Spiritualiteit werkt in de opvoeding (7/7)

Het zevende en laatste hoofdstuk van het boek Spiritualiteit werkt in de opvoeding van Vincent Duindam. Hij is psycholoog en geeft les bij onder andere de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar onderwerpen als ouderschap, zorgende vaders, taakverdeling, relaties en mannelijkheid en vrouwelijkheid. Duindam publiceerde negen boeken, waaronder een haikubundel over zijn dochters. Op dit moment verbindt hij inzichten uit zowel de positieve psychologie als de grote spirituele tradities met de thema’s ouderschap, onderwijs en relaties. Hieronder hoofdstuk 7 ‘Loslaten’ van zijn boek Spiritualiteit werkt in de opvoeding.

Afscheid van je kind neem je niet op één moment of tijdens één periode: het begint al op de eerste dag, en elk afscheid is ook een nieuw begin. Op hun eerste dag heb ik bij onze beide dochters de navelstreng doorgeknipt: afscheid en nieuw begin. Het doorkomen van het eerste tandje, het ‘wisselen’ van de tandjes, ook dat was een afscheid en begin. Bij onze jongste dochter moest ik echt even wennen aan haar allereerste tandje. Zij zelf ook. Ze had een perfect zacht rond koppie en opeens zat daar een klein stukje tand – en dat groeide bij haar ook maar héél langzaam.

Allerlei mooie spelletjes en rituelen: je groeit er met elkaar uit en er komt iets nieuws voor in de plaats. Bij het slapengaan ging ik vaak even met ze stilliggen. Zij lagen onder hun dekentje, ik er bovenop, naast ze. Dan lag ik heel stil, een beetje te mediteren. Zij werden daar ook rustig van. Ik voelde een handje op mijn trui – en ze waren vertrokken. Op een bepaald moment worden ze daar te groot voor – dan komen er andere rituelen.

Voor iedereen kan dat even wennen zijn. Onze oudste dochter vond het zo gezellig dat ze me met haar ‘dot’ probeerde vast te binden aan haar bedje. Of het knokken. Samen vielen ze me aan en het spel kon eigenlijk pas stoppen als er iemand te hard ergens tegen de muur of een stoel gekomen was en er traantjes waren. Maar dat maakte niet uit: de volgende dag moest er opnieuw geknokt worden. Uiteindelijk ging het voorbij, hoewel we nu op andere manieren nog steeds knokken. 

Zo is het de hele tijd doorgegaan. Moeilijk vond ik het om ze niet langer op te halen bij de basisschool. Dat beschutte pleintje met de bomen was me dierbaar geworden. Op de zandbakrand zitten, even praten met andere ouders met andere kinderen: het was zo’n heerlijk ritueel. Of dat ze niet meer mee wilden naar het bos:

Mijn dochters zijn thuis
– ik zoek naar beukennootjes –
zij zien MTV.

Toch is het belangrijk om elk afscheid helemaal te aanvaarden. Als je aan het verleden vasthoudt, doe je jezelf en hen pijn. Wanneer je de nieuwe situatie volkomen aanvaardt, schep je ruimte voor iets nieuws. Het gaat erom dat je geen vrede vindt door de omstandigheden van je leven te willen terugdraaien, maar door te beseffen wie je ten diepste bent. Dit relativeert de plussen en de minnen van het leven, de witte en de zwarte noten, zoals dat vroeger zo mooi in spreuken op de muur hing.

Uiteindelijk kun je zeggen: ‘Niet zoals ik wil, maar zoals Gij wilt, geschiede.’ Dan kan een einde ook een nieuw begin worden. Je eigen innerlijke kind kan je daarbij helpen. En misschien ook wel een puberdochter, zoals de mijne toen ze me toevoegde: ‘Zoek een leven, pap!’

Hetzelfde geldt voor het moment waarop je kinderen het ouderlijk huis verlaten. Schep geen pijn door aan het oude te blijven vasthouden. Vooral ouders die het vroeger thuis moeilijk hebben gehad, die gekwetst zijn of op school gepest zijn, moeten alert zijn. Veel van ons hebben natuurlijk dat soort dingen meegemaakt. Ooit schreef ik:

Mag ik me warmen
– ik ruik je natte haartjes –
aan jouw wereld, kind.

Natuurlijk ‘mocht’ dat. Kinderen zijn gulle gevers. Maar als je je oplaadt aan de relatie met je kind, raak je misschien leeg als die relatie verandert. Het is heel belangrijk om zelf gelukkig te zijn. We zagen al dat Erich Fromm ons adviseert om vooral zelf een gelukkig leven vóór te leven. Zorg in elk geval voor je eigen levensvreugde, liefde en spiritualiteit. Dat is een geschenk aan je kinderen. Anders gezegd: belast ze in geen geval met slachtofferschap. Zeg niet bij elk afscheid ‘au’.

In de Jeruzalemse Talmoed lezen we:

‘Wanneer de dag des oordeels aangebroken zal zijn, dan zult u ook moeten verklaren waarom u niet alle mogelijkheden die er waren om gelukkig te zijn, hebt aangegrepen.’

Een heel goede vraag die God ons zal stellen: waarom ben je niet gelukkig geweest met alles wat ik je gegeven heb? En als wij bij de hemelpoort komen, hoeven wij hopelijk niet het antwoord te geven dat de schrijver Borges aan het eind van zijn leven gaf. ‘Ik heb de grootste zonde begaan die maar mogelijk is: ik heb verzuimd om gelukkig te zijn.’

Als wij als ouders emotioneel op eigen benen staan, gelukkig zijn, dan kunnen onze kinderen zich vrij ontwikkelen, zelf hun wereld ontdekken en scheppen, en vertrekken wanneer ze willen. De woorden van Franciscus van Assisi zijn de beste geheugensteun: ‘Heer, geef dat ik niet zozeer mag worden liefgehad, maar veeleer zelf mag liefhebben.’

Je weet niet hoe het loopt. Dat hoef je ook niet te weten. Pieker niet: het leven gaat toch anders dan je denkt. Aandachtig en liefdevol aanwezig zijn is de beste spirituele opvoeding. Wees niet te serieus, val niet samen met je rol als ouder. Bovendien komt er aan elke rol een einde en boeddhisten waarschuwen voor groot lijden als je te gehecht bent geraakt aan een bepaalde rol of identiteit. Als het ouderschap bijna je hele identiteit uitmaakt, ga je het moeilijk krijgen wanneer de kinderen groot worden, zich van je losmaken en de deur uitgaan. Opvoeden is vooral een veld van stille aandacht scheppen. Vier de seizoenen, letterlijk en figuurlijk, ook de seizoenen van het leven, het afscheid dat onvermijdelijk komt. Luister naar de stilte.

We doen als ouders ons best. Onze fouten mogen we onszelf voortdurend vergeven wanneer we dat bij onze kinderen, en onze partner, ook doen. We kunnen telkens opnieuw beginnen, en hun die kans ook geven. In de benedictijnse spiritualiteit blijven we beginnelingen.

Het werk aan onze eigen spirituele ontwikkeling is het belangrijkst. Als we daarin gelukkig worden, is dat het grootste geschenk aan onze kinderen. En we hebben gezien dat juist zij ons daar op allerlei manieren bij helpen.

Verder moeten we geen almachtsfantasieën koesteren. We kunnen de ontwikkeling en de levensweg van onze kinderen niet bepalen en ze ook niet voor fouten behoeden. Maar dat wordt ook niet van ons gevraagd. Onze kinderen hebben een eigen levensopdracht, mogen hun eigen ervaringen opdoen. Wij moeten niet te veel in de weg lopen. Hoe minder ons ego meedoet, hoe meer ruimte er is voor hen.

net zat ze op schoot,
‘als ik zestien ben’, zegt ze,
‘wil ik op kamers.’

 

tientallen tassen;
welke buiten te hangen
– als ze geslaagd zijn?

 

‘smeer je nou goed in!’
ze drijft weg op haar luchtbed
– dat gezeur van pa.

Kijk hier voor een overzicht van alle hoofdstukken van het boek Spiritualiteit in de Opvoeding. 

Copyright tekst en beeld: Vincent Duindam

Vincent Duindam
Vincent Duindam is psycholoog. Zijn onderzoek naar ‘zorgende vaders’ werd erg bekend. Op dit moment verbindt hij inzichten uit zowel de positieve psychologie als de grote spirituele tradities met de thema’s ouderschap, onderwijs en relaties.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *