Reizen naar de bijbel(1)

Arne Jonges – Het reizen van gesettelde mensen heeft oude wortels: handelsreizigers zijn er van oudsher, in de Middeleeuwen trok men via pelgrimsroutes naar heilige plaatsen, in de Renaissance reisden kunstenaars naar Italië, de ontdekkingsreizigers naar nieuwe continenten op zoek naar nieuwe bronnen van rijkdom.

Het ‘moderne’ reizen kreeg vooral zijn inhoud vanuit de Romantiek. Het doel van de reis was in feite het reizen zelf, gevoed door het verlangen naar ‘achter de horizon’, ‘een nieuwe horizon’ en ‘het andere en exotische’. Er werd gehoopt op nieuwe ervaringen die het leven zouden verrijken. Momenteel zien we mensen vertrekken naar steeds verdere oorden, maar alle verre oorden zijn via Google-Earth van te voren te bezien en voor de verste plekken zijn reisorganisaties en reisgidsen beschikbaar. Iemand die op reis gaat moet daarom zich hoeden niet geheel voorgeprogrammeerd te vertrekken zodat hij al weet wat er te zien en te beleven is. Dan is het vreemde al eigen gemaakt, voor het vreemd kon zijn. Tegelijkertijd, als we te onbevangen op pad gaan, missen we ook weer veel. Wie een kunstreis naar Italië maakt kan zich maar beter terdege voorbereiden. Het is dus paradoxaal, zoals bijna alles in het leven. Hoe blijven we zo onbevangen dat we het vreemde blijven zien en hoe zijn we zo voorbereid dat we het kunnen onderkennen? Al deze vragen zijn ook van toepassing voor een geestelijke reis in de geschiedenis en in het bijzonder een reis naar de Bijbel.

Anders gaan lezen
Het is merkwaardig om de Bijbel als reisbestemming te nemen. Het boek behoort al eeuwen tot de standaarduitrusting van de christenen, lag tot voor kort op elke hotelkamer en is ook nu nog in de boekenkast van menig ongelovige te vinden. Iedereen heeft wel een oordeel over dat oude boek. Het maakt deel uit van onze cultuur en het behoort daardoor tot het eigene en het ligt binnen onze eigen horizon. Geen reisdoel dus. Of het heeft bij voorbaat afgedaan, omdat er alleen maar merkwaardige verhalen in staan die voor ons geen realiteit meer kunnen zijn en dan is het ook geen aanlokkelijk reisdoel. Het lijkt op iets als een uitje naar de Piramide van Austerlitz. Dat is allemaal het geval wanneer we de traditioneel overgeleverde wijze van lezen gebruiken: want dan lezen we wat we al wisten en is niets ons vreemd. Alles blijft binnen de eigen horizon.

De bekende wijze van lezen wordt bepaald door het dogmatische christelijke verhaal over Israël, over God, over Jezus enzovoort. Ook al nemen vrijzinnigen dat dogmatische verhaal met een korrel zout, het is een culturele verworvenheid van eeuwen die toch doorwerkt. Er wordt dan gelezen om te weten of te begrijpen wat God wil of doet of wat of wie Hij is. God is dan de hoofdpersoon van al die boeken die samen de Bijbel vormen en daardoor wordt het boek gemakkelijk tot één geheel dat we eigenlijk fragmentarisch kennen. In de kerk horen we meestal een kort stukje bij de schriftlezing dat door de preek direct betrokken wordt op onze eigen leefwereld. Het Bijbelstuk krijgt niet eens de kans of de tijd om vreemd te zijn. Het wordt meteen ingekapseld. 

Wordt vervolgd

Bron: VrijZinnig juni 2013

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *