Recensie: ‘Het seculiere experiment’ van Hans Boutellier

Een van de aanleidingen om dit boek te schrijven vond de schrijver in een uitspraak van zijn vader in de jaren zestig: ‘Als er niemand meer in God gelooft, dan wordt het een zooitje jongen’.  Die opmerking heeft Hans Boutellier nooit meer losgelaten, maar tegelijkertijd constateert hij dat wij leven in samenleving die niet meer wordt geïnspireerd door de kerk. Een historisch en cultureel unieke situatie, waardoor de schrijver er voor kiest te spreken van een seculier experiment.  Wat heeft dit seculiere experiment gebracht? Of anders geformuleerd: wat is de maatschappelijke betekenis van religie? Recensie door Birgitta de Leeuw

Wetenschappelijk onderbouwd

Hans Boutellier is wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid & burgerschap aan de Vrije Universiteit. Deze achtergrond is duidelijk te merken bij het lezen van het boek. Het thema van de gevolgen van de secularisering van onze maatschappij wordt in een breed en historisch perspectief geplaatst. Daarbij maakt de schrijver veel gebruik van wetenschappelijk onderzoek zowel van zichzelf als van talloze andere onderzoekers. Het is knap hoe hij in staat is geweest het aantal voetnoten te beperken en een doorlopende tekst te maken. Het inhoudelijk  hoge academische gehalte maken het boek echter niet echt makkelijk leesbaar. Het is meer een studie- dan een leesboek geworden.

De samenhang der dingen

De seculiere maatschappij kan zowel in een historisch als in een breed maatschappelijke context worden geplaatst. De schrijver laat zien hoe de secularisering heeft kunnen ontstaan in de verschillende moderniseringsslagen van de westerse maatschappij. Secularisering is niet iets van alleen de laatste eeuw, maar is mogelijk geworden door de historische ontwikkelingen gedurende de laatste 20 eeuwen waarin het individu steeds meer centraal is komen te staan. Vervolgens plaatst hij het thema secularisering in de context van een aantal maatschappelijke fenomenen: criminaliteit, ons gevoel van veiligheid, de positie van seksualiteit, de integratie problematiek en de rol van de wetenschap. Stuk voor stuk interessante hoofdstukken om een (historisch) beeld te krijgen van het betreffende onderwerp. De relatie met secularisering wordt echter lang niet overal duidelijk.

Kan de maatschappij zonder religie?

Hans Boutellier concludeert dat het seculier experiment niet tot chaos en ongeluk heeft geleid. Het is geen ‘zootje’ geworden. De organisatorische werking van het geloof is overgenomen door andere ontwikkelingen. Hij noemt pragmatiek, vanuit een wens naar continuïteit, normen die worden ingegeven door recht en regulering, en het reageren op incidenten, vanuit de drijfveer esthetiek. Deze fenomenen geven een enorme veerkracht aan de maatschappelijke vooruitgang, maar kent in de ogen van de schrijver wel een belangrijk nadeel: ze hangen af van de bezieling van individuele mensen, terwijl het juist de vraag is waar die bezieling vandaan komt. Omdat we nergens meer in geloven, kunnen we overal in geloven, en moeten we in onszelf gaan geloven. Maar het is moeilijk om daarin te geloven. Dus zoekt de moderne mens naar alternatieven, maar bindt zich nergens aan. Het gevolg is volgens de schrijver dat we leven in een maatschappij zonder gemeenschappelijke ziel, zonder gedeeld verhaal. Terwijl mensen daar wel behoefte aan hebben, sterker nog met de komst van het extreem fundamentalisme hard nodig hebben.

Zorgwekkend of hoopvol?

Hoewel de schrijver vanuit zijn wetenschappelijke achtergrond vast zijn uiterste best heeft gedaan een objectief beeld neer te zetten van wat hij noemt het seculier experiment is hij daar toch niet geheel in geslaagd. Hij schrijft zelf in de epiloog dat het voornemen was om een boek te schrijven voor een breed publiek over zijn onderzoek, maar dat het een serieuze, maar persoonlijk gemotiveerde studie is geworden. En als lezer krijg ik sterk het gevoel dat Hans Boutellier persoonlijk het leven zonder religie, helemaal niets vindt. Het zit in zijn woordkeuze (‘een tragische positie’, ‘daar moeten we het mee doen’), maar bovenal in de ondertoon die lijkt te zeggen dat het weliswaar geen chaos is, maar dat het dat zomaar kan worden. Nergens in het boek lees ik ook maar een glimp van hoop of inzicht dat dit wellicht een overgangsfase is naar een nieuw tijdperk. Dat dit gewoon een volgende stap is in de eeuwenlange ontwikkeling van de mens waarin het individu steeds een andere positie krijgt, zoals we al zoveel stappen hebben gehad (waarvan de verlichting de bekendste is).  Maar misschien is het logisch voor een schrijver die wetenschapper is. Echte verandering kun je immers pas achteraf vaststellen. In het seculier experiment geeft Hans Boutellier een tussenstand, vanuit het oogpunt van de mens die is opgegroeid in de voorliggende periode.

Over het boek

9200000045945171Het seculiere experiment – hoe we van God los gingen samenleven
Hans Boutellier
Uitgeverij Boom
November 2015

 

 

 

 

 

Afbeelding: DiskoVilante via Compfight cc.

Birgitta de Leeuw
Birgitta de Leeuw is eigenaar van het adviesbureau de Slijpsteen.nl. Zij ondersteunt maatschappelijke organisaties zich aan te passen aan de veranderende behoefte vanuit de samenleving. Ze heeft haar visie hierover beschreven in het boek: De transformatie ben ik zelf! Birgitta is op creatieve wijze steeds op zoek naar mogelijkheden voor zichzelf en anderen om een positieve bijdrage te leveren aan een sociale en duurzame samenleving. (www.deslijpsteen.nl)
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *