Songfestivalgod of God – to go ?

Onder invloed van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer kwam in het westen in de jaren zeventig van de vorige eeuw de vraag naar nieuwe woorden in geloof en theologie op. Men heeft zich toen schijnbaar niet gerealiseerd dat taal zich niet laat commanderen.

In onze studententijd lazen we elkaar voor uit Herman Wiersinga, Verzoening met het lijden, en uit H.M. Kuitert, Zonder geloof vaart niemand wel. Je wist toen dat daar een ommekeer gaande was, die tegelijk de motivatie aanjoeg om vooral theologie en filosofie te gaan studeren. Hier werd de wending gemaakt naar de antropologie! Toch bleef je het een beetje opmerkelijk vinden dat de titel van het boek van Kuitert een geamputeerd gezegde was, waarin het woordje ‘geluk’ door ‘geloof’ was vervangen. Waarom? Het voelde als niet radicaal genoeg. Wat later vooral bijbleef was iets dubbels. Er was een moker in een muur gezet met als verbijsterende bijwerking dat de bijbel en de theologie er als nog grotere autoriteiten uit tevoorschijn leken te komen. Terwijl wij meenden dat er in die boeken iets definitiefs omgevallen was?!

En wat vooral opviel: nergens in die mooie geschriften las je iets over de echte pijn, de verwarring, de tragiek van het leven. Voor zelfhulp hielpen die boeken al helemaal niet. Het beeld dat zich bij mij vestigde was dat van de gereformeerde bakkerij om de hoek. In een strak gestreken wit schort kwam de vrouw van de bakker in de kraakheldere zaak tevoorschijn. Ze zette haar ellebogen tegen de rand van de toonbank, alsof ze die niet wilde aanraken, met haar handen omhoog alsof die beide last van smetvrees hadden. Dan vroeg ze vriendelijk: “Wat mag ‘t wezen?” En je wist dat zij die handen “schoon” hield om de koekjes van eigen deeg liefdevol voor al haar klanten in krakende vetvrije papieren zakken te verpakken. Tijdens alle handelingen die zij verrichtte stond zij open voor elke dorpsroddel, en de kinderen kregen een goedmoedig woord en een snoepje.

Die wereld – en die winkel – bestaat helaas niet meer. Al vrij snel is de bakkerszaak een zelfbediening geworden. Van de tafels der toonbroden kunnen wij zelf nemen wat wij nodig hebben. Het gekke is wel dat op het vlak van religie de inzichten zich nog niet leenden voor zoveel eigen zeggenschap van de mens. Aan de behoefte aan nieuwe woorden is ondertussen geen eind gekomen. Sterker nog: ze werden eigenlijk ook helemaal niet gevonden. Want nieuwe woorden die verzin je niet. Als je waarlijk nieuwe dingen onder woorden durft te brengen, betekent dit dat je een bepaalde existentiële angst achter je gelaten hebt. Als ik nieuwe dingen ontdekte, dan paste het binnen de mogelijkheden van wat ik nu als niet nieuw ervaar. Alles wat schreeuwt om vernieuwing en daar naar wijst is op zich waardevol, maar is ook niet meer en niet minder dan de meest behulpzame reactie op iets in ons dat maakt dat we zo reageren.

Waar het om gaat is niet wat men doorgaans bedoelt als men spreekt over verandering. Er hoeft niets te veranderen. De dichteres M. Vasalis noemt het ’tbis de jeugd, het heden: “Vroeger gebeurde alles vers, maar langzaam, zodat ik er aan wennen kon,”, juist datgene wat Bonhoeffer zag verdwijnen). En de filosoof A.N. Whitehead geeft dit beeld voor het nieuwe: splijt het hout en het is er. Er zijn nu eenmaal (nieuwe) woorden die nog wachten om te voorschijn te komen; op het goede moment. Er zijn zaken die een soort voorgevoel van het nieuwe wekken, zonder nog te weten waar en hoe we dit nieuwe besef zouden kunnen onderbrengen. Behulpzame woorden als vloertje en zoekontwerp, die door Kuitert veel werden gebezigd, zijn als lussen die nog geen paal vonden om aan vast te leggen. Zoekend naar een begin van nieuw houvast in alle voorlopigheid.

De eerder genoemde Bonhoeffer, die zelf opgroeide in de aristocratische luwte en vormelijkheid van het begin van de vorige eeuw, maakt ons al op jonge leeftijd deelgenoot van zijn toenemende bezorgdheid. Hij merkt dat woorden losgeweekt beginnen te worden van hun vertrouwde plaatsen. Woorden die alleen thuis werden gesproken, verloren aan intimiteit. Niets heeft meer zijn eigen compartiment, alles ligt op straat. Woorden verliezen hun betekenis en krijgen – om met onze snelle voorstellingen te spreken – een to go-karakter. De internetrevolutie van onze tijd heeft, om met Heinrich Heine te spreken, het keurslijf van de taal opengereten. Hij voegt daar spitsvondig aan toe dat sindsdien ieder aan haar borsten wil frutselen. Grenzen vervagen. Elk jaar voegt De Dikke Van Dale een reeks nieuwe woorden aan zijn kolommen toe. Woorden die even een hoge vlucht lijken te nemen, maar zonder vaste woon- of verblijfplaats. Landen zij ook ergens? Raken zij ergens verankerd? Of zouden we deze vragen maar beter kunnen loslaten misschien?

Er lijkt nu voor alles ruimte te zijn: van de evangelicale gitaartonen van Rouvoet tot de luchtledige liedjes van het songfestival, die inhoudelijk nergens boven de boomgrens uitsteken. Vlaggetjes die aan de menigte worden uitgedeeld om demonstratief reclame te maken vooral voor zichzelf.  Is er nog wel plaats voor woorden als God of zouden we moeten leren denken in termen van: de mogelijkheid van God in het voorbijgaan, zoals de Albert Heijn op het Centraal Station. Je hoeft er geen lid van te zijn om er vrijelijk van alle geboden etenswaren gebruik te maken. Van het traditionele geloof zijn inmiddels vele delen uitgeschakeld, maar zij zijn vaak nog wel innerlijk actief. Deze innerlijke verdeeldheid wekt vermoeidheid en vreet energie. Men kan het ene niet loslaten en het andere niet omhelzen. De onherroepelijkheid van de beslissing maakt angstig, besluiteloos. Van het nieuwe wat voor het oprapen ligt, zo dichtbij, kunnen wij niet genieten zonder bijgevoelens. Hoe harder we soms om vernieuwing roepen, des te sterker worden we geremd door de nog actieve fragmenten van het oude. God – to go. We willen andere opvattingen over God leren begrijpen en daarbij onze oude uitgangspunten blijven onderschrijven. God – to go is de wind die waait, even opgevangen in een vetvrij zakje. En het is de knispering van het vetvrije zakje die als herinnering blijft. Een vrolijk knisperend Pinksteren toegewenst!

Heine Siebrand
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *