Politiek is theater (2)

De Franse antropoloog Marc Abélès stelt dat de vergelijkingen die parlementariërs er op na houden aangaande ‘theater’ en ‘theatraliteit’ meestal gebruikt worden om dingen af te doen als “kunstmatige onechte opvoeringen”.  Deze ‘onechte opvoeringen’ blijken in de praktijk funest voor de geloofwaardigheid te zijn. Het ‘jezelf zijn’ is een groot goed. En iemand die ’niet zichzelf’ is, is ongeloofwaardig in onze maatschappij. Maar waarom kunnen politici theatraliteit als middel niet omarmen? Politiek is ten slotte theater. Een uiteenzetting in drie delen. Vandaag deel 2.

Connotatie

We eindigden vorige week bij het begrip ‘connotatie’. Alles is uiteindelijk connotatie. Maar wat is die connotatie?
In zijn boek Mythologieën uit 1957 stelt de Franse literatuurtheoreticus Roland Barthes dat elke waarneming eigenlijk onderdeel is van een mythologisch systeem. Alles waar je naar kijkt is meer dan het aanschouwde alleen, maar heeft een geschiedenis van eerdere waarnemingen, interpretaties en connotaties die onderdeel zijn van het aanschouwde. Geen waarneming of ervaring kan los staan van wat de beschouwer al weet, of zoals Barthes het verwoordt: “er is een betekenaar die zelf al gevormd is uit een voorafgaand systeem”.

Mythologieën

Barthes hanteert voor zijn theorie de begrippen ‘betekenaar’ (signifiant) en ‘betekende’ (signifié) van de Zwitserse taalstructuralist Ferdinand De Saussure. De ‘betekende’ staat bij De Saussure voor het mentale begrip waar een woord naar verwijst (het begrip ‘vrouw’ is altijd een bepaald soort mens met bepaalde kenmerken), de ‘betekenaar’ is de klank, het akoestisch beeld, van het woord (vrouw, woman, madame, Frau). De Saussure gaat ervan uit dat de betekende altijd hetzelfde is en dus een vaststaand begrip is. Een vrouw is altijd een vrouw, het verschil zit hem in de uitspraak van het woord vrouw, niet in het begrip vrouw. Het is op dit punt dat Barthes afwijkt van De Saussure. Barthes stelt dat ook deze betekende niet vaststaat. Het woord ‘vrouw’ betekent nu iets heel anders dan in 1900. Toen was een vrouw iemand die niet mocht stemmen en thuis voor de kinderen zorgde; nu is een vrouw iemand met een carrière, een eigen mening en met stemrecht (misschien een wat ongelukkig voorbeeld). Eigenlijk stelt hij dat de ‘betekenaar’ een eigen inhoud met zich meebrengt. Dus bij het kijken naar een vrouw zie je meer dan de losse onderdelen die de vrouw maken. Er worden waarden toegekend aan de waarneming die ontstaan vanuit de maatschappij en de cultuur waarin de waarnemer naar het aanschouwde kijkt.

Deze toegevoegde waarden noemt Barthes connotatie. Deze connotaties zijn gevaarlijk, zo vind Barthes, omdat de grens tussen de inhoud van een waarneming en dat wat via connotatie ‘gezien’ wordt, onduidelijk is. De mythe is, volgens Barthes, een stereotype dat een cultureel gegeven voorstelt als natuurlijk. Het is dus eigenlijk iets wat via ‘nurture’ ontstaan is maar als ‘nature’ wordt uitgelegd. Barthes wil dat we ons te allen tijde bewust zijn van de mythes, en ervoor zorgen dat deze mythes niet de kans krijgen om te ‘stollen’, zoals Barthes dat noemt. De mythe mag niet stollen en dus niet als een feit worden aangenomen.

Onechte soap

Theater kampt met dit probleem. Theater met de ‘doen alsof uitleg’ dreigt een gestolde mythe te worden. Theater en geloofwaardigheid functioneren in onze maatschappij duidelijk als twee uitersten. Ik zeg met nadruk ‘onze’ maatschappij, omdat het iets uit het Nederlandse taalgebied blijkt te zijn. Henk te Velde vergelijkt in Het theater van de politiek de Nederlandse situatie met die in Engeland en Frankrijk waar het rituele en theatrale karakter van de politiek wordt erkend en gekoesterd. Er is ook ontegenzeggelijk een verschil in toon tussen de Nederlandse boeken aangaande dit onderwerp en de Angelsaksische. Zowel Rechtsgeleerde Willem Witteveen als socioloog Mark Elchardus doorspekken hun boeken met negatieve verwijzingen naar theater. Elchardus spreekt over het teveel meegaan met de waan van de dag om aan ‘angsten van de massa’ gehoor te geven . “Vertegenwoordigers van het goede en vertegenwoordigers van het kwade worden dan opgevoerd en uitgebreid geanalyseerd en de oorzaken van het kwaad worden uitgeschreven en uitgespeeld” en “als de leden van een samenleving vertrouwen verliezen, vraagt dat om drama”. Hij spreekt hier over een zwart-wit verhouding tussen politiek en de massa. Theater is over de top en zet alles lekker aan, waar volgens Elchardus wel behoefte aan is, maar het blijft een negatieve connotatie.

Willem Witteveen stelt dat “de kijker steeds teruggebracht wordt naar wat ‘de held’ moet heten”. Hij bedoelt hier de manier waarop de media met politici omgaan. De media bepalen wie de ‘underdog’ is en wie ‘de held’. Politiek wordt teruggebracht tot ‘framing’ en vooral tot een toneelstukje met gunfactor. Theater als oppervlakkige en onechte soap.

Volgende week deel 3.

Lees deel 1 van deze blog hier

Photo Credit: Joan Marcus via Tabletmag

Kalle Brüsewitz
Kalle Brüsewitz (soulchecker.nl) is afgestudeerd in de theaterwetenschappen en kunsteducatie en is werkzaam als freelancer op het gebied van journalistiek en kunsteducatie. Hij noemt zich SoulChecker en zoekt naar dat waar mensen zich geraakt door voelen; in kunst, politiek en religie. Ook werkt hij als coördinator in een Aanloopcentrum voor iedereen die behoefte heeft aan koffie en een praatje.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *