Pieken met kerst

Hij droeg een brede zijden sjaal als een ring strak getrokken over zijn buik. Zoals de salsa dansers die hebben in de Zuid-Amerika. Het zag er stoer uit. Het was de avond van het kerstdiner, waarvoor hij zich samen met zijn vrouw naar de feeëriek verlichte woning van zijn schoonouders had begeven. Het welkom daar was al even oorverdovend als schitterend: door het venster konden ze de prachtig gedekte tafel met de zilveren kandelaars al zien, en op meters afstand van het huis schalde het stille nacht heilige nacht hem al overweldigend tegemoet.

Zijn schoonouders, zo wist hij inmiddels sinds jaren, wisten hoe het hoort kerst vieren en ze wilden dat weten ook. In de aanloop naar kerst dreef hij er thuis met zijn vrouw de spot mee: het wordt weer kerst met ballen! Kerst zoals het bedoeld is! Alsof hij wilde zeggen dat hij er evenals voorgaande jaren weer volstrekt geen zin in had. Hij wist ook wat hij met zijn spotternij teweegbracht bij zijn geliefde. Het was het jaarlijkse ritueel ter voorbereiding van het kerstdiner bij de schoonouders. Hij wist dat zij het een dag of wat lijdzaam zou aanzien al die subtiele plaagstootjes die hij uitzond in haar richting. En zij zou na enkele dagen geduld geoefend te hebben met milde aandrang hem eraan herinneren hoe haar ouders in zijn leven veel goeds teweeg hadden gebracht. Soms ging ze zover, als hij de zaak echt op de spits dreef, hem eraan te herinneren dat hij uit een gezin kwam waar men kerst elk jaar opnieuw in de betekenisloosheid wist onder te dompelen van teveel drank en oeverloos gezwets.

Het was hun jaarlijkse ritueel geworden om al plagend, grappend en met veel gesteggel de grenzen van elkaars tolerantie op te zoeken en deze soms even te overschrijden. In dat laatste geval sprak zij hem vermanend toe hem er fijntjes aan herinnerend dat het weer was gelukt: hun jaarlijkse verkenning van de wormen en de naarden zoals zij beiden met gevoel voor humor het mijnenveld van moraal en ethiek onder elkaar waren gaan noemen. Kijk zei hij dan, nu komen we pas echt in de kerstsfeer. Nu gaan we open voor de boom, voor de bal, voor de piek. Vroeger, toen de mensen nog een God geloofden, lag kerst als het ware in hun geloof al klaar. Voor het kerstgevoel – het varen kerstgevoel – hoefde niemand zich in te spannen. Dat was er als vanzelf. Zoals de speculaas en de pepernoten, de kerstkransjes en de appelflappen, zo ook was het kerstverhaal alweer vroeg dit jaar in kerken aangestipt en voorgelezen. Vroeger kwam kerst met de seizoenen. Vandaag moet je je op kerst op ludieke wijze voorbereiden. Dan vielen ze lachend in elkaars armen, zoenden elkaar en wensten elkaar een zalig kerstfeest. En hij verbond er ieder jaar weer dezelfde conclusie aan – aan hun plaagstootjes, hun grappen en hun gesteggel: de filosoof Friedrich Nietzsche had toch bij het juiste eind declameerde hij plechtig als hield hij zijn jaarlijkse toespraak voor een kerstdiner met het denkbeeldige gehoor hangend aan zijn lippen.

Friedrich Nietzsche worstelde met zijn eigenlijk best wel grappig dilemma: kan een mens afscheid nemen van God zonder de warmte en gezelligheid van het kerstgevoel daarmee ook te verliezen? Het eerste meende hij overal om zich heen te zien, alsof het een feit was. Maar vooral het tweede wekte zijn bezorgdheid en deed hem pijn. Als mensen hun bronnen verliezen, dat is één ding, maar wat als zij daardoor ook minder goede mensen worden? Als de stille nachten door licht erosie van oprukkende steden, snelwegen en fabrieken geen heilige nachten meer kunnen zijn. Als vroomheid en spiritualiteit het veld moeten ruimen voor monsterlijke vormen van chaos, redeloosheid, en intolerantie. Als hij zo begon te spreken gleed er een glimlach over haar gezicht.

Op dat moment liep hij naar de deur, ging in de gang betrapt op, opende de kleerkast en haalde hij naar vast jaarlijks ritueel de zijdenband voor zijn galakostuum met een capitulerende de zucht te voorschijn. Hij maakte zich klaar voor het kerstdiner. Weet je wat het is, zei hij dan als hij in vol ornaat weer beneden kwam en zich aan zijn echtgenote toonde: vroeger verzetten de mensen zich tegen God. Toch goed die jaarlijkse exercitie van ons om onze weg te banen naar het kerstdiner van jouw ouders. Een mens sprak hij dan wijs heeft toch iets nodig om zich tegen te verzetten! Zalig kerstfeest sprak zij dan. Maar zij kon niet nalaten daar nog aan toe te voegen: toch goed hè dat mijn ouders jou schoonouders zijn.

Heine Siebrand
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *