Spinoza als tegenlicht

Een diepe en brede waardering voor ’s lands trots Baruch Spinoza, door emeritus predikant Heime Siebrand.

Een vlammend protest

Wie heeft er niet van Spinoza gehoord? Of is van horen zeggen iets over Nederlands belangrijkste filosoof te weten gekomen? Maar heel veel verder gaat het meestal niet. Of het zou moeten gaan zoals in het werk van Mulisch of Hermans, waar een hoofdpersoon Spinoza’s Ethica voor zich open spreidt om na de contemplatie en het genot van de eerste regels over “God-of-Natuur” het boek weer te sluiten. Het is het droeve lot van het heilige boek, een fenomeen dat de auteur zelf nu juist in alle toonaarden in zijn werk wilde bestrijden. Het doet denken aan Multatuli die de onderdrukking van de Javanen in Indië aan de kaak stelde in zijn beroemde Max Havelaar; in plaats van het onrechtvaardige lot dat de uitgebuite plantagearbeider trof, werd bij de lezer de aandacht juist getrokken door de hoog opgeleide intelligente klokkenluider wiens aanklacht tenslotte verbleekte bij de verguizing die hem in zijn persoonlijk leven ten slotte ten deel viel.

Een arme sloeber met een goed verhaal valt nu eenmaal beter in de smaak bij het brede publiek dan iemand die, hoogopgeleid, en met altijd zijn zaakjes goed voor elkaar, als tegenlicht functioneert en zijn vlammend protest niet onder stoelen of banken steekt. Van Spinoza kwam dit des te harder aan omdat hij zich ook richtte tegen degenen die de verdraagzaamheid en het verblijf van Joden in dit land juist mede mogelijk hadden gemaakt; tegen de theologisch-politieke motieven van de gereformeerde predikanten en hun kerk. Hij ageerde tegen het machtsstreven van een club voor zover deze de positieve waarden van de vroomheid overtreft en te buiten gaat.

Leven

Baruch Spinoza (1632-1677) was een telg uit wat wij nu een asielzoekersfamilie zouden noemen. Zijn voorouders vluchtten uit Portugal naar Amsterdam, de stad die als Vrijstad onderdak bood aan Joden die om hun geloof hun land moesten ontvluchten. Voorwaarde was echter wel dat men trouw bleef aan het eigen geloof en niet van religie veranderde. Om in hun landen van herkomst de onderdrukking te overleven hadden ze zich moeten voordoen als katholieken. Intussen kwijnde thuis hun Joodse geloof omdat dit niet meer gevoed werd door leraren, rabbijnen of door de samenkomsten in de synagoge die zij moesten ontberen.

Baruch wordt geboren in Amsterdam, ongeveer op de plek waar nu de Mozes-en-Aäronkerk staat, en blijkt op school een briljante leerling. Op jonge leeftijd groeide zijn verzet tegen de machtsaanspraken van zowel de kerk als van de synagoge. Hij stelde kritische vragen aan de tekst van de bijbel (die hij niet als een heilig boek zag), bracht onderscheid aan tussen geschiedenis- en geloofsgenoten, en toonde aan dat de eerste vijf boeken van de bijbel niet van Mozes konden zijn. Religie was verbeelding, bestaande uit taal en geschiedenis. Erg belangrijk voor de vrije expressie van vroomheid, en daardoor een lakmoesproefje voor de vrijheid van een samenleving.

Om enkele van zijn opvattingen –  welke precies hebben we nooit helemaal kunnen achterhalen – werd hij door de parnassim (een soort kerkenraad) voor eeuwig in de ban gedaan en uit de synagoge verwijderd. Waarmee zijn naam als ketter voorgoed gevestigd leek.

God en natuur één

De gedachten van Spinoza zijn door de eeuwen heen en tot op de dag van vandaag onderwerp van onderzoek en discussie gebleven. Het lijkt wel alsof Spinoza niet alleen telkens opnieuw wordt herontdekt maar dat hij bovendien een soort postume wedergeboorte ondergaat. Van cultfiguur tot seculiere heilige. In de zeventiende eeuw werden mensen vervolgd vanwege hun spinozisme. Het verhaal gaat dat het Vaticaan op de zwarte markt een kopie van zijn werk opkocht om hem met kracht van argumenten op de index van verboden auteurs te kunnen plaatsen.

In de geschiedenis werd Spinoza betiteld als ketter, atheïst, pantheïst, romantisch idealist, verlosser en bevrijder. Voor sommigen groeide hij als God intoxicated man uit tot religieuze proporties. Met andere woorden: het is niet eenvoudig de echte Spinoza in het spelletje wie-van-de-drie (en meer) te doen opstaan. Over één ding echter is ieder het wel eens, namelijk dat het centrale punt waarom men over hem valt of hem juist omhelst, gelegen is in zijn kijk op God. Bij Spinoza zijn God en natuur één. Een gedachte die vooral in het klassieke christendom niet met applaus werd begroet; integendeel, men werd erom verketterd en uit kerken geweerd als men sympathie koesterde voor dit type denken.

Hiermee verbonden is zijn tegenstand tegen wat hij het antropomorfe denken noemt: de mate waarin en de manier waarop men de mens steeds centraal stelt in het kader van de natuur. Hij wil het denken renaturaliseren; het van de onbalans van eenzijdigheid met zijn geestelijke accent ontdoen en herstellen. God staat zowel voor gerealiseerde natuur als voor die natuur die nog in wording is: het nog ongekende.

Verhalen

Verder wil ik hier in dit korte bestek nog twee andere belangrijke punten naar voren halen. In de eerste plaats is dat de scheiding die hij ziet tussen filosofie en geloof. Het domein van het denken is niet hetzelfde als het domein van de gehoorzaamheid. Helder denken en argumenteren om tot een sluitende bewijsvoering te komen is de wereld van de filosofen; de gelovige daarentegen denkt in de associatieve beeldtaal van de verhalen. Dit laatste behoort principieel ook tot de vrijheid van spreken en denken: het vrije woord.

Dit is immers op zich ook een vrije expressie van de liefde, en een overheid die dit bruuskeert of onderdrukt begaat een grote fout met ernstige gevolgen. Want de staat is democratisch gezien zelf afhankelijk en gelegitimeerd door de innerlijke religie (liefde) van de burger waarop zij is gebouwd! Spinoza is geraakt en gefascineerd door de figuur van Jezus in het Nieuwe Testament, die hij consequent in zijn werk de Christus noemt. Dit om diens intuïtieve omgang met God. Wij krijgen geen inkijkje in hoe hij met God omgaat alsof hij zonder discours, dat wil zeggen onmiddellijk, weet wat hem te doen staat. Het gedrag (van de mens) lijkt belangrijker dan het geloof. Meer houding dan inhoud.

Ware religie

In het verlengde hiervan ligt het tweede punt waarop ik hier graag de aandacht wil vestigen. En dat is de nadruk die wordt gelegd op het streven om te komen tot wat genoemd wordt een ‘vera religio’. Deze ware religie is niet wat het op het eerste gezicht misschien lijkt. Niet de ware leer omkleed met dogma’s en vaste rituelen. In de bijbel kiest Spinoza voor het begin van het eerste gebod: gij zult. Klinkt als: mens doe iets! Met de ‘verboden’ heeft hij niet veel op.

De toon wordt gezet voor een soort minimal religion: wanneer mensen hun innerlijke balans hebben gevonden in de golfslag van emoties, en blijmoedig in het leven leren staan. De spelregels van het leven komen op uit het leven zelf. Je zou het mooie beeld kunnen aanhalen van Jezus die over het water liep. Beeld van een mens die in de golfslag van het leven de hoogten en diepten van het bestaan heeft overwonnen (ondanks alles wat tegenzit). Bij Spinoza is het heilige dat wat zijn bestemming vindt in de praxis van piëteit en religie zelf.

Consequenties

Er bestaat een toenemende belangstelling voor Spinoza, ook in de vrijzinnige context (zelf heb ik daartoe ook mijn bescheiden steentje bijgedragen). Welke consequenties willen we hieraan verbinden? Waartoe zijn we bereid? Om gemakkelijk – wat heet – te beginnen zou een herwaardering van de natuur een actueel en relevant uitgangspunt kunnen zijn. Dat we bijvoorbeeld bij de viering van de maaltijd ‘dit is mijn lichaam’ niet meer uitsluitend antropocentrisch zouden zien, maar als betrekking hebbend op de gehele natuur.

Dat het schenden en de schending van de natuur als geheel, aarde, mens (niemands heer, niemands knecht), flora, fauna en het heelal in de helende aandacht van de liturgie uitdrukkelijk worden betrokken. En in bredere zin zouden we de vraag kunnen stellen waarom in de sfeer van het intuïtieve voelen en denken het humanisme er niet in geslaagd is in onze samenleving naast de religie een eigen publiekspodium voor levensvormen en zingevende taalspelen te scheppen.

Hoe komt het dat er na de religie geen vormen meer zijn die zowel door religies als door het humanisme worden gedragen en gelegitimeerd? In de crisis vluchten kerken in de derivaten die men banken verwijt: complexe afgeleide producten die men zelf ook niet meer zo heel goed begrijpt. Vera religio – de heiliging die in praktische toewijding en liefde zijn bestemming vindt en waarvan de regels opkomen uit het leven zelf – dat is het bevrijdende tegenlicht dat Spinoza over onze actualiteit werpt. Even bereikbaar als bijzonder. De keuze is die tussen de oningevulde ruimte van de intuïtie of het volksgeloof dat wil kleuren binnen de lijntjes.

Dit artikel is geschreven door Heine Siebrand, emeritus remonstrants predikant.

Onlangs verscheen zijn uitdagende boek ‘Fantoomreligie’, Uitgeverij Pagina 3, Bunnik 2015,
€ 24,90. ISBN 978-90-818981-3-3

Afbeelding: Wikicommons.

AdRem
Dit artikel verscheen eerder in AdRem. AdRem is het maandblad van de Remonstranten.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *