Berichten

Column: die eindeloze nietsontziende mening

Laten we een onderscheid maken. Een beschaving hangt of valt met de vrijheid van meningsuiting. Hoe grof en hoe ongenuanceerd meningen ook zijn. Hoe dwars tegen alles in en totaal buiten proporties ook. Elke mening moet kunnen worden gezegd. Elke mening moet ruimte krijgen. Altijd. Overal. Door iedereen. En als je te ver gaat is er een rechter die een grens kan trekken. Objectief. Altijd objectief. Door Kalle Brüsewitz. Lees meer

Hoe vrij mag onze vrijheid van meningsuiting zijn?

We kennen de voorbeelden: Charlie Hebdo, de spotprenten van de Deense cartoonist, de protesten van de WestBoro Baptist Church bij het begraven van Amerikaanse soldaten en de beelden van het verbranden van Bijbels. Het zijn voorbeelden van mensen die hun recht op vrijheid van meningsuiting in praktijk brengen. Zowel het recht op als de vrijheid van meningsuiting zijn ontzettend belangrijk, maar hoe vrij mag onze vrijheid van meningsuiting zijn? En mogen er gevolgen zitten aan onze vrijheid van meningsuiting?

Lees meer

De toekomst van de meningsvrijheid

“De taak van universele pragmatiek, is de identificatie en reconstructie van universele condities van mogelijke wederzijds begrip.” – Jürgen Habermas in On the Pragmatics of Communication, 1998.

Hoewel vandaag de dag de meesten van ons wel voor meningsvrijheid zijn, deinzen we toch meestal terug voor de radicale vrijheid. Hedendaagse filosofen zijn ook meer op zoek naar de gulden middenweg, niet naar een systeem dat volledig voor of tegen vrijheid van meningsuiting is.

Lees meer

Maakt ’ie het of kraakt ’ie het?

In gesprek met muziekrecensent Floris Don.

Het zal je maar gebeuren: je bent muziekrecensent, bezoekt een concert en je vindt er eigenlijk helemaal niets van. Het was niet goed, het was niet slecht, maar het wás gewoon. Dat zou een uitermate saai stukje schrijfwerk opleveren, natuurlijk. Lees meer

Een mening is een vrijheid

“Fragt aber gehört” – Immanuel Kant in Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung? (1784)

Lees meer

Met inhoud, of zonder (kan dat wel?)

Broer 1: Ik vind dat het goed is om een mening te hebben
Broer 2: Dat vind ik ook.
Broer 1: Heb jij een mening?
Broer 2: Nee. Maar ik probeer zoveel mogelijk meningen te verzamelen, zodat ik er uiteindelijk altijd eentje klaar heb.
Broer 1: Dat is heel goed. Vind ik.

Lees meer

Een mening zegt wat

“De mens maakt zichzelf; hij is niet meteen helemaal af, hij maakt zichzelf door de keuze van zijn moraal, en de druk der omstandigheden is van dien aard dat hij er géén kan kiezen. Wij definiëren de mens slechts met betrekking tot zijn engagement.” – Jean-Paul Sartre in L’existentialisme est un humanisme.

Wat is een mening? En wat is het om een mening te hebben? ‘Oh, je zegt maar wat’, ‘Oh, ze zeggen zoveel’, maar al te vaak doen we alsof het niets voorstelt om een mening te hebben. Iedereen heeft er wel een, er zijn zat van mensen die er een heleboel hebben. Het is makkelijk om het gesproken woord af te doen als een lukrake uitspraak, of om op de relativiteit van een mening te wijzen.

De betekenis van het begrip “mening” bepalen is moeilijker dan het lijkt. Van Dale laat ons weten dat het simpelweg de ‘manier is waarop je over een bepaalde zaak denkt’, en stelt het daarmee gelijk aan een gedachte. Daarbij laat het woordenboek een essentieel element achterwege: een mening kan uitgesproken worden; sterker nog een gedachte die uitgesproken wordt, is meestal ook een mening. En misschien is een mening zelfs niets, als ze niet uitgesproken wordt.

Iets zeggen is een daad verrichten.

In zijn How to do Things with Words (1962, ) beschreef de taalfilosoof J.L. Austin zijn revolutionaire interpretatie van taalhandelingen of taaldaden. Iets zeggen is volgens hem al een daad verrichten, en dat wordt doorgaans onderschat. Maar al te vaak wordt de kracht van taal gerelativeerd. Austin schrijft over performatieve taalhandelingen, dat zijn uitspraken die niet beschrijvend zijn, maar die wat doen of in ieder geval wat pogen te doen. Hij zoekt en beschrijft de meest duidelijke taalhandelingen die daden zijn in de meest letterlijke zin van het woord, zoals spijtbetuigingen of een belofte. Op die manier kan niemand ontkennen dat een taaldaad een echte daad is.

John Searle neemt deze theorie van Austin een stapje verder, en analyseert het psychologische element achter uitspraken. Searle onderscheid binnen de Austin’s performatieve uitspraken, de expressieve taaldaden als daden die emoties of overtuigingen trachten over te brengen. Austin en Searle houden zich beiden vooral bezig met het analyseren van de taal(betekenis), maar door hun werk krijgen we wel scherper in beeld wat het betekent om ‘iets te vinden’. Een mening uitspreken kan gelijk gesteld worden aan een daad verrichten.

Publiek debat
In andere takken van de filosofische sport vinden we ook denkers die meer status verlenen aan ‘iets zeggen’. Zo laat de existentialistische filosoof Jean-Paul Sartre in zijn magnus opus Het zijn en het niet (1943) zien hoe je bent wat je doet – en dus ook wat je zegt. Al heb je wansmaak, het is jouw smaak en het zegt iets over wie je bent. Sartre geloofde dan ook dat als je niet durft uit te komen voor je mening, je je ook niet daadwerkelijk kunt realiseren tot wie je bent. Een mening is niet alleen een taalhandeling, het is zelfs geen echte mening tot hij kenbaar gemaakt is, zou Sartre zeggen.

Hij sprak zich dan ook zo veel mogelijk uit in het publieke debat. Engagement was voor hem cruciaal om zijn bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. En het was niet alleen maar grootspraak voor Sartre: in zijn latere jaren verloor hij veel aan populariteit door zijn verdedigingen van bewegingen als de Maoïstische splintergroeperingen, de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders en de Rote Armee Fraktion (RAF). Voor Sartre was er letterlijk geen verschil tussen wie je bent en wat je zegt; en voor hem telde elke mening.

Jean-Paul Sartre is niet alleen de filosoof die veel waarde hecht aan meningen, zijn denken wijst ons gelijk ook op een probleem: de mening blijkt integraal verbonden te zijn aan haar uiting. Dat wordt bevestigd met een rondje langs de grote filosofen, stuk voor stuk spreken ze over de vrijheid van meningsuiting – niet over de mening op zich. Want er is vrijheid nodig om een mening te kunnen uiten; en dus ook om echt een mening te kunnen ‘hebben’.

Leessuggesties:

Voor een goede inleiding op of meer overwegingen over de verhouding van taal en betekenis, zie M. Stokhof: Taal en Betekenis, een inleiding in de taalfilosofie (2009).

Over Sartre is een gerenommeerde biografie geschreven door Annie Cohen-Solal, Sartre’s beroemde literaire kracht is terug te vinden in zijn memoires: De Woorden (2005).

Dit artikel is onderdeel van een drieluik. Het volgende deel “Een mening is een vrijheid” verschijnt donderdag (24 maart).

Afbeelding: CC by Boomerang

Column: Midden

“Daar zit best wat in”, denk je dan. “Dat is ook wel weer waar”, mompel je nog in jezelf. “Wat een onzin”, schreeuw je tegen je beeldscherm. De televisie ratelt zachtjes door terwijl je de krant leest. Met je rechterhand scroll je nog wat door je timeline. Daar zit je dan. Tussen je duizend meningen. Column door Kalle Brüsewitz. Lees meer

De waarde van een mening

“Objectiviteit bestaat niet, dus een krant kan nooit objectief zijn, of anders gezegd de absolute waarheid verkondigen. Elke krant kijkt naar de wereld vanuit bepaalde waarden, cultuur en tradities.” Dat stelt Cees van der Laan (1961), hoofdredacteur van dagblad Trouw. Hij ziet het ook niet als een probleem. “Een krant werkt vanuit waarden en tradities, dat is het venster van waaruit wij kijken naar de werkelijkheid.” Maar hoe gaat een krant als Trouw om met de groeiende waarde van de mening? Lees meer

Eenheidsworst, hoe meningsuiting meningsvorming beperkt

Voetbalsupporters, ondernemers, studenten, ministers, artiesten en ieder ander kunnen op social media en discussiefora hun mening ventileren. Door de grote diversiteit aan personen op deze platforms zou je denken dat er een grote verscheidenheid aan informatie en zienwijzen ontstaat. Maar schijn bedriegt. 

Van grote filosofen als Desiderius Erasmus en John Locke leren we dat aan vrijheid van meningsuiting een verantwoordelijkheid vooraf gaat. Pas wie zelf kennis kan vergaren, kan zich beroepen op de genoemde vrijheid. In de praktijk echter, blijken we niet zelden in onze naaste omgeving te zoeken naar invloedrijke personen en nemen we hun mening over als ware die de onze, zonder dat enig verder denkwerk wordt verricht.

Deze individuen, die wij (gaan) zien als opinieleiders, interpreteren nieuwsberichten van de publieke media en spelen vervolgens hun versie van dit nieuws door aan het publiek. Dit proces van beïnvloeding staat in de communicatiestudies bekend als de two-step-flow theorie.

Ondergeschikt

Deze communicatietheorie werd geïntroduceerd in 1944 door het onderzoeksteam van Paul Lazarsfeld en is, meer dan een halve eeuw later, actueler dan ooit. In het landschap van sociale media en discussiefora lijken berichten van de gevestigde media ondergeschikt aan meningen van individuen. Daar komt bij dat waar het bereik van opinieleiders zich voor het digitale tijdperk beperkte tot mond-tot-mond berichtgeving (WoM – word-of-mouth), dit nu is verschoven naar elektronische mond-tot-mond (eWoM) verspreiding met een veel breder bereik. Volgens hoogleraar Communicatiewetenschap Fred Bronner hernieuwt deze verschuiving het concept van opinieleider.

De scheidslijn tussen journalistieke mediabijdragen, meningen van opinieleiders en de ontvangers wordt steeds vager.

Met internet, sociale media en discussiefora hebben we niet alleen toegang tot een ongekende hoeveelheid informatie, ook de scheidslijn tussen journalistieke mediabijdragen, meningen van opinieleiders en de ontvangers van berichten wordt steeds vager en er ontstaat een wildgroei van zowel deskundige als ongefundeerde meningen.

Neem bijvoorbeeld de receptenblogs over een ‘gezonde levensstijl’ die als paddestoelen de grond uit schieten. In plaats van zelf na te denken over wat goed voor ons is, is er blijkbaar een behoefte aan mensen die hun interpretatie van ‘gezond’ met ons delen – in de vorm van recepten welteverstaan. Deze foodies zijn dus in feite opinieleiders met een enorme achterban. 

Solide argumentatie

Sociale media en discussiefora kunnen het proces van oordeelsvorming verrijken en zijn derhalve middelen voor zelfrealisatie, waarmee elk individu gehoord kan worden. Maar kan er worden gesproken van uitwisseling van weloverwogen meningen – of überhaupt van oordeelsvorming – zonder solide argumentatie? Wat is een mening waard die is geleend?

Dat mensen zich door elkaar en door de media laten beïnvloeden, is niets nieuws en zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Maar sociale media maken het ons lastiger het kaf van het koren te scheiden en de deskundigen onder de opinieleiders te herkennen.

Foto: Carlos de la Orden@Freeimages.com

Evenementen

Niets Gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op