Recensie: Het Vrijzinnige Web

Op Zinweb verscheen al eerder een recensie van het boek Het Vrijzinnige Web, over de geschiedenis van vrijzinnigheid in Nederland. Nu ook een recensie uit de AdRem, het maandblad van de Remonstranten.

Opkomst van de moderne theologie

De invoering in 1867 van stemrecht voor mannelijke lidmaten van de grote Hervormde Kerk bij het benoemen van kerkenraden en predikanten, heeft ook voor de remonstranten ongedacht grote gevolgen gehad. Wat bleek? Het mannelijk kerkvolk was veel rechtzinniger in de leer dan de bovenlaag van de lidmaten. Het koos kandidaten die streng in de leer waren. Diverse predikanten, aangeraakt door de zogenoemde ‘moderne’ theologie voelden zich hierdoor niet meer thuis in het oude huis en met hen vele gemeenteleden.

Een paar hoogleraren in Leiden waren in de jaren 1850 de gangmakers geweest bij het ontstaan van nieuwe, ‘moderne’ theologische opvattingen. Op sommige plaatsen behielden aanhangers van de ‘moderne’ leer de overhand, elders niet meer. Het leidde ondermeer tot de oprichting in 1870 van de NPB, de Nederlandse Protestanten Bond. De voorname plaats van de Remonstranten in dit proces heeft Tjaard Barnard in zijn “Van ‘verstoten kind’ tot belijdende kerk” in 2006 boeiend beschreven.

Onderlinge relaties

Deel 22 van het hier besproken Jaarboek is geheel gewijd aan uiteenlopende facetten van het modernisme en de wijze waarop vrijzinnig-protestanten organisatorisch hiermee omgingen. Het waren zaken waar de grote massa van gelovigen zich niet druk om maakte, wel personen in de maatschappelijke en intellectuele bovenlaag van de samenleving. Zeven auteurs leverden geheel verschillende bijdragen, maar steeds met aandacht voor de onderlinge relaties – netwerken heet dat tegenwoordig – tussen de besproken personen en groepen. Het namenregister is daardoor groot geworden! Het Jaarboek biedt zo veel van iemands gading.

De doorwerking van de opvattingen van Leidse en Utrechtse hoogleraren op enkele van hun studenten (Rauwenhoff en Gunning) schetst A. de Lange. De remonstrantse lezer komt de beroemde naam van Heering tegen in E. Cossee’s analyse van drie vrijzinnig-protestantse predikantenfamilies Oort, Hooykaas en Heering met hun vaste beroepskeuze van vader op zoon en onderlinge huwelijken. Vanuit de kring van Oort en Hooykaas ontstonden in 1901 en 1912 de zogenoemde Leidse Vertalingen van het Oude en Nieuwe Testament, in gebruik tot die in 1951 van het Nederlands Bijbelgenootschap. Heel gedetailleerd gaat A. Houkes in op de samenstelling van de lidmaten van de remonstrantse gemeente in Groningen, die in 1878 werd opgericht. Menig remonstrant behoorde tot de geschoolde bovenlaag en had veel onderlinge en organisatorische contacten.

Vrije ontwikkeling en wereldcongressen

Onmisbaar in deze bundel is natuurlijk een artikel over de NPB van T.-E. Krijger: opgericht als een organisatie, niet als kerk, ter bestrijding van het confessionalisme en ter bevordering van de vrije ontwikkeling van het godsdienstig leven. Interessant is de opmerking dat vrouwen in de NPB soms bewust ongehuwd bleven om zich beter te kunnen ontplooien. Niet ieder verliet de Hervormde Kerk. Rondom 1900 ontstonden binnen deze kerk vrijzinnig-hervormde verenigingen. Ook buiten Nederland leefde aandacht voor een vrije interpretatie van geloofsregels. N. van Driel laat zien dat vrijzinnig-protestanten vaak liberaal waren, maar omgekeerd zeker niet.

In 1903 kon in ons land in Amsterdam het tweede wereldcongres van het Internationaal Verbond voor Vrijzinnig Christendom worden georganiseerd: 900 deelnemers uit 16 landen. E. van der Wall geeft aan dat hieruit in 1969 de International Association for Religious Freedom (IARF) is voortgekomen. Opkomend socialisme en vrijzinnige predikanten gingen soms samen. Noordegraaf schetst de veelkleurige levensloop van dominee G.W. Melchers (1869-1947), zo sociaal bewogen dat hij onhoudbaar in zijn ambt werd, SDAP-lid en bestuurder werd, lid van de Tweede Kamer en tenslotte na 1908 weer predikant in zes gemeenten.

Een bonte verzameling van onderwerpen, in de inleiding uitgelegd, in de epiloog aan elkaar geknoopt.

het-vrijzinnige-web

Driel, N. van en A. Houkes (red.), Het vrijzinnig web. Verkenningen naar vrijzinnig-protestantse netwerken (1850-1914), Jaarboek Geschiedenis Nederlandse Protestantisme na 1800, jaargang 22, Meinema Zoetermeer 2014, 197 p.

Dit artikel is geschreven door Jaap R. Bruijn.

AdRem
Dit artikel verscheen eerder in AdRem. AdRem is het maandblad van de Remonstranten.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *