Sacre Cuisine – Kerststol

Kerststol wordt al bijna 700 jaar geleden in een (Duitse) oorkonde genoemd. Hij volgt de offerbroden op die tijdens de zonnewende werden bereid.

Het is een brood met wit meel. Dat is nu niet meer bijzonder, maar vroeger wel. Immers, het is heel bewerkelijk om alle volkorenvliesjes handmatig te verwijderen. Aanvankelijk was het ook een vastenbrood: 24 december was de laatste dag van een vastenperiode, zoals vastgesteld door Benedictus. Dat betekende dat er geen melk, room of eieren in mochten en (raap)olie moest worden gebruikt in plaats van boter. Maar dankzij een ‘boterbriefje’ – een dispensatie van de Paus – mocht er vanaf 1491 toch boter in worden verwerkt. Na de reformatie kwamen er ook eieren bij. Het brood stelt de pasgeboren christus ( de spijsvulling) voor die in witte (de poedersuiker) doeken (het deeg) is gewikkeld. Dat verklaart de dubbelgevouwen vorm.

Het recept

Voor de vulling:

100 gram amandelen of amandelpoeder
100 gram kristalsuiker
1 citroen
1 eiwit

Voor het deeg:

100 ml. water
2 el. suiker
1 zakje gist
100 gr. boter
500 gr. bloem
Snufje zout
50 gr. suiker
200 gr. rozijnen
200 gr. amandelen
1 citroen
1 sinaasappel
Mespuntje kardemom
½ tl. kaneel
1 ei
+/- 50 gram boter
poedersuiker

Eventueel:

50 gr. sucade
50 à 100 gr. fijngehakte gedroogde vruchten
1 el. oranjebloesemwater

We maken eerst de vulling. Hak de amandelen fijn of gebruik amandelpoeder (te krijgen bij de natuurwinkel). Meng deze met de suiker, de rasp van 1 citroen en 2 el. van het sap. Voeg er ook nog 1 eiwit aan toe en kneed het tot een worstje. Rol het worstje in plasticfolie en laat het opstijven in de ijskast.

Verwarm 100 ml. water op tot handwarm, roer er 2 el. suiker door en voeg er het zakje gist aan toe. Laat dat een tijdje staan. Smelt ondertussen de boter. Zeef 500 gr. bloem boven een mengkom, voeg een snufje zout toe, ongeveer 50 gr. suiker en de gesmolten boter. Voeg daar verder 200 gr. rozijnen, 200 gr. in stukjes gehakte amandelen en de rasp van 1 citroen en 1 sinaasappel aan toe. Voeg er verder nog een mespuntje kardemompoeder en ½ tl. kaneel aan toe, het sap van de sinaasappel en 1 ei (en eventueel nog de overgebleven dooier). Als je het lekker vindt, kun je nog 50 gr. sucade toevoegen of 50 à 100 gr. fijngehakt gedroogd fruit en als je er de hand op kunt leggen, 1 el. oranjebloesemwater (verkrijgbaar bij Turkse en Marokkaanse supermarkten). Voeg het gistmengsel toe en kneed het geheel tot een soepel deeg. Misschien moet er nog wat water bij. Wanneer is het een soepel deeg? Als het niet meer scheurt, wanneer je het een beetje uit elkaar trekt.

Laat het deeg minstens een uur op een warme plek (op of tegen de verwarming!) rijzen. Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe bakpapier op een bakplaat, druk het deeg er op uit tot een lap van ongeveer 2 cm. dik. Leg de amandelspijs erin en vouw hem net niet helemaal dubbel, er moet een knik in komen. Bak ongeveer 50 minuten. De stol is klaar als hij hol klinkt als je op de onderkant klopt. Smelt dan nog 50 gram boter, kwast de boter over de stol en bestrooi kwistig met poedersuiker. Nog warm het allerlekkerst!

Foto: Vanessa van Koppen

Vanessa van Koppen-Enters
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *