Publieksfilosofen over geluk

In zijn essay Lijdenslust noemt schrijver Marcel Möring geluk een misverstand: ‘Er is geen geluk. Er is alleen maar leed. Geluk is leed dat kortstondig wordt vergeten ten behoeve van de eigen, even kortstondige, zielenrust.’ Nu schreef Möring zijn geschrift ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie in 2006. Beschouwen filosofen geluk inderdaad als een misverstand? Een korte rondgang langs een paar eigentijdse publieksfilosofen. Filosofen die op toegankelijke wijze schrijven voor een groot publiek, ook over geluk.  

Het doordachte geluk
In zijn recente boek Leven is een kunst (2012), noemt wijsgerig ethicus Paul van Tongeren geluk niet alleen een ervaring, maar ook een spanningsvol begrip. Misschien wel daarom is het nooit volledig te realiseren. Identificatie van geluk en plezier wijst Van Tongeren af. Geluk is altijd plezierig, maar niet elk plezier mag geluk heten. Na het nodige wikken en wegen omschrijft hij geluk als: het genieten van een optimaal ontwikkeld gevoelsleven en tevens een wijze van handelen en leven die je verbondenheid met anderen optimaal realiseert. Geleid door persoonlijk gekoesterde waarden. Het moge duidelijk zijn dat geluk op deze wijze een breed gebied beslaat. Alleen van een leven als geheel kan gezegd worden dat het gelukkig is, niet van een enkel moment. Het is een ideaal dat niet gemakkelijk te bereiken valt. Kortom, geluk ligt niet voor het oprapen en je moet een beetje … geluk hebben om je deel ervan te verkrijgen. Helemaal in eigen hand heb je het nooit.

Het duurzame geluk
Fraai zult u misschien denken, dat doordachte geluk van Van Tongeren, maar veel te hoog gegrepen voor mij. Ik ben al blij met af en toe een klein geluksmoment als ik ’s morgens in de lentezon een eerste kopje koffie drink. Wellicht dat u zich dan beter thuis voelt bij de Franse filosoof Frédéric Lenoir, bijvoorbeeld in zijn Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed (2012). Volgens Lenoir is geluk een moment van kalme zekerheid dat alles een betekenis heeft, dat de dingen goed zijn zoals ze zijn. En als we dat moment van kalme zekerheid ervaren, dan willen we dat natuurlijk zo lang mogelijk koesteren. Met het grote geluk, met extatische piekmomenten van intense geluksbeleving lukt dat sowieso niet. Nee, de enige kans op blijvend, op duurzaam geluk bestaat in het koesteren van de bewust beleefde kleine geluksmomenten die het leven de moeite waard maken. Maar dan moeten we wel afleren om steeds te verlangen naar anders en meer. Kerkvader Augustinus zei het lang geleden al heel mooi: ‘geluk is blijven verlangen naar wat je al hebt’. En dat nu is maar lastig.  Alle reclames voeden immers ons verlangen naar anders en meer. Pas na de aankoop van het nieuwste mobieltje of het nieuwste automerk, ja pas dan zullen we echt gelukkig zijn. Maar, we wisten het diep van binnen ook wel, met geld kopen we niet meer dan instant-geluk. Een van de sleutels tot duurzaam geluk is de ontdekking dat het ware geluk alles te maken heeft met een staat van zijn, en niet met een opeenstapeling van bezit. Lenoir benadrukt het keer op keer: mensen kunnen pas gelukkig zijn en in harmonie met elkaar leven,  als zij het ideaal van het ‘hebben’ niet langer centraal stellen maar zich eindelijk eens laten leiden door het ideaal van het ‘zijn’. Zichzelf leren kennen en beheersen, anderen leren liefhebben en de wereld respecteren. Zo gaat het Lenoir dus niet zozeer om klein als wel om duurzaam geluk. Leer kleine geluksmomenten koesteren. Blijf verlangen naar wat je al hebt. Durf los te laten wat o zo belangrijk voor je lijkt, maar het niet is. En … durf je geluk te delen. Want wie geluk deelt vermenigvuldigt het.  

De illusie van geluk
Een interessant tegengeluid horen we bij Alain de Botton. In zijn veelgelezen ‘heidense gebruikersgids’ Religie voor atheïsten stelt hij dat de seculiere samenleving nog veel van religies kan leren, bijvoorbeeld als het gaat om zaken als gemeenschapszin, ethiek en onderwijs. Maar óók als het gaat om pessimisme. De Botton bedoelt daarmee het volgende. Er is een lange rij van (christelijke) pessimistische denkers, die benadrukken dat de mens in een nogal zondige, om niet te zeggen erbarmelijke toestand verkeert. Zoals Marcel Möring ook al schreef: geluk is een illusie. Er gaapt een enorme kloof tussen onze grootse ambities en aspiraties en de bittere werkelijkheid. Dat moet wel tot teleurstellingen leiden.

Toch volhardt de moderne wereld met een zekere hardnekkigheid in de waan dat geluk géén illusie is. De grote technologische ontwikkelingen zullen ons binnen afzienbare tijd vrijwaren van gefrustreerde ambities, ongeluk en dood. Geluk is wel degelijk maakbaar en grijpbaar. Binnenkort zal het paradijselijk geluk definitief heersen op aard. Religie nu vormt op dergelijke wishfull thinking een heilzame correctie. Want religie leert ons, althans volgens De Botton, dat er wel een paradijselijke wereld bestaat, maar niet in dit aardse tranendal. Hier beneden is het niet! En zo kan een ‘neoreligieuze pessimistische filosofie’ ons behoeden voor de gedachte dat het op aarde ooit volmaakt zal zijn en dat het geluk er voor het oprapen ligt. We moeten opnieuw leren accepteren dat het bestaan per definitie frustrerend is, dat we omringd worden door soms afgrijselijke omstandigheden en dat we ook over een eeuw de dood nog steeds niet onschadelijk hebben gemaakt. Kortom: ‘Religies zijn zo wijs te benadrukken dat we onvolkomen wezens zijn: niet in staat tot bestendig geluk, geplaagd door kwellende seksuele verlangens, geobsedeerd door status, vatbaar voor afschuwelijke ongelukken en langzaam maar zeker stervend.’ Ik besef het, De Bottons boodschap zal u niet direct gelukkiger maken. Maar het paradoxale is: wie deze vreselijke waarheid onder ogen durft te zien wordt er toch iets minder ongelukkig van. Want het ligt dus kennelijk niet alleen aan onszelf wanneer we het grote geluk niet grijpen. Het hoort tot het wezen van de mens om nooit helemaal gelukkig te zijn. En niet alleen wijzelf moeten met die bitter-zoete waarheid leren leven, al onze soortgenoten moeten dat eveneens, vroeger en nu. Het is even slikken, ik geef het toe, maar uiteindelijk biedt deze ontnuchterende waarheid ook troost. Volmaakt gelukkig worden we nooit, maar voor de meeste mensen, zeker in een land als Nederland, is daar best mee te leven…

Ten slotte
Heeft deze kleine rondgang langs eigentijdse publieksfilosofen uw inzicht in het geluk inmiddels verdiept, of duizelt het u? Laat ik maar eindigen met de eenvoud van Lenoir aan het eind van zijn Handleiding. Is daarmee het bovenstaande eigenlijk niet wonderwel samengevat?  Geluk is breekbaar, definitief bereikt wordt het nooit. Een kleinigheid, en de geluksbalans is al weer verstoord. Zelfs, of misschien wel juist op het moment dat we denken volmaakt gelukkig te zijn. En juist daarom, hij is tenslotte filosoof, beveelt Lenoir wijsheid aan. ‘Wijsheid helpt ons om volop van gelukkige momenten te genieten en op ongelukkige momenten niet te wanhopen.’ Maar klinkt ons dat eigenlijk niet heel vertrouwd in de oren? En inderdaad, in Psalm 90 lezen we al: ‘Leer ons zo onze dagen te tellen/ dat wijsheid ons hart vervult.’

Koen Holtzapffel is remonstrants predikant in gemeente Rotterdam

Dit artikel verscheen eerder in de Adrem juni 2013

Foto: Joe Shoe/Flickr

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *