarom ik me de komende tijd veel wil gaan richten op de tragedie.”

“De tragedie heeft een belangrijke rol, dat had ‘ie bij de Grieken en dat heeft ‘ie denk ik nu nog steeds, namelijk dat we die vreemde, duistere, diepe gevoelens die het daglicht eigenlijk niet kunnen verdragen, naar boven kunnen laten komen in een gecontroleerde omgeving. Dan kunnen we ze als het ware uitzweten, we kunnen ze oproepen en in de ogen kunnen kijken, omdat ze onderdeel van ons zijn, van ons menszijn, in plaats van iets verwerpelijks.”

Toont Goede Tijden Slechte Tijden niet eveneens de schaduwkanten van de mens?

“SGST toont mensen met menselijke problemen. De vertaalslag is zo dat er direct emotioneel resultaat geboekt wordt. Ze laten emoties zien om het publiek mee te laten gaan in die emoties. Dat is sentiment. Ik wil emotie opwekken door het publiek te provoceren in die emotie. Ik wil een verlangen opwekken dat een personage gaat huilen, maar ik ga niet een huilend personage laten zien als ik het publiek wil laten huilen.”

“GTST is een lachspiegel. Theater toont het verschil tussen representeren en spiegelen, wat nabootsen is. Representatie gaat om het vangen van de essentie of de kern. Het is een vorm die het Ding an sich probeert te raken. Dat kan via een omweg. Het gaat er om wat er gebeurt in het hoofd van het publiek. De receptie is de synthese.”

Ben je een wereldverbeteraar?  Thibaud Delpeut zinweb

“Ik kan als theatermaker niet anders dan wereldverbeteraar zijn. Ik heb niet de illusie dat het zal lukken, maar voor mij is het van belang het tenminste te proberen. Mijn gevoel voor verantwoordelijkheid vertaalt zich in het feit dat ik voorstellingen maak, waarin ik existentiële dilemma’s probeer aan te kaarten. Ik besef me dat ik een deel van het Nederlandse publiek wel bereik en een ander deel niet. Maar ik geloof eigenlijk dat ik uiteindelijk iedereen bereik.”

“Als ik mensen daadwerkelijk heb kunnen raken tijdens een voorstelling, dan hebben ze echt iets meegemaakt. Ze hebben iets gevoeld en gaan met een vernieuwd besef naar buiten. Ik ik geloof dat ik daarmee die mensen een heel klein beetje veranderd heb. Alle mensen om hen heen heb ik dan ook een heel klein beetje veranderd. Ik verander ze niet door te zeggen: ik vind dat je op deze manier moet veranderen. Ik stel ze in ieder geval de vraag: gaat het op deze manier goed of moeten we het toch anders doen?”

Wat doet het met jou dat er steeds meer draagvlak is gekomen voor grootschalige bezuinigingen op theater?

“Ik ben me steeds bewuster geworden van de verantwoordelijkheid die überhaupt kleeft aan theater maken. Alles wat je doet heeft een betekenis. Ik kies er voor om bepaalde vragen te stellen in openbaarheid van de theaterzaal. Dat betekent dat je goed moet nadenken over wat je daar gaat zeggen, of wat je daar gaat vragen.”

“Voor mij begint het besef steeds sterker te worden, dat als we het als theatermakers nu niet doen, dat niemand het gaat doen. Zeker nu in deze tijden waarin subsidie ook nog gekort wordt, waarin we gedwongen worden om steeds meer op een commerciële denkwijze bezig te gaan met ons werk, is het verantwoordelijkheidsbesef groter geworden. Het is niet alleen maar: ik kan minder maken, maar simpelweg: er komen steeds minder mogelijkheden om theater te maken, wat ga je dan vertellen als je de kans krijg?”

Heeft voor jou het theater de plek van de kerk in de samenleving overgenomen?

“Ik geloof dat het theater de plek is waar atheïsten aan zingeving komen doen. Ik denk dat het een kerk voor atheïsten is. Een plek van bezinning, maar ook een plek van confrontatie en een plek om gezamenlijk te denken. Het is in die zin geen religieuze plek. Het theater heeft geen vaste denkkaders en ook geen verplichtingen. En er is geen geen tendens tot uitsluiting die veel religies hebben. Ik denk dat er in wezen plek voor iedereen is. Ik zou willen dat het niks kostte, zodat echt iedereen binnen kon komen. Maar ik denk wel dat het een plek inneemt die de kerk misschien verloren heeft. Ik zou in elk geval hopen dat het die plek kan innemen.”

Neemt het voor jou persoonlijk die plek in?

“Ik ben niet religieus, ik heb niets met de kerk, maar ik geloof wel in de functie van een tempel, en ik denk dat het wat dat betreft goed is dat er gebouwen zijn die die functie vertegenwoordigen. Ik denk dat het theater daar een heel geschikte kandidaat voor is.”

Waarom heb je gekozen voor Nora van Hendrik Ibsen als je eerste voorstelling voor de grote zaal?

“Een belangrijke reden is dat ik in Nora veel herken van de tijd waarin we leven. Nora is gericht op het verbeteren van haar economische status en met succes; de tijden worden beter. Uiteindelijk blijkt haar leven gebaseerd te zijn op een economische leugen, namelijk een lening.”

Waarom is het gebruik van geluid voor jou als regisseur zo belangrijk?

“Voor mij als regisseur is het gebruik van geluid en muziek en alles wat zich tussen muziek en geluid kan afspelen van groot belang, omdat het voor mij een manier is om de dynamiek die ik in een stuk lees, vaak een repertoirestuk, te vertalen naar iets theatraals. Ik heb van meet af aan voor al mijn voorstellingen zelf de muziek gemaakt. Het is voor mij heel prettig die twee dingen te combineren, zowel de regie als het geluidsontwerp of het compositieproces, omdat dat er voor zorgt dat datgene wat je wilt overbrengen echt uit één koker voortkomt. Het inspireert me ook in het denken over een voorstelling. Ik wissel de analyse van een stuk af met het maken van schetsen voor het geluid.”

“Er zit in mijn voorstellingen een spanningsboog als in een concert. Bij het lezen van het script denk ik: deze scene is een aria, deze moet in allegro gespeeld wordeb. Ik zie het repertoire als een soort symfonie. Ik ben zo een half jaar bezig met het maken van schetsen van geluid in de voorbereiding van een voorstelling. Ik repeteer ook altijd met geluid er bij.”

“Ik geloof dat muziek en geluid manieren zijn om publiek te betrekken in iets wat onontkoombaar is. En daarmee bedoel ik niet dat muziek een emotioneerbare werking zou hebben, want soms kan het ook een sentimentele functie hebben. Voor mij heeft het veel meer te maken met het feit dat je mensen echt kan betrekken in een ervaring. Voor mij is het van belang om mensen echt te omarmen in een wereld die ze volledig kan omsluiten. Je kunt het publiek opruien, of je brengt ze tot rust, je kan heel veel verschillende dingen daarmee doen. In zo’n omstandigheden kan ik de intellectuele of de emotionele boodschap ondersteunen.”

Drieluik over geweld

Waarom speelt geweld zo’n belangrijke rol in veel van je voorstellingen?

“Ik heb in 2010 een drieluik gemaakt over oorlog en geweld. Ik noem het een drieluik, omdat het drie voorstellingen zijn die apart bekeken kunnen worden, maar voor mij horen ze bij elkaar. Ik ben volwassen geworden in de jaren ’90, een tijd waarin de media een hele andere rol begonnen te spelen. Er waren steeds meer mogelijkheden om meer te zien van de wereld. Maar we kregen ook steeds meer beelden binnen die we niet konden duiden. We kregen veel visueel geweld op ons afgevuurd eigenlijk, terwijl we heel weinig duiding kregen over het hoe en waarom daarvan.”

“Voor mij is één van de meest indringende ervaringen geweest in 1995 de val van Srebrenica. Dat heeft zo’n indruk gemaakt dat het me eigenlijk altijd is blijven achtervolgen. Als gevolg van die fascinatie ben ik op zoek gegaan naar getuigenissen van het Joegoslavië tribunaal, die hebben me geïnspireerd om een drieluik over geweld te maken.”

Kun je iets vertellen over de afzonderlijke voorstellingen?

“Blasted, geschreven door Sarah Kane, gaat over de verstoorde machtsrelatie tussen een tabloidjournalist en een meisje dat veel jonger is dan hij en enigszins zwakbegaafd is, die een weekeind in een hotel doorbrengen. We zien eerst die machtsrelatie en dan zien we hoe die hotelkamer door een mortiergranaat wordt opgeblazen en vervolgens wordt binnengedrongen door een soldaat, dus de oorlog valt die wereld binnen. Maar de stelling van Sarah Kane is eigenlijk dat de oorlog altijd al in die wereld aanwezig is geweest.”

“Nacht is een voorstelling die ik zelf geschreven heb, geïnspireerd door de film Shame van Ingmar Bergman. Het gaat over een apolitiek kunstenaarsechtpaar dat tegen hun zin betrokken raakt in een burgeroorlog.”

“Al mijn zonen gaat over een familie net na de tweede wereldoorlog. En gaat eigenlijk over de vraag hoe het mogelijk is dat mensen strijden voor iets dat zinloos is. Het gaat ook over hoe de vader des huizes, eigenlijk zonder het te willen, oorlogsprofiteur is geweest, maar gaat eigenlijk over het dealen met een oorlog met alle trauma’s die daar uit voortkomen en een afrekening daarmee en hoe je vervolgens verder de toekomst in gaat.”

“Al mijn zonen heeft heel veel referenties naar eigenlijk twee dingen. Enerzijds Griekse tragedies. Ik heb geprobeerd om in dat naturalistische drama de Griekse tragedie te zoeken. Anderzijds staat het stuk bol van de katholieke symboliek. We hebben die ook niet geschuwd.”

Wat bedoel je met katholieke symboliek?

“Al mijn zonen is één grote katholieke mis. Chris heet niet voor niets zo. Het is wel een zwarte mis. Hij vermoordt zijn God, zijn vader is voor hem een God. In het oorspronkelijke stuk eindigt het stuk met de zelfmoord van de vader. Bij mij moedigt Chris zijn vader wel daartoe aan, maar het is niet duidelijk of die dat vervolgens doet. Chris zal dan zelf verantwoordelijkheid moeten dragen. Het is de vraag of hij dat gaat doen. Het stuk speelt vlak na de oorlog, maar aan het einde zit een nummer van Jimi Hendrix dat juist belangrijk geweest is in de Vietnamoorlog.”

Al mijn zonen

De eerste voorstelling van Thibaud Delpeut die ik (Ruben Altena) bezocht was Al mijn zonen van de legendarische Amerikaanse schrijver Arthur Miller (van wie onlangs ook het stuk Na de zondeval over zijn relatie met Marilyn Monroe gespeeld werd). In de pauze dacht ik dat dit geen hele bijzondere avond zou worden. Er was een verhaal ontsponnen wat weliswaar goed geacteerd was, maar mij niet erg raakte. Het ging over een familie waarvan een zoon in de oorlog omgekomen is, althans, dat gelooft iedereen behalve zijn moeder, die hoop houdt dat haar vermiste zoon nog in leven is. De broer van de omgekomen zoon is voornemens te trouwen met diens verloofde, en dat zorgt voor nieuwe spanningen in het toch al niet heel harmonieuze gezin.

Het was een weinig realistisch verhaal door de vele al te toevallige verwikkelingen. Voor mij bleef het verhaal daardoor enigszins op afstand. Tot de ontknoping. De zoon gaat de confrontatie aan met zijn vader, die een afschuwelijke misdaad op een achteloze manier in de schoenen van een ander geschoven blijkt te hebben. “Ik ben niet slechter dan de anderen,” is zijn verweer. “Ik weet dat jij niet slechter bent dan de anderen. Ik dacht dat jij beter was,” is het antwoord van zijn zoon. Daarin openbaart zich de teleurstelling van elke zoon in zijn vader. Juist door het persoonlijke verhaal komt de universele betekenis des te harder aan.

De vader blijkt even later het leven van een aantal onbekenden op het spel gezet te hebben om zijn eigen familie een goede toekomst te bezorgen. Als hij er achter komt dat zijn overleden zoon niet kon leven met die gedachte stamelt hij: “Ik denk dat ze voor hem allemaal mijn zonen waren.” Ik kan het niet helpen om bij die zin aan Jezus te denken, en de betekenis van zijn dood. Volgens de traditionele theologie neemt Jezus door het dragen van zijn lijden de plaats in van de gehele mensheid. Volgens de Franse denker René Girard is Jezus’ dood een ontmaskering van het zondebokprincipe, waardoor mensen sindsdien geconfronteerd worden met hun neiging om het kwaad te projecteren op zondebokken.

Voor mij was deze voorstelling zo confronterend omdat ik geraakt werd door de vraag wat mijn opdracht in het leven is, welk appel de ander op mij doet. Maar blijkbaar was er zo’n (in mijn ogen) gekunsteld verhaal, dat oneindig ver van mijn eigen leven af staat, voor nodig om die vraag zo indringend aan mij te stellen. De voorstelling eindigt met de oproep van de nog levende zoon Chris aan zijn ouders: “Jullie kunnen voor eens en voor altijd verantwoordelijkheid dragen in de wereld.”

Ruben Altena
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *