Berichten

De toekomst van de meningsvrijheid

“De taak van universele pragmatiek, is de identificatie en reconstructie van universele condities van mogelijke wederzijds begrip.” – Jürgen Habermas in On the Pragmatics of Communication, 1998.

Hoewel vandaag de dag de meesten van ons wel voor meningsvrijheid zijn, deinzen we toch meestal terug voor de radicale vrijheid. Hedendaagse filosofen zijn ook meer op zoek naar de gulden middenweg, niet naar een systeem dat volledig voor of tegen vrijheid van meningsuiting is.

Lees meer

Maakt ’ie het of kraakt ’ie het?

In gesprek met muziekrecensent Floris Don.

Het zal je maar gebeuren: je bent muziekrecensent, bezoekt een concert en je vindt er eigenlijk helemaal niets van. Het was niet goed, het was niet slecht, maar het wás gewoon. Dat zou een uitermate saai stukje schrijfwerk opleveren, natuurlijk. Lees meer

Een mening is een vrijheid

“Fragt aber gehört” – Immanuel Kant in Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung? (1784)

Lees meer

Met inhoud, of zonder (kan dat wel?)

Broer 1: Ik vind dat het goed is om een mening te hebben
Broer 2: Dat vind ik ook.
Broer 1: Heb jij een mening?
Broer 2: Nee. Maar ik probeer zoveel mogelijk meningen te verzamelen, zodat ik er uiteindelijk altijd eentje klaar heb.
Broer 1: Dat is heel goed. Vind ik.

Lees meer

Een mening zegt wat

“De mens maakt zichzelf; hij is niet meteen helemaal af, hij maakt zichzelf door de keuze van zijn moraal, en de druk der omstandigheden is van dien aard dat hij er géén kan kiezen. Wij definiëren de mens slechts met betrekking tot zijn engagement.” – Jean-Paul Sartre in L’existentialisme est un humanisme.

Wat is een mening? En wat is het om een mening te hebben? ‘Oh, je zegt maar wat’, ‘Oh, ze zeggen zoveel’, maar al te vaak doen we alsof het niets voorstelt om een mening te hebben. Iedereen heeft er wel een, er zijn zat van mensen die er een heleboel hebben. Het is makkelijk om het gesproken woord af te doen als een lukrake uitspraak, of om op de relativiteit van een mening te wijzen.

De betekenis van het begrip “mening” bepalen is moeilijker dan het lijkt. Van Dale laat ons weten dat het simpelweg de ‘manier is waarop je over een bepaalde zaak denkt’, en stelt het daarmee gelijk aan een gedachte. Daarbij laat het woordenboek een essentieel element achterwege: een mening kan uitgesproken worden; sterker nog een gedachte die uitgesproken wordt, is meestal ook een mening. En misschien is een mening zelfs niets, als ze niet uitgesproken wordt.

Iets zeggen is een daad verrichten.

In zijn How to do Things with Words (1962, ) beschreef de taalfilosoof J.L. Austin zijn revolutionaire interpretatie van taalhandelingen of taaldaden. Iets zeggen is volgens hem al een daad verrichten, en dat wordt doorgaans onderschat. Maar al te vaak wordt de kracht van taal gerelativeerd. Austin schrijft over performatieve taalhandelingen, dat zijn uitspraken die niet beschrijvend zijn, maar die wat doen of in ieder geval wat pogen te doen. Hij zoekt en beschrijft de meest duidelijke taalhandelingen die daden zijn in de meest letterlijke zin van het woord, zoals spijtbetuigingen of een belofte. Op die manier kan niemand ontkennen dat een taaldaad een echte daad is.

John Searle neemt deze theorie van Austin een stapje verder, en analyseert het psychologische element achter uitspraken. Searle onderscheid binnen de Austin’s performatieve uitspraken, de expressieve taaldaden als daden die emoties of overtuigingen trachten over te brengen. Austin en Searle houden zich beiden vooral bezig met het analyseren van de taal(betekenis), maar door hun werk krijgen we wel scherper in beeld wat het betekent om ‘iets te vinden’. Een mening uitspreken kan gelijk gesteld worden aan een daad verrichten.

Publiek debat
In andere takken van de filosofische sport vinden we ook denkers die meer status verlenen aan ‘iets zeggen’. Zo laat de existentialistische filosoof Jean-Paul Sartre in zijn magnus opus Het zijn en het niet (1943) zien hoe je bent wat je doet – en dus ook wat je zegt. Al heb je wansmaak, het is jouw smaak en het zegt iets over wie je bent. Sartre geloofde dan ook dat als je niet durft uit te komen voor je mening, je je ook niet daadwerkelijk kunt realiseren tot wie je bent. Een mening is niet alleen een taalhandeling, het is zelfs geen echte mening tot hij kenbaar gemaakt is, zou Sartre zeggen.

Hij sprak zich dan ook zo veel mogelijk uit in het publieke debat. Engagement was voor hem cruciaal om zijn bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. En het was niet alleen maar grootspraak voor Sartre: in zijn latere jaren verloor hij veel aan populariteit door zijn verdedigingen van bewegingen als de Maoïstische splintergroeperingen, de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders en de Rote Armee Fraktion (RAF). Voor Sartre was er letterlijk geen verschil tussen wie je bent en wat je zegt; en voor hem telde elke mening.

Jean-Paul Sartre is niet alleen de filosoof die veel waarde hecht aan meningen, zijn denken wijst ons gelijk ook op een probleem: de mening blijkt integraal verbonden te zijn aan haar uiting. Dat wordt bevestigd met een rondje langs de grote filosofen, stuk voor stuk spreken ze over de vrijheid van meningsuiting – niet over de mening op zich. Want er is vrijheid nodig om een mening te kunnen uiten; en dus ook om echt een mening te kunnen ‘hebben’.

Leessuggesties:

Voor een goede inleiding op of meer overwegingen over de verhouding van taal en betekenis, zie M. Stokhof: Taal en Betekenis, een inleiding in de taalfilosofie (2009).

Over Sartre is een gerenommeerde biografie geschreven door Annie Cohen-Solal, Sartre’s beroemde literaire kracht is terug te vinden in zijn memoires: De Woorden (2005).

Dit artikel is onderdeel van een drieluik. Het volgende deel “Een mening is een vrijheid” verschijnt donderdag (24 maart).

Afbeelding: CC by Boomerang

Lentegevoel

Jaren geleden zag ik een ontroerend stukje video-art n.a.v. een bijbelverhaal. Wat een prachtig schilderij is,

de-ontmoeting-tussen-Maria-en-Elisabeth-Jacopo-Pontorno-foto-Antonio-Quattrone-226x300

Jacopo Pontormo: De ontmoeting tussen Maria en Elizabeth (de Maria-Visitatie). Circa 1528-29; olieverf op paneel; 202 x 156 cm. Hangt in de kerk Pieve di San Michele Arcangolo Carmignano, Italië. © Antonio Quattrone

was door Bill Viola vertaald naar levend beeld: The Greeting

Een ontmoeting tussen twee zwangere vrouwen. De manier waarop ze elkaar begroetten, het kind bij zich dragend, de warmte die daaruit sprak, keer op keer bekeek ik de beelden. Ik probeerde de woorden op te vangen, de blikken te lezen, hun handen te voelen, hun stem te horen.

Wieteke van Zeil besprak ooit in de Volkskrant het bewuste schilderij. Zij koppelde het aan haar lentegevoel, maar legde ook een verband met het dagelijks leven en hoe dit een routine kan worden. “Op zo’n lentedag is het alsof je even opnieuw ziet wat er al was en dat is de mooiste breuk in routine die er is. De routine die er in de herfst en winter in sloop, toen we zonder het te merken op een doffe, automatische piloot gingen. Uur in, uur uit, dag in, dag uit, week in, week uit. Werken, boodschappen doen, koffie-automaat, file rijden, vaatwasser uitruimen. Je leven hoeft niet miserabel te zijn om er op z’n tijd in vast te draaien. Het gebeurt zo, als je ongemerkt alles compleet vanzelfsprekend bent gaan vinden. Routine bestaat voor wie het niet door heeft.”

“Leren dat je een keuze hebt wát te denken” – David Foster Wallace

Er is een speech uit 2005 van de auteur David Foster Wallace, ‘This is Water’, die hij gaf aan jonge studenten van een universiteit. Pak een kop koffie zou ik zeggen, zoek ‘m op YouTube en ga er even voor zitten – het is een van de mooiste, geestigste en waarste speeches die ik ooit beluisterde. Het gaat precies hierover: routine. Wat die studenten nog niet weten dat ze te wachten staat, die andere kant van het volle leven waarop ze zich voorbereiden: de dingen die je dag in, dag uit, gaat doen, jaar in, jaar uit, en de doodse verveling en ergernissen die daarmee gepaard gaan. ‘Leren hoe te denken’, zoals vaak wordt gezegd op universiteiten, betekent volgens Wallace: leren dat je een keuze hebt wát te denken. Hoe betekenis te geven aan de dingen, een ander perspectief te zien. Als je dat bewustzijn niet ontwikkelt, schiet je op een dag in een groef van diepe, onbewuste routine. Dan vind je het normaal om te schelden op een fietser die je afsnijdt en zal dat elke dag weer gebeuren.

De auteur begint met een parabel: een oude vis komt op een dag twee jonge vissen tegen en zegt: ‘Goedemorgen jongens, hoe is het water?’ Waarop de ene jonge vis de andere aankijkt en zegt: ‘What the hell is water?’ Werkelijke vrijheid, zegt Wallace, heeft met aandacht te maken, met de discipline om te kiezen hoe je tegen dingen aan wilt kijken, dát het ook anders kan. Het alternatief is doodse routine. De speech raakt des te meer omdat David Foster Wallace drie jaar later het leven zelf te moeilijk vond, en het zich benam.
Aan het einde van de speech wenst hij de studenten een bewustzijn toe van alles wat echt is en essentieel, wat verborgen lijkt maar recht voor onze neus staat. Dat we ons blijven herinneren: ‘Dit is water, dit is water’.”

Wat voor mij een (over)bekend verhaal uit de bijbel was, werd een nieuwe beleving. Ik zag iets wat echt en essentieel is: ontmoeting tussen twee gewone vrouwen met een eigen verhaal over geboorte en mens-zijn. De lente laat ons opnieuw kijken. Alsof we elk jaar opnieuw geboren worden.

Column: Midden

“Daar zit best wat in”, denk je dan. “Dat is ook wel weer waar”, mompel je nog in jezelf. “Wat een onzin”, schreeuw je tegen je beeldscherm. De televisie ratelt zachtjes door terwijl je de krant leest. Met je rechterhand scroll je nog wat door je timeline. Daar zit je dan. Tussen je duizend meningen. Column door Kalle Brüsewitz. Lees meer

De waarde van een mening

“Objectiviteit bestaat niet, dus een krant kan nooit objectief zijn, of anders gezegd de absolute waarheid verkondigen. Elke krant kijkt naar de wereld vanuit bepaalde waarden, cultuur en tradities.” Dat stelt Cees van der Laan (1961), hoofdredacteur van dagblad Trouw. Hij ziet het ook niet als een probleem. “Een krant werkt vanuit waarden en tradities, dat is het venster van waaruit wij kijken naar de werkelijkheid.” Maar hoe gaat een krant als Trouw om met de groeiende waarde van de mening? Lees meer

Column: Gewoon een mening

Ik vind dus iets van mensen die alleen maar een mening hebben en dat dan aan de hele wereld vertellen.  Ik vind dus dingen van mensen die op televisie komen, omdat ze een mening over iets hebben. En die mening vormen op basis van een onduidelijke expertise en deze mening mogen etaleren op basis van een onduidelijke staat van dienst en een onduidelijke functieomschrijving aangaande dat specifieke onderwerp. Column door Kalle Brüsewitz. Lees meer

Kunst: Sterren

Dan heb je dus één ster. Je slaat de krant open en het staat er. Dat waar je al die jaren voor gewerkt hebt kapot. Meneer komt een verdwaalde dinsdagavond binnenzetten en een dag later kan je eigenlijk gelijk je kostuum en je decor opbergen. Het heeft toch geen zin meer. Jouw publiek leest die krant. Jouw publiek neemt het serieus. ‘Ik heb te doen met de één-ster-beoordeelden’. Column door Kalle Brüsewitz.

Lees meer