Spiritualiteit werkt in de opvoeding (4/7)

De komende tijd elk weekend op Zinweb: het boek Spiritualiteit werkt in de opvoeding van Vincent Duindam. Hij is psycholoog en geeft les bij onder andere de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar onderwerpen als ouderschap, zorgende vaders, taakverdeling, relaties en mannelijkheid en vrouwelijkheid. Duindam publiceerde negen boeken, waaronder een haikubundel over zijn dochters. Op dit moment verbindt hij inzichten uit zowel de positieve psychologie als de grote spirituele tradities met de thema’s ouderschap, onderwijs en relaties. Hieronder hoofdstuk 4 ‘Je kind, je goeroe’ van zijn boek Spiritualiteit werkt in de opvoeding.

Tijdens elke levensfase kunnen we veel van onze kinderen leren. Een baby nodigt je onweerstaanbaar uit om liefde te geven, te knuffelen, dichtbij te zijn. Bij peuters worden ook je speelse en creatieve kanten aangesproken. Je maakt een dansje op straat, terwijl de orgelman toekijkt. En zo gaat het verder. Kinderen spiegelen ook altijd: een boodschap die je ze voorhoudt, pikken ze op en geven ze terug. Soms heel letterlijk, soms meer naar de geest. Ooit gaf ik onze dochters wel eens iets lekkers als ze deden wat ik wilde. Op een dag vroeg ik Sophie om iets te doen. Haar wedervraag was: ‘Wat mag ik daarvoor eten, pap?’

Op die manier kom je via je kind altijd jezelf tegen in de opvoeding. Je krijgt je opvattingen, je ideeën, maar vooral het voorbeeld dat je hebt gegeven keurig weer van ze terug – en soms blijken we minder flexibel dan we denken. ‘De meesten van ons krijgen onze vaders en moeders pas wanneer ze oud zijn en dan zijn ze heel moeilijk te veranderen,’ schreef ooit een scholiere in een opstel. Dat slaat de spijker op zijn kop. Er wordt veel gesproken over lastige pubers. Maar feitelijk gaat het heel vaak om lastige ouders. Wanneer kinderen in de puberteit komen, is het net zo belangrijk om er als ouders te zijn als in de vroege kindertijd. Je moet werkelijk aanwezig zijn en ze tegemoet treden. Dat is moeilijk, want ze stellen alles wat je ze geleerd hebt en je hele eigen geliefkoosde mentale bagage keihard ter discussie. Wat je in je eigen jeugd hebt moeten verdringen, peuteren zij weer naar de oppervlakte. Dat kan je heel boos maken, maar je kunt ook jezelf de vrijheid geven onbevangen met ze in contact te treden.

Natuurlijk hebben je puberkinderen ook duidelijke grenzen nodig, anders wordt de wereld onveilig en schieten ze door met hun experimenten. Je dochters kunnen dikke lagen make-up aanbrengen, op hun twaalfde met haarlak in de weer zijn, op hun dertiende aan de pil willen. Je zoons drinken misschien te veel, experimenteren met drugs, nemen risico’s in het verkeer of raken betrokken bij knokpartijen. Of je kinderen spijbelen, maken school niet af, stoppen met hun studie, komen hun kamer niet af. Alle ouders zullen hier wel iets in herkennen en nog wat aan kunnen vullen. 

Als moeder of vader heb je vaak de neiging je hiertegen af te zetten, het af te wijzen, er weerstand tegen te hebben. Het is begrijpelijk dat we onze kinderen willen behoeden, maar voor een paar dingen moeten we oppassen.

Het kan zijn dat je kind iets laat zien wat jij nooit mocht vroeger en dat je hebt weggestopt. Dat zijn dingen die je jezelf niet meer toestaat, die je verontwaardigd afwijst en waarin je jezelf helemaal niet herkent. Mocht jij jezelf nooit mooi maken, schandalig sexy zijn, je lijf laten zien of flirten – en doet je dochter dat nu wel? Moet je het bij haar reguleren en disciplineren, of wordt het tijd dat je zelf je eigen schoonheid gaat zien? Mocht jij nooit hardop praten, je stem verheffen, de muziek wat harder zetten en word je nu gek van die discodreun boven je hoofd? Houd bij alles wat je onprettig, vervelend of afstotend vindt het idee in gedachten ‘dat zou wel eens een verdrongen stuk van mezelf kunnen zijn’: bij pubers die smakken, vergeten te douchen of de hele dag onder de douche staan, onbeheerst zijn of juist dwangmatig precies, zich in wolken van sigarettenlucht hullen of keiharde muziek draaien.

Voorkom in elk geval dat het een machtsstrijd wordt. Stel duidelijk en vriendelijk grenzen waar dat nodig is, maar maak je kind niet klein, verneder het niet, geef het geen schuldgevoel. Over zo’n machtsstrijd kreeg ik ooit een brief van een bezorgde moeder:

‘Zelf heb ik een zoon van bijna twintig en hij is zo nu en dan behoorlijk hanig. Wat mij sinds zijn eerste puberteitsjaren steeds meer is opgevallen, is het feit dat niet alleen mijn zoon, naarmate hij wat ouder werd steeds minder van jongere jongens kon hebben, maar ook dat zogenaamd volwassen haantjes ontzettend weinig van jongens die nog volwassen moeten worden, kunnen hebben. Dat zie ik bij buurmannen (bij wie je zelf echt maar een halve seconde nodig hebt om te kunnen zien dat zij ook bepaald niet de gemakkelijkste jongens zijn geweest), maar ook bij veel te veel leraren op middelbare scholen. Het lijkt wel of deze mannen geheel vergeten zijn hoe het is om puber/adolescent te zijn en zeker totaal vergeten zijn hoe ze zelf waren op die leeftijd. Ze kunnen (vooral zichzelf) niet relativeren, niet een wat vaderlijke houding of de houding van een oudere broer aannemen. Ze gedragen zich eerder alsof ze zich bedreigd voelen en nog even duidelijk moeten maken wie er hier de baas is. Gevolg: ruzie, onbegrip. Waarom kunnen zo veel mannen niet een beetje meer het gedrag relativeren van haantjes die hun weg nog moet vinden in de volwassen wereld en die daarbij in hun jeugdige botheid/felheid/onhandigheid vaak niet de juiste toon aanslaan (maar inhoudelijk wel gelijk hebben)?’

Als er een strijd gevoerd moet worden, laat het dan vooral je eigen innerlijke strijd zijn. Kijk eerst maar eens wat er tussen jou en je pure kern in staat, want dat vertroebelt je blik. Natuurlijk blijf je opvoeden en grenzen stellen, maar het scheelt enorm wanneer je eigen ego niet telkens hinderlijk meetrilt: ik heb gelijk, ik heb gelijk, ik heb gelijk …

Niet alleen de machtsstrijd is een valkuil, maar ook het slachtofferschap. Misschien doen je kinderen dingen die jij niet wilt, of laten ze na wat jij juist wel zou willen dat ze deden. Je kunt met overreding of dwang proberen je zin te krijgen, en als dat niet lukt kun je de neiging hebben ‘au’ te zeggen, slachtofferig gedrag te vertonen, zuchtend of met rollende ogen te laten merken hoe erg je aangedaan bent. We kunnen beter geen verongelijkte, mopperende, zeurende, zure ouders worden. Ook slachtofferschap houdt jou van je diepste zelf vandaan. Het einde van je slachtofferschap is het begin van je wijsheid, zegt de Zwitserse psychoanalytica Alice Miller.

Wij zijn diepgaand verbonden met onze kinderen, zoals we dat in wezen met alle mensen zijn. Door conflicten en meningsverschillen kunnen we het gevoel krijgen dat we ver van hen af staan. Vaak willen we graag ook die afstand nemen en herkennen we niets van dat gedrag dat we afwijzen. Dat is niet handig.

Een goede oefening is hier om jezelf te herkennen in je kind en je kind in jou. Dat is niet eenvoudig. Het kan je kind erg helpen als je je eigen schaduwkanten onder ogen durft te komen. Je kunt de door Carl Jung geïnspireerde voice dialogue-methode gebruiken. Hierin is het van belang te leren inzien dat wij tal van stemmen (of energieën) in onszelf herbergen. Wij moeten aanvaarden dat deze er zijn. Juist ook door onze ‘schaduwkanten’ onder ogen te zien (zoals jaloezie, woede) kunnen we ervoor zorgen dat deze ons niet ongemerkt beheersen. De verschillende en soms tegenstrijdige stemmen mogen we allemaal een plaats geven.

Voice dialogue is dus eigenlijk een vorm van anderen in jezelf herkennen en jezelf in anderen. Je roept projecties weer terug. Je ziet de complete menselijkheid van jezelf en anderen weer. Door zo’n meditatieve benadering maak je de eenheid weer opnieuw zichtbaar, en stop je met het afgescheiden zijn. Dit is heilzaam voor je kinderen en voor jou zelf. Voor een gezonde psychologische ontwikkeling is het van belang al je kanten, ook je schaduwkanten onder ogen te zien. Wat vrij geuit kan worden, hoeft niet op een andere, lelijke manier terug te komen. De veelgeciteerde Rumi zegt: ‘Alles in het universum bevindt zich in je. Vraag alles aan jezelf.’

Oefeningen
– Wat je ziet, is wat je bent, denk daar maar eens aan als je met een kritische blik naar je kind kijkt. Wat je jezelf niet toestaat, kom je voortdurend in de ander tegen. Dat kan je partner zijn, of een kind.
– Zowel verveling als stress zijn spirituele problemen. Van jou! Vanaf de babytijd tot en met de puberteit kunnen ze zich voordoen.
– Vraag je af: wie zou je zijn zonder dat verhaal? (Byron Katie) 
– Sta toe dat je ego krimpt, kleiner wordt.

De terugtocht

Wie kinderen opvoedt, krijgt zeker de gelegenheid zich opnieuw tot zijn of haar eigen opvoeding te verhouden. Wat je zelf met moeite hebt moeten afleren, wordt vaak het favoriete gedrag van een kind. Dit biedt een mogelijkheid tot meer ruimte voor je kind en voor jezelf door het gewraakte gedrag een plek te geven, zoals lawaai maken, assertief zijn of huilen.

Vaak echter zul je geneigd zijn wat je zelf hebt moeten afleren bij je kind krachtig de kop in te drukken. Dit geldt zeker ook voor seksespecifieke zaken, zoals huilen bij jongens of assertiviteit bij meisjes. Tijdens de ‘normale’ opvoeding moeten meisjes en jongens andere dingen aanleren, maar – misschien nog belangrijker – ook afleren. Een jongen die zich pijn doet, moet leren niet meteen te huilen. Een meisje moet afleren een grote mond te geven of met haar benen wijd te zitten. Bij veel van dit soort seksespecifieke zaken werkt het zo, dat wat de ene sekse moet afl eren, geprojecteerd wordt op de andere sekse. Zo moeten jongens afleren gevoelig, emotioneel, zorgzaam te zijn en zij leren dit te projecteren op meisjes en vrouwen. Voor meisjes geldt iets soortgelijks voor kracht en assertiviteit. Zij leren dit uit te besteden bij mannen.

Op die manier ontstaat er een soort relationele dynamiek tussen de seksen die vooral in liefdesverhoudingen sterk aanwezig is. Heteroseksuele partners kunnen leren dit te doorbreken wanneer ten minste een van hen weigert nog langer als projectiescherm voor de ander te functioneren. Opvoedingssituaties bieden eveneens kansen aan ouders om hun eigen opvoeding ter discussie te stellen. Je kunt zowel het kind in jezelf als tegenover je meer ruimte gaan geven. Of beide klem zetten. Een van de stemmen die in de voicedialoguebenadering worden onderscheiden is de ‘behager’; dat is de stem die het anderen naar de zin wil maken, behagen, om zo door de ander gezien te worden. Zo’n stem ontwikkel je als kind, omdat het op dat moment functioneel is, nuttig, misschien zelfs van levensbelang. Later kan het nodig zijn juist andere stemmen of energieën meer ruimte geven. Andere stemmen zijn bijvoorbeeld de drammer en de baas, die ook flink hinderlijk kunnen zijn, om maar niet te spreken van de innerlijke criticus (die vaak strenger is dan de critici in de buitenwereld).

Ook voor mannen is een analyse van de behager heel belangrijk. Hij is de bron van zowel machogedrag als van kruiperig, slijmerig en behaagziek gedrag dat ‘soft’ genoemd wordt. Het laatste is makkelijk te zien: zo’n man wil zijn vrouw behagen. Maar bij de macho zie je iets soortgelijks. Achter zijn hectische erotische strooptochten wenkt het beeld van zijn voor altijd onbereikbare moeder, voor wie hij op deze merkwaardigerwijze zo vreselijk zijn best aan het doen is. De softie en de macho lijken dus meer op elkaar dan ze zelf zouden willen; ze worden allebei geregeerd door de behager in hen. Als je dit inziet en doorvoelt, kun je het veranderen.

Het gaat dus om:
1 Erkenning van je opvoedingspijn. Inzicht is nodig, maar ook de emotionele verwerking ervan.
2 Besef van wat je hebt moeten verdringen en op wie je dat geprojecteerd hebt in de loop der tijden.
3 Herintegratie van dat wat je in jezelf hebt verdrongen, ruimte voor alle stemmen.

Dit leidt tot meer ruimte voor jezelf en meer ruimte voor de anderen in je leven. Erich Fromm zei: ruimte voor je kind gaat samen met ruimte voor jezelf. En er is niets zo erg als een zich opofferende ouder die geen plezier in het leven heeft.

Omslagpunten

Voor alle kleine kinderen is hun moeder geweldig. Later wordt dat wat gerelativeerd en komt ze van haar troon af (net als vader overigens). In de puberteit kan dat vrij heftig worden. Vooral voor meisjes en vrouwen is het lang niet altijd eenvoudig om zich van hun moeder los te maken. Wanneer je zelf kinderen krijgt, is dat vaak een heel goede gelegenheid om de relatie met je moeder (en vader) weer met andere ogen te bezien. Oude wonden worden soms geheeld in het spel tussen grootouders en kleinkinderen.

Veel mensen maken ook een soort omslagpunt in hun leven mee. Aanvankelijk zijn ze nogal gefocust op de fouten van hun ouders: ‘Ze zagen me niet echt, ze kenden me niet, ze waren te kritisch.’ Maar na verloop van tijd, wanneer ze zelf moeder of vader zijn geworden, ontdekken ze soortgelijke fouten in zichzelf. Ik kan me in mijn eigen leven nog heel goed zo’n omslagpunt herinneren. Toen ik twintig was las ik het boek Het drama van het begaafde kind van de Zwitserse psychiater Alice Miller. Ik had heel wat tissues nodig, omdat ik mezelf zo goed herkende in het kind dat volkomen klem zit en geleefd wordt door behoeftige en manipulerende ouders. Toen ik veertig was, las ik het nog eens. De schrik sloeg me om het hart: Hoe was ik zelf als ouder? Wat maakte ik ervan? Ik had inmiddels gezelschap gekregen van twee prachtige dochters. Nu vielen me juist mijn eigen fouten, blunders en blinde vlekken op.

Je gaat natuurlijk ook steeds meer op je moeder lijken. Ik vond mijn eigen moeder indertijd nogal eens te kritisch, en ik struikelde soms over haar briefjes met instructies die op de meest  nverwachte plaatsen opdoemden. Mijn moeder is inmiddels overleden, maar mijn dochters mopperen wel eens over precies dezelfde dingen. Mijn kritische opmerkingen, mijn briefjes overal en mijn – in hun ogen – dwangmatige omgang met de gezinsagenda. En zij hebben ook gelijk.

Volgend weekend hoofdstuk 6 – ‘Humor’.
Kijk hier voor een overzicht van eerdere hoofdstukken. 

Copyright tekst en beeld: Vincent Duindam

Vincent Duindam
Vincent Duindam is psycholoog. Zijn onderzoek naar ‘zorgende vaders’ werd erg bekend. Op dit moment verbindt hij inzichten uit zowel de positieve psychologie als de grote spirituele tradities met de thema’s ouderschap, onderwijs en relaties.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *