Over stilte (2) De Stem in de stilte

‘Het is stil in Amsterdam’,  zingt Ramses Schaffy. En hij geniet ervan en hoopt dat hij niemand tegen zal komen. Maar naarmate het lied vordert, slaat de stemming om. De stilte wordt benauwend, maakt eenzaam. En Ramses eindigt met de woorden: ‘Ik wou dat ik eindelijk eens iemand tegen kwam’. 

Ik heb zelf zo’n ervaring gehad. Als jonge student in Amsterdam was het me ’s avonds laat op mijn kamer te benauwd geworden. Ik ging naar buiten en wandelde door stille straten waar de huizen me nietszeggend aanstaarden. Ik voelde me alleen en na een blokje om vluchtte ik weer gauw mijn kamer in. Stilte kan je bewust maken van je eenzaamheid. Velen kennen deze lege stilte en stille leegte. Voor sommigen rijgen de lege stille dagen zich aaneen. Dan moet het geluid van radio of liever nog beeld en geluid van de tv de stilte wel verdrijven om het leven nog een beetje dragelijk te doen zijn. Maar ik ken ook het andere geluid van de stilte, het zachte suizen van de koelte uit 1 Koningen 19:12, een heilig moment, een zuiver gewaarworden, een woordenloze communicatie. 

Om die te vernemen, om die stem van de stilte zo te op te merken dat je oren ervan tuiten, dat vraagt erom dat je nu eindelijk je mond eens houdt, je redenaties aflegt, je concepten en oordelen zo trots als een toren van Babel opgeeft. Of kunnen wij deze stilte niet meer waarnemen in ons landje waar het geluid altijd om ons heen is? Moeten we daarvoor op reis, het ruige landschap in, of op kamelen de woestijn in? We kunnen misschien kleine wakken van stilte uithakken in onze ruimte en tijd, om in elk geval momenten van aandacht te creëren, waarin we wellicht een boodschap vernemen. 

Boodschap uit de stilte

Jan van Baal schreef zo’n 20 jaar terug een boek met deze titel. Hij was cultureel antropoloog en een tijdlang gouverneur van Nieuw-Guinea. Tijdens de oorlog zat hij in een jappenkamp. In een nacht zat hij daar buiten. Toen is de stilte tot hem gaan spreken, een taal zonder woorden, groots, indrukwekkend, huiveringwekkend. En hij vertelt dan dat natuurvolken vaak met deze stilte worden geconfronteerd. Een stilte die vol demonen kan zijn, maar waarin men ook het mysterie van de eeuwigheid kan vernemen.

Volgens hem heeft ook Jezus in de stilte de boodschap vernomen die hij vervolgens is gaan verkondigen. En inderdaad, de bijbel vertelt ons dat Jezus, nog voor zijn openbare optreden, zich terugtrok in de stilte van de woestijn. Deze stilte was geen gewijde stilte, maar de voorwaarde voor een diepe, fundamentele worsteling met demonische gedachten. Alleen doordat Jezus trouw bleef aan de boodschap van de Thora, kwam hij sterker uit deze worsteling tevoorschijn en kon hij gaan spreken tot de mensen.  De stilte is dus lang niet altijd liefelijk, in de stilte vindt nogal eens een worsteling plaats.  Het is dan ook heel normaal, dat we bang zijn voor stilte. Want de stilte kan dingen bij je boven brengen die je liever in de diepste diepte verborgen houdt.

Om werkelijk de stem van de Heilvolle te horen, moeten de stemmen van angst niet gesmoord worden, maar aan het licht treden, om daar, in naakte waarheid, een mantel van liefde omgeslagen te krijgen. Eerst is er op de Horeb, waar Elia staat, een storm, dan een aardbeving, en dan vuur. Maar daarin klinkt de Stem niet. Pas als al dit geweld is uitgeraasd, is er ‘eine Stimme verschwebenden Schweigens’(Buber). Zoiets ervaar je als een geschenk, als genade. Dat de stilte je verzoent met jezelf,  dat de Stille Stem spreekt van licht en leven, van roeping en geborgenheid. Dan is er een communicatie zonder woorden. Dan hoeft er niet geredeneerd te worden, niets bedacht, niets gevoeld, niets uitgelegd. In Sefanja 3: 17 staat, dat de Heer zal zwijgen in zijn liefde. Dan krijgt de stilte stem, de Stem van de Meester. 

 

Het eerstvolgende nummer van Meditatief Leven, dat binnenkort uitkomt, is helemaal aan de stilte gewijd.

Kick Bras
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *