Terug "au Thoronet" (3)

De volgende morgen rijd ik met mijn cabriolet het kloosterterrein af als ik een auto met zusters tegen kom. Ze herkennen me en hun ogen puilen uit. Wat zal er in hen omgaan? Na een bezoek ’s ochtends aan mijn geliefde kartuizerklooster La Verna dat in het Massif des Maures ligt, gaan we ’s middags weer bij Cathy langs. Zo gezellig! Ze heeft het te druk en vraagt tussen neus en lip door wanneer ik mijn starets ga zien. Ik antwoord: “dadelijk”. Vervolgens maakt ze een kruisteken. Ze heeft humor.

Het gesprek met mijn starets verloopt rustig. Ik heb met haar minder band dan met mijn starets van Opgrimbie. We praten over mijn ouders, mijn overleden moeder. Ze raadt me vervolgens aan om morgen naar St. Maximin te gaan. In de basiliek daar liggen de relieken van Maria Magdalena. Ik vraag haar of ze gelooft in de authenticiteit ervan. Volgens haar is de schedel wetenschappelijk onderzocht. Het is die van een vijftigjarige vrouw uit het Nabije Oosten uit de eerste jaren na Christus. Toen was het gebruikelijk dat mensen de Middellandse Zee overstaken. Net als nu overigens.

 

Na dit gesprek kan ik het niet laten om nog even naar Cathy te gaan. Ze heeft wat mensen opgetrommeld die zich mijn ouders nog haarfijn kunnen herinneren. Ongelofelijk! Duizenden, miljoenen toeristen komen hier jaarlijks en zij hebben na twintig jaar mijn ouders onthouden. Mais oui une telle élégance, dat vergeet je nooit, aldus Cathy. Ik  voel me gevleid. We lachen en gaan vervolgens naar de Vespers bij de zusters.

Ik zie weer andere zusters waar ik mee geleefd heb. De monotonie van de herhaling ervaar ik nu als loodzwaar. Hoe heilzaam ze ‘an sich’ ook is. Voor het eerst realiseer ik me wat een moed en kracht ik heb gehad om hier weg te gaan. Ik ben onder de indruk van mijn eigen verhaal.

Cathy zei me al dat ze de liturgie van de zusters op theater vindt lijken. Ik begrijp haar. Het komt inderdaad wat kunstmatig over. Ik ben er te metafysisch voor. Te nuchter ook.  Wanneer ik nog een laatste keer bij Cathy langs ga om haar goedendag te zeggen, fluistert ze me iets moois toe. Waarschijnlijk totaal onbewust want ze weet niets van dit boek maar desalniettemin slaat ze de spijker op de kop. Ze zegt plotsklaps: “je bezoek aan de Thoronet is het laatste hoofdstuk van je boek”.

Terwijl ik afscheid neem, denk ik: “ze heeft gelijk”. Dit is het laatste hoofdstuk. De volgende morgen zitten we al om 7.00 uur ’s ochtends in de auto. Ik wil naar mijn huis, naar het Noorden, naar mijn thuis, mijn tuin, de stilte daar. Daar ligt nu mijn hart.

Halverwege de reis krijg ik een mail uit Duitsland. Het nieuwe leven roept en trekt. Ik laat definitief los wat achter me ligt.

Miek Pot
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *