Spiritualiteit werkt in de opvoeding (1/7)

De komende weken op Zinweb: het boek Spiritualiteit werkt in de opvoeding van Vincent Duindam. Hij is psycholoog en geeft les bij onder andere de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar onderwerpen als ouderschap, zorgende vaders, taakverdeling, relaties en mannelijkheid en vrouwelijkheid. Duindam publiceerde negen boeken, waaronder een haikubundel over zijn dochters. Op dit moment verbindt hij inzichten uit zowel de positieve psychologie als de grote spirituele tradities met de thema’s ouderschap, onderwijs en relaties. Hieronder hoofdstuk 1 ‘Voorbereiding en dankbaarheid’ van zijn boek Spiritualiteit werkt in de opvoeding:

Wanneer er een kind komt, voelen de meeste mensen een grote dankbaarheid en verwondering. Hoe druk en verwarrend die eerste periode vaak ook is, telkens komt dat gevoel van wonder terug. Al snel kan er een soort van verliefdheid ontstaan, door psychologen engrossment genoemd. Midden in de nacht pak je hun vingertjes, kus je hun haartjes. Het begin krijg je meestal cadeau, net zoals liefdesrelaties tussen volwassenen met een verliefdheid beginnen. Daarna moeten die grote mensen veel investeren in hun relatie om dat beginvisioen weer opnieuw en misschien wel realistischer tot stand te doen komen. Dat geldt ook voor ouders. Kinderen helpen je daarbij. Ze nodigen je keer op keer uit om belangeloos te geven. Niet bij iedereen is de beginfase overigens gemakkelijk. Je kunt een baby hebben die veel huilt, je kunt depressief worden, je relatie kan onder druk komen te staan. Hierbij kun je allerlei soorten ondersteuning zoeken en dat moet je zo nodig zeker doen: ga naar de huisarts, het consultatiebureau of een psycholoog.

In dit boek wil ik me vooral richten op je spirituele ontwikkeling en wat daarbij kan helpen. Hoe bereid je je voor? Net zoals je een babykamer inricht, spulletjes koopt en zorgt dat alles goed voorbereid is, kun je ook spiritueel ruimte voor je kind gaan maken. Heel belangrijk daarbij is dat er genoeg tijd, rust en aandacht kunnen zijn. Van oudsher komen vaders en moeders daarbij andere valkuilen tegen. Vaders kunnen volledig opgeslokt worden door hun werk buitenshuis. Moeders liepen vaak een omgekeerd gevaar: ze gingen zo op in hun gezin dat ze zelf tekort kwamen – en daardoor kwamen hun kinderen ook tekort. Nu de rollen wat naar elkaar toegroeien, is er een nieuw risico voor beide ouders. Ze kunnen zo druk zijn met rollen verdelen en taken afstemmen, dat ze voor hun gevoel structureel tijd tekort hebben en dat ze altijd te druk zijn. Je voelt je als een jongleur met vijf borden in de lucht: hoe zorg je dat alles blijft draaien? 

Plezier in je leven

Erich Fromm wijst er in zijn boek The Art of Loving op, dat het voor kinderen een ramp is om een moeder te hebben die zichzelf opoffert en wegcijfert. Wanneer een moeder zichzelf tekort doet en zij geen plezier in haar leven heeft, kan ook de zorg voor haar kinderen beknellend en beklemmend worden. Ongeacht hoe ouders de taken verdelen, moeten beiden ruimte voor zichzelf hebben om optimale ouders te kunnen zijn. Je bent een veel menselijker ouder als je jezelf niet onder druk zet; dan moeten de kinderen ook minder. Een opmerking van Godfried Bomans uit 1966 kan dit illustreren: 

‘Volgens mij leven de meeste Nederlandse huisvrouwen verkeerd. Ze stoffen, wassen, koken en vooral voor de kinderen sloven ze zich uit. Niets is goed genoeg of te veel. Het gevolg is dat de vrouwen zelf tekortkomen. Ze geven het pakketje van het leven door zonder het zelf open te maken. Dat is jammer. Zijn de kinderen eenmaal uit huis dan blijft ze verbijsterd achter. Volgens mij is er één goede oplossing: dat iedere vrouw in haar huis haar eigen plekje heeft, helemaal voor haar alleen. Een vrouw heeft een kasteeltje nodig, haar domein, desnoods zo maar een hoekje met een stoeltje en een tafeltje, waarvan de anderen weten dat ze daar niet gestoord mag worden.’

Voor de klassieke thuisblijf- en opoffermoeder is dit nog steeds een uitstekend advies. Ook de Oostenrijkse sociaalwetenschappers Cheryl Benard en Edit Schlaffer concludeerden uit hun onderzoek dat het huisvrouwenbestaan noch voor de moeders noch voor de kinderen een zegen is. Deze vrouwen worden beoordeeld, en beoordelen zichzelf op het huishouden. En het is bekend dat vooral jonge kinderen de noeste werkzaamheden in luttele seconden teniet kunnen doen. Benard en Schaffer stellen dat huisvrouwen niet meer tijd aan de kinderen besteden dan werkende moeders. Hun suggestie lijkt zelfs te zijn dat huisvrouwen minder onvoorwaardelijk van hun kinderen houden dan buitenshuis werkende vrouwen. Ook in Nederlands onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografi sch Instituut (NIDI) kwam onlangs naar voren dat huisvrouwen niet meer tijd aan hun kinderen besteden dan werkende moeders. De beste moeder of vader, de beste ouder of opvoeder, is er een die plezier heeft in het leven, tevreden met de gekozen taakverdeling en gelukkig met de partner.

Fromm heeft dus gelijk met zijn advies dat er ruimte voor ouders en kinderen moet zijn, dat het nooit goed kan zijn als de een zich opoffert voor de ander. Een goede vraag is vervolgens: hoe creëer je die ruimte? Ik heb zelf onderzoek gedaan naar zorgende vaders, en bij de 182 betrokkenen kwam naar voren dat de kwaliteit van de relatie tussen de ouders samenhing met het hebben van tijd voor elkaar en met de vraag of de vrouw zich gewaardeerd voelde in het huishouden. Naarmate de man meer uren zorgde, was deze samenhang groter. Als mannen parttime gaan werken, is dat een van de manieren die kan leiden tot tijd voor elkaar en een vrouw die zich gewaardeerd voelt in het huishouden. Dit hangt samen met een gelukkige relatie en dus met goede ontwikkelingsmogelijkheden voor de kinderen. Maar er zijn natuurlijk ook mannen die fulltime werken en daarnaast tijd maken voor hun partner en haar waarderen.

Je bent meer dan je werk

‘Kijk uit dat je niet verkeizert en verpurpert,’ schreef de Romeinse keizer Marcus Aurelius (121–180 na Christus) als advies aan zichzelf. Hij waarschuwde zichzelf voor een te grote identificatie met het keizer-zijn, het bureaucratische systeem, de buitenkant. Een keizer droeg een purperen ambtsgewaad. Waarom die waarschuwing? Marcus vreesde dat een te groot accent op zijn keizerschap ten koste zou gaan van zijn persoonlijke ontwikkeling. Hij trachtte ‘het goede leven’ te leiden en dat hield meer in dan keizerschap. Via zijn persoonlijke notities probeerde hij zijn leven op een hoger plan te brengen. Een van de vaders in mijn onderzoek, een coördinator kinderopvang van 35, met twee kinderen en een baan van vier dagen in de week, zegt het zo: ‘Het maakt mij completer om niet alleen met werk bezig te zijn, maar ook met kinderen, relaties, communicatie, opvoeden. Werk is belangrijk, maar niet alles in het leven.’ Een andere vader zei: ‘Een gevarieerd bestaan, goed contact met de kinderen, geeft een frissere houding in je werk. Er is méér op de wereld.’

Deze vaders kiezen dus voor een veelzijdig leven. Natuurlijk zijn ook hieraan problemen verbonden: de drukte, het afstemmen van de verschillende domeinen, zowel tussen je oren als in de wereld om je heen. Maar de combinatie voorkomt wel dat je kopje onder gaat in een van de domeinen. Van dat laatste zijn de afgelopen decennia veel afschrikwekkende voorbeelden gegeven. Een te grote identificatie met het betaalde werk of de carrière beperkt het geestelijk leven. Ook de gezondheid kan hierdoor geschaad worden. Sommige Japanse mannen werken zo hard dat ze eraan sterven. De Japanners hebben daarvoor zelfs al een term: karoshi. Twee op de vijf Japanse mannen tussen de dertig en de vijftig jaar menen dat ze tot de risicogroep voor karoshi behoren.

Wanneer je allebei een baan hebt als ouders, zijn er uitdagingen. Enerzijds heb je het beste van twee werelden: je hebt je werk, waarin je je hopelijk kunt ontplooien en waarmee je geld verdient. Thuis zijn er de kinderen en het huishouden. Anderzijds moet er dus veel geregeld worden, agenda’s moeten telkens naast elkaar worden gelegd. Je fi etst op en neer tussen twee werelden en ook in je hoofd moet je tekens omschakelen. Het is dan belangrijk om niet alleen af te wisselen tussen die verschillende rollen en activiteiten, maar ook veel (kleine) pauzes te nemen. Wees je zo vaak je maar kunt bewust van je lichaam en je ademhaling.

Maak niet alleen de horizontale bewegingen van huis naar werk enzovoorts, maar ook de verticaal gerichte, meditatieve: beweeg je regelmatig naar binnen toe. Eigenlijk is dit altijd van belang, hoe je de taken ook verdeelt. Het voorkomt dat je samenvalt met je werk, je huishouden, of dat je jezelf in de drukte verliest. Kies hier goede momenten voor. Maak er een ritueel van. De Amerikaans- Indiase meditatieleraar Eknath Easwaran schrijft:

‘Bewustzijn stroomt door de zintuigen naar buiten, ons verlangen achterna. Waar onze aandacht is, is ons bewustzijn. Wanneer we, bijvoorbeeld, naar onze lievelingsmuziek luisteren, richt onze aandacht zich op wat we horen en zijn we ons daarvan bewust. In het meebewegen met de zintuiglijke waarneming raken we verwijderd van de ondeelbare eenheid van het leven, de kern van ons wezen. Als we ons op de buitenwereld kunnen richten wanneer dat nodig is, en ons ook op ons innerlijk kunnen focussen wanneer dat nodig is, is ons leven in evenwicht.’

Laat je kinderen in elk geval niet onder je werk lijden. In Amerika, waar alles altijd extremer is dan bij ons, is een nieuw zelfhulpboek verschenen dat toont hoe het niet moet. Het heet Hoe leer ik mijn kind om alleen thuis te zijn. Het spreekt kinderen zo toe:

‘Voor grote mensen kan het einde van een werkdag best moeilijk zijn. Geen wonder dat ze dan soms moe zijn, en zich snel ergeren. Voor je ouders je komen ophalen bij de opvang, moet je alvast beginnen je vriendjes gedag te zeggen en je klaar te maken. Dat is voor iedereen makkelijker.’ 

Arme kinderen, die hun ouders moeten ontzien! Als ouder heb je de verantwoordelijkheid voor het welzijn van je kinderen, en niet andersom. Fulltime werkende moeders zijn net als fulltime werkende vaders vaak te weinig aanwezig.

Zorg is geen taak

Let ook op hoe je praat over het zorgen voor je kinderen. Het woord ‘zorgtaak’ vind ik onplezierig. Natuurlijk hebben ouders de taak voor hun kinderen te zorgen en ook huishoudelijk werk moet gedaan worden. Net zo goed als het belangrijk is dat mensen omkijken naar zieke familieleden en buurtbewoners. Maar als je dat een taak noemt, lijkt dat iets van de intrinsieke waarde of misschien zelfs van het plezier ervan weg te nemen. Als ik ’s avonds mijn dochtertje uit haar bedje tilde om haar nog even te laten plassen, zag ik mezelf niet als ‘een man die een zorgtaak verricht’, maar als een gelukkig mens dat ik dat mocht doen. Ik voelde me dankbaar. Ik zal ook niet zo snel zeggen: ‘Vanavond pas ik op onze kinderen.’ Hé, het zijn mijn eigen kinderen.

En de vervelende klusjes dan? Het eindeloze opruimen, schoonmaken, boodschappen inslaan? Ja, ook dat hoort er gewoon bij. Pas op dat je je intieme leefwereld niet ‘instrumentaliseert’ door dat allemaal zorgtaken te noemen. Gaat er niet iets verloren, wanneer we zo gaan praten en denken? Hebben we dan ook een leeftaak? Een erotische taak? Als we al een opgave hebben, dan is dat in mijn visie het leven van een zinvol, rijk leven – en dat lijkt mij een leven waarin ook zorg een belangrijke plaats inneemt.

Slow!

In mijn onderzoek naar parttime werkende (en zorgende) vaders wezen enkele mannen al vele jaren geleden op het belang van onthaasting. Een paar jaar later gebruikte de toenmalige minister van VROM, Margreet de Boer, deze term en sindsdien is het een gevleugeld woord, bijna een toverwoord geworden – waar ook allerlei bedrijven en instellingen reclame mee maken. In het ‘spitsuur’ van het leven, als je kinderen nog klein zijn en je arbeid en zorg combineert, moet je systematisch terugschakelen wanneer je van je werk naar huis gaat. Het ritme en tempo van planning, deadlines, telefoontjes en e-mails moet je bewust loslaten. ‘Je moet terug naar het tempo van de prehistorie,’ zei een van de vaders die ik sprak.

In die periode zorgde ik altijd dat ik tien minuten voor de school uitging al op de zandbakrand zat. Soms met een natte rug van het harde fietsen, dat wel. Daar zittend liet ik alle ‘nederlagen’ en ‘triomfen’ van mijn werk via mijn voeten in het zand verdwijnen. Ik probeerde mezelf leeg te maken en open voor mijn dochters. En vooral: ik deed alles heel rustig. Even later kwamen zij vrolijk naar buiten stormen. Ik zat daar op mijn gemak en zij gingen nog even in de boom klimmen. Of ik moest een spel in de zandbak doen met vriendjes en vriendinnetjes.

Wanneer je daar zit, zie je dat alle ouders zo hun eigen manier hebben. Sommigen kwamen nog eerder dan ik, anderen waren al op school aan het helpen, weer anderen kwamen later dan ik en een paar kwamen aanrennen als de school al even uit was. Als ouders erg veel haast hadden en meteen weer weg moesten naar de volgende afspraak of gelegenheid, hadden ze moeite om hun kinderen meteen mee te krijgen. Die waren nog in een heel andere wereld. Ik zag hoe de kinderen meegetrokken werden, hun armpjes recht omhoog en met te grote passen. Het kritisch commentaar en gemopper was niet van de lucht. Dan dacht ik: we moeten een bord plaatsen op de speelplaats ‘Vaart minderen spaart kinderen’. Het is voor ouders ook beter: meestal boek je niet eens tijdswinst als je zo aan het jakkeren bent, maar je wordt er wel moe van.

Als we later samen thuiskwamen, kon ik onthaast aan het koken slaan. Ik wreef bijvoorbeeld peper fijn met de vijzel, deed het met wat zeezout en olijfolie in een kom met aardappels. Terwijl de aardappels in de oven bruin lagen te worden, ging ik mayonaise maken. Terwijl mijn dochters bezig waren ons huis langzaam maar zeker in een barbiepaleis om te toveren, splitste ik op mijn gemak de eieren. Slowfood: op dat moment had ik er nog niet van gehoord, maar die beweging van eco-gastronomie sluit hier perfect bij aan. Slowfood betekent authentieke en kleinschalige productie, biodiversiteit, groenten en fruit van de seizoenen en veel aandacht voor de sociale functie van eten. Je proeft de zorg die besteed is aan het verbouwen van de gewassen en je neemt uitgebreid de tijd om te tafelen en na te tafelen. Met een glas biologische wijn.

Oefeningen
Creëer een stille ruimte. Verzin manieren om het heilige in het alledaagse te kunnen zien. Neem altijd de tijd, zeeën van tijd, trap niet in de fictie van ‘het kwaliteitsuurtje’. Een uurtje is niet genoeg; dat wordt nooit kwaliteit. Maak uitgebreide rituelen van in bad stoppen, in bed stoppen, voorlezen. Wat je precies doet zal natuurlijk ook afhangen van de leeftijd van je kind, maar aandacht en aanwezigheid zijn in elke fase sleutelwoorden. Geef jezelf de kans liefdevol en rustig aanwezig te zijn. Bij pubers is het moment misschien wanneer je samen de afwas doet of wanneer de andere huisgenoten slapen en jullie zitten nog even beneden. Als je je begint te ergeren, verlaag dan je tempo, reageer en oordeel niet te snel. Laat je uitnodigen tot belangeloosheid. Gun het jezelf om dankbaar te kunnen blijven.

Volgende keer hoofstuk 2 – Samen op weg – van het boek Spiritualiteit werkt in de opvoeding.

Copyright tekst en beeld: Vincent Duindam

Vincent Duindam
Vincent Duindam is psycholoog. Zijn onderzoek naar ‘zorgende vaders’ werd erg bekend. Op dit moment verbindt hij inzichten uit zowel de positieve psychologie als de grote spirituele tradities met de thema’s ouderschap, onderwijs en relaties.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *