Reflectie 2: Wat betekent ‘zin’-geving?

Eerder hadden we het al (lees hier deel 1) over wat ‘zin’ in ‘zin’-geving betekent. Daarbij kwamen twee mogelijkheden naar voren, die wellicht ergens ook verstrengeld zijn door de loop van de tijd. Zin als ‘betekenis’ en zin als ‘doel/nut’. Wat is het belang van dit onderscheid, en wat betekent ‘zingeving’ nou eigenlijk? Reflectie deel 2.

‘Zin’ als doel

Wanneer we op zoek zijn naar een doel van iets, van het leven bijvoorbeeld, dan zoeken we naar een richting. Een doel hebben betekent ergens naar op weg zijn, onderweg zijn, iets willen wat er nog niet is, maar wat op een bepaalde manier verbonden is met de plek waar we ons al bevinden, met hetgeen we nu al zijn. Een doel is altijd iets meer, iets hogers, iets lagers, maar in ieder geval iets waarvan we vinden dat het van waarde is zodra we het bereiken. Of misschien is het proberen te bereiken zelf wel de waarde op zich, zoals een meer Taoïstische opvatting van het denken over het leven in termen van doelen zou zeggen.

Hoewel een doel iets is dat buiten je ligt, is het tegelijkertijd ook verbonden met je zelf, met het eigen leven zelf. Zeker als we de ‘zin’ uit zingeving opvatten als het geven van een doel, het stellen van een doel, dan gaat het in de huidige manier van denken over wat ‘zingeving’ inhoudt waarschijnlijk niet om een doel van buitenaf, maar een richting die ons eigen wezen ons geeft. Het zin-geven, het doel-geven, wordt gedaan door onszelf, door ons eigen wezen dat ons vertelt, dat aangeeft welke richting het uit moet om zijn of haar doel te bereiken.

Of, zoals Immanuel Kant al stelde, elk wezen, elk ding, heeft een telos, een doel. Hij trok dat door en stelde dat daarom elk wezen, elk fenomeen, ook een reden had. Het vormt de grondslag van een van zijn godsbewijzen.

‘Zin’ als betekenis

Maar wat als we de ‘zin’ uit zingeving opvatten als ‘betekenis’, als van betekenis zijn, van waarde. Het gaat wanneer we precies kijken wellicht niet zozeer om iets begrijpen, ‘betekenis’ in de zin van begrip is hier niet zo op zijn plaats. Het gaat om betekenis als een reden van bestaan. Waar die bij ‘zin’ als doel begrepen buiten het leven zelf lag, gaat het bij de zin van betekenis voornamelijk om het eigen zelf, het eigen leven dat iets van waarde, iets van betekenis gaat dragen.

Het geven van betekenis is wat gebeurt in reflectie op het leven, het gebeurt van buitenaf, enkel een reflecterend wezen kan betekenis geven aan zichzelf. Betekenis vindt zijn oorsprong in taal, in symbolen die iets uit kunnen drukken van wat er in het wezen zelf ligt, waarmee iets duidelijk gemaakt kan worden, iets betekenis kan krijgen, die het zelf eerst nog niet bezat of welke eerst nog niet duidelijk was. Betekenis ontstaat wanneer je het dat geeft.

Verschillend

Zo zien we dus twee verschillende opvattingen van ‘zingeving’ ontstaan, beide nauw verbonden met het leven zelf, maar met verschillende accenten op oorsprong en richting. Beiden houden ze zich bezig met waarden en het vinden van een begrip van wat het goede leven inhoudt, maar beide hebben een verschillende aanpak.

We zouden dit nog verder kunnen trekken. Spelen deze verschillende manieren van kijken ook een rol bij hoe we kijken naar de rol van levensbeschouwing en geloof in ons leven? In de manier waarop we onze identiteit vormgeven? De manier waarop we ons leven vervuld zien – wanneer het betekenis heeft, of wanneer we ons doel nastreven?

Genoeg vragen voor een heel leven.

Afbeelding: takebackyourhealthconference via Compfight cc.

Nicole des Bouvrie
(@Nobyeni, Nobyeni.nl) is afgestudeerd in de hedendaagse filosofie (PhD) en werkzaam als freelance filosofe, schrijfster en consultant. Ze leest veel, en is voornamelijk geïnteresseerd in waarheid en waarachtigheid, filosofie, kunst, en het leven.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *