Reflectie: Ben ik alleen op de wereld?

Bij de studie van Bubers’ De weg van de mens schrijft Karin Melis dit maal een reflectie over de vraag: ‘ben ik alleen op de wereld’. De Joodse denker geeft inzichten die van deze tijd zijn, en uitnodigen om een persoonlijke interpretatie te geven. 

Ik ben mijn eigen probleem?

Nabijheid vergt afstand. En dan sta je daar in je uppie op afstand. Wat of wie ben je dan? Een individu zoals we dat tegenwoordig graag betrachten? Een individu dat zelfredzaam, eindverantwoordelijke voor zijn eigen hebben en houden is (beter: moet zijn)? Een individu dat we veel kunnen aanrekenen: grenzen, keuzen (vooral misstappen), verantwoordelijkheden zonder weerga? Of, en ik draai de duimschroeven aan: jij bent niet mijn probleem. Ala, ik ben mijn eigen probleem. Een individu in deze wereld, no strings attached, want dan een last voor de omgeving.

Afstand en nabijheid

Als Buber het in zijn grootse kleinood De weg van de mens heeft over afstand als voorwaarde tot nabijheid dan bedoelt hij nadrukkelijk niet het modern opgevatte individu anno 2014. Die opvatting die ons in onze vezels is gaan zitten, maakt het lezen van dit boekje sowieso lastig. Je zou het zomaar kunnen lezen vanuit het referentiekader waarin ik mijn en jij jouw problemen hebt. Waarin ik het bij mezelf moet houden en jij bepaalt wat jij moet bepalen. Want daar ga ik niet over.

Inkeer

En al zegt deze Joodse denker dat ik met al mijn vermogen tot mezelf moet inkeren, dus tot mezelf moet komen dan is dit niet bedoeld in de hedendaagse zin van het woord. Ja, je moet bij mezelf beginnen, maar niet bij mezelf eindigen. Sterker nog, Buber spoort aan: vergeet jezelf. Kunnen we dat eigenlijk nog wel begrijpen? Uit alle macht je eigen weg inslaan en tegelijk deze weg ten dienste laten zijn van de mensenwereld? Laat ik het nog anders zeggen: heb ik de moed erop te vertrouwen dat de inkeer tot mezelf gelijk staat aan het mij richten op het niet te vatten, onuitsprekelijke goede?

Onherhaalbare weg

In de ogen van Buber staan we niet in ons uppie op afstand. Staan we niet alleen op de wereld als een losse verzameling individuen. Zijn vooronderstelling is tegelijk zijn oogmerk: wij zijn gekneed uit en bedoeld voor betrekking. Zo staan wij dan ook op afstand: ogenschijnlijk alleen, maar aan weerszijden van ons lichaam staan de doden en de levenden, de afwezigen en de aanwezigen, de zichtbaren en onzichtbaren aan onze handen. Die ervaren we dag en dagelijks, zij vormen de grondtrekken van ons hart. Het weefsel van ons bestaan. En precies daarin en daarvoor moet jij – en ik – je eigen, onherhaalbare weg gaan. Een weg die je verwijdert van slaafsheid en imitatie. Maar daarover volgende week meer.

Illustratie: Hendrik Nicolaas Werkman uit zijn serie prenten voor Chassidische legendes (1941-1943). 

Karin Melis
Karin Melis (karinmelis.nl) is filosoof, docent, publicist en gesprekspartner. Ze is in de eerste plaats een toehoorder: pogend te delen wat ze ontvangen heeft en te horen wat anderen haar te zeggen hebben. Altijd verkennend, immer onderzoekend.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *