Over verzoening

Bert Dicou – ‘Verzoening’ is een veelbesproken thema in de theologie. Er zijn verschillende soorten verzoening te onderscheiden. Verzoening tussen mensen natuurlijk, op grote of op kleine schaal. Een thema bij uitstek voor de kerken, plaatsen waar je niet alleen kunt horen, maar ook zou (moeten) kunnen oefenen, hoe een conflict gevolgd kan worden door een verzoening tussen de verschillende partijen. De ‘vrede van Christus’ in de praktijk.

Een volgende soort verzoening is: verzoening met wat je overkomt. Hoe erger het is wat je overkomt, hoe moeilijker het is je daarmee te verzoenen. Ook dit komt in bijbel en kerk volop aan bod. Een groot aantal Psalmen gaat hierover. Die Psalmen, en het boek Job, maken overigens duidelijk dat het niet nodig is al te snel of bij voorbaat al met je lot tevreden te zijn.

Verzoening met jezelf en met God
De laatste soort verzoening, en daar wil ik het in dit artikel verder over hebben, is de verzoening met wat je gedaan hebt. In de kerk is dit tevens: de verzoening met God. God verwacht iets van je, je wordt geacht je levensopdracht serieus te nemen. Maar hoe vaak, zo moet je toegeven, lukt het niet om waar te maken wat je van jezelf verwacht. ‘Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet’ (Rom. 7,18). Een beetje godsdienst heeft daarom boetedagen, vastenperiodes, dagen van inkeer, enz. Stilstaan bij je eigen ‘zonde’ en tekortschieten kan geen kwaad, een geregelde ‘verootmoediging’ leidt tot een gezonde bescheidenheid. Op de geestelijke boetedoening volgt de verzoening. In het Jodendom bijvoorbeeld gebeurt dat op de ‘Grote Verzoendag’, na de tien ‘vreeswekkende dagen’ van inkeer en zelfonderzoek.

Schuld belijden
Stilstaan bij schuldbesef kan ontsporen, bijvoorbeeld wanneer de vrees voor straf overheersend gaat worden, of wanneer het ervaren van schuldbesef het voornaamste element van het godsdienstig beleven wordt. Dergelijke ontsporingen hoeven echter geen reden te zijn het thema schuld maar helemaal te schrappen uit het godsdienstig en liturgisch woordenboek, zoals in de vrijzinnigheid wel eens is gebeurd of nog gebeurt. Het lijkt me heel zinnig in de liturgie van onze kerkdiensten ruimte te behouden voor de ervaring dat we niet volmaakt zijn. Het is een positief gegeven om af en toe uit te spreken hoe moeilijk het is trouw te blijven aan jezelf en aan je idealen. 

In de klassieke orthodoxe theologie wordt veel aandacht gegeven aan de ‘schuld’ die je verzamelt doordat je niet in staat bent duurzaam het goede te doen, en aan de ‘verzoening’ die er voor deze schuld mogelijk is. De moeilijkheid voor de vrijzinnigheid was vermoedelijk nog het meest gelegen, niet in het schuldbesef, maar in de bijbehorende verzoeningstheologie, waarin de verzoening gekoppeld is aan Jezus’ kruisdood – het bekende ‘zoenbloed van Christus’.

Of we nog geweldig veel behoefte hebben aan een systematisch-theologische uitwerking van dit geloofspunt vraag ik mij af. Zeker als in die theologie een woedende God verondersteld wordt, aan wiens rechtvaardige voornemen om de zondige mens niet vrijuit te laten gaan alleen tegemoet gekomen kan worden met het hoogste offer. Toch is het verstandig liturgisch ruimte te bieden aan de beleving van verzoening, juist zoals het zinvol is in de liturgie het thema schuld te verwerken. 

Christus vergeeft onze onvolmaaktheid
Verzoening ervaren wil zeggen dat je, na je inkeer en verootmoediging, kunt accepteren dat je mens bent en dus niet volmaakt. In geloofstaal: geloven dat God dit van jou accepteert en je een nieuwe kans geeft. Juist als je bezig bent met de hoge geloofsidealen uit het evangelie, is dit een bevrijdend besef. Je kunt voor je eigen geestelijk welzijn beter erkennen dat het heel moeilijk is honderd procent trouw te blijven aan die idealen. Denk aan de centrale evangelische notie: je naaste liefhebben als jezelf. Wie is in staat zonder mankeren en voortdurend in zijn relaties met anderen én de ander én zichzelf te respecteren?

Het typisch christelijke in dit verzoeningsverhaal kunnen we vinden bij Paulus. Keer op keer heeft Paulus onderstreept dat er ‘na Christus’ en ‘met Christus’ met die onvolmaaktheid te leven valt. ‘Na Christus’ geldt: het geeft niet, dat we het niet altijd halen, het is ons vergeven, er is begrip voor. Wie Christus navolgt, wie zijn barmhartigheid praktiseert, wie zijn trouw als voorbeeld neemt, is een nieuw mens, ‘een nieuwe schepping’ (2Cor. 5,17). Mislukking en schuld houden je niet langer gevangen.

Als God het je niet kwalijk neemt, hoef je het ook jezelf niet eindeloos kwalijk te nemen. Jezus’ oordeel was vaak streng, maar even ruim barmhartig was hij als mensen zich op dat nieuwe pad wilden begeven. Het is niet gezegd dat we niet streng naar onszelf en naar de ander mogen kijken. Wees gerust kritisch, vooral naar jezelf. Als je ook maar de bereidheid hebt, daarna en daarnaast, barmhartig en liefdevol naar je eigen leven en dat van anderen te kijken.

Terzijde: zou het kunnen dat de broodnodige verzoening tussen mensen (in het groot en in het klein) pas een kans maakt als we ons bewust zijn van – en verzoend zijn met – het gegeven dat het onvermijdelijk is dat er dingen mislukken, onvolledig, onvolmaakt blijven, bij onszelf en bij de ander – en dat we desondanks nieuwe wegen zullen kunnen blijven inslaan?

 

Verzoening in liturgie
Concluderend: ik zou ervoor willen pleiten de thema’s schuld en verzoening op zijn minst af en toe aan de orde te stellen in onze kerkdiensten. Op welke wijze verzoening een plaats kan krijgen in de liturgie? In de preek, uiteraard, vooral in de veertigdagentijd lijkt dit een aangewezen thema. In liederen: er is in het Liedboek voor de Kerken een keur aan liederen, speciaal die voor de Advents-, Kerst- en Lijdenstijd, waarin elementen uit de verzoeningstheologie een plaats hebben gekregen. Helaas vaak iets te massief naar vrijzinnige smaak.  In de katholieke kerk houdt men het op het prachtige en onverwoestbare Agnus Dei, dat gebaseerd is op het Johannes-vers ‘Zie, het lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt’ (Joh. 1,29).  Johannes op zijn beurt heeft zich hiervoor vast laten inspireren door Jesaja 53, waarin de knecht des Heren getekend wordt in zijn plaatsvervangend lijden, waarbij onder meer het beeld wordt gebruikt van het lam dat naar de slachtbank wordt gebracht. Ook in Taizé worden varianten op het Agnus Dei gezongen.

Wat mij betreft nemen we de Lam Gods-traditie zo over. Terug achter alle systematiseren, zouden we kunnen vasthouden aan de geheimzinnige bevrijdende kracht van het onschuldig lijden van de rechtvaardige, waar Jesaja al alles van wist, en waar het christendom ooit mee begon. 

Voor de typisch ‘moderne’ – dat wil zeggen rationalistische – geloofsgemeenschappen van de vrijzinnigheid is dit alles buitengewoon moeilijk te accepteren. Ik herinner mij van een vorige gemeente, de NPB Zeist, discussies over de vraag of het houten kruis van onze Nederlands Gereformeerde huurders wel tijdens de NPB-dienst mocht blijven hangen.

Het zou echter kunnen dat het ‘moderne’ denken, het Verlichtingsdenken, althans in zijn radicaal-rationalistische vorm, zijn langste tijd gehad heeft. Misschien maken de vrijzinnige kerken, met de rest van de maatschappij, uiteindelijk toch de wending mee naar het post-moderne. Ik maak mij sterk dat er in een post-moderne vrijzinnige geloofsgemeenschap (hopelijk geen contradictio in terminis) wél ruimte zal zijn voor het verzoeningsverhaal en de klassieke verzoeningsbeelden.

Dat kan gerust in een vrijzinnige variant. In 1959 veroorzaakte professor P. Smits een storm van verontwaardiging en protest in kerkelijk Nederland  door te schrijven dat hij weinig affiniteit had met de voor de orthodoxie zo belangrijke gedachte van Paulus dat Christus is ‘gestorven voor onze zonden’. Smits formuleerde nogal ondiplomatiek: ‘Het is ook mijn eer te na dat iemand voor mijn schuld zou moeten boeten. Ik wens te stáán voor de gevolgen van mijn eigen daden. En geef dan wat Paulus betreft mijn portie maar aan Fikkie.’ Maar hij voegde daaraan toe: ‘Het kruis van Golgotha blijft het zegenende en zeer deemoedig makende teken van het bevruchtende lijden uit liefde, uit bevrijdende, want dienende solidariteit met de zaak van God in deze wereld’. 

 


Bron: Adrem november 2011

Bert Dicou
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *