Over jonge mensen die sporen(1)

Er wordt veel, heel veel over het onderwijs geschreven. En over zij die dit mensenwerk uitvoeren. Weinig lees je over de ontvangers van het onderwijs: de kinderen, de jongeren. Wat zie je aan hen als je kijkt vanuit het hart, de relatie, kortom, vanuit het Godsgeloof? Wat komt er dan in het vizier? In een serie geschreven (en geanonimiseerde) portretten van jonge mensen die om wat voor reden dan ook tegen de grenzen van het toelaatbare aanlopen, wil ik laten zien dat zo’n blik aan de ene kant de werkelijke worstelingen aan het licht brengt en dat zij aan de andere kant helend kan werken. Onderstaand portret van Paula focust vooral op vragen als schuld en onschuld.

Je kunt zo zien dat Paula een mooie jonge vrouw aan het worden is. Sweet sixteen niet ver verwijderd, besteedt ze, net als veel van haar leeftijdgenootjes, de nodige aandacht aan haar uiterlijk. Uren zeg maar, waarbij er ook nog het nodige gepingd wordt. De Black Berry ligt onveranderd naast het gekantelde opmaakspiegeltje. Het rode lichtje flakkert onophoudelijk.

Paula is tijdelijk ‘gedetacheerd’ op een school die onderwijs verzorgt aan leerlingen met uiteenlopende gedrags- en psychiatrische stoornissen in de middelbare schoolleeftijd. Er was een tijd dat haar schooladvies zonder aarzeling Havo luidde. Daar is ze ook naar toe gegaan. En zakte via het Vmbo af naar de rebound om tenslotte op bovengenoemde school te belanden.

Kort en goed, geen land mee te bezeilen. Docenten worden in hun machteloosheid tot razernij gebracht. Staan met verhitte hoofden tegen Paula te schreeuwen die onderwijl rustig haar nagels aan het vijlen is. Geen boeh of bah krijg je er dan uit. Als ze het zat wordt, krijg je simpelweg een grote mond. Van haar gezicht is niets af te lezen.

Ze heeft alle mogelijke zorgtrajecten doorlopen. Het leverde niet het gewenste resultaat op. Inmiddels is Jeugdzorg ook betrokken. Op gezette tijden wordt ze voor een praatje van school gehaald.

Paula klaagt weleens over haar medeleerlingen die zonder aanwijsbare reden beginnen te brullen, prullenbakken vliegen door het lokaal.  In het begin vroeg ze zich af wat ze hier moest. De hele dag in een enkel lokaal, met een en dezelfde docent die over zeven leerlingen regeert. Het is allemaal erg kleinschalig, iedereen kent elkaar op deze school. En nu, ruim een half jaar later, vraagt ze zich af hoe ze het zou vinden als ze gewoon pauze kreeg en iedereen, zoals te doen gebruikelijk op haar vorige school, uitgelaten het schoolplein op stormden. Misschien wel erg lawaaierig. Van lieverlee heeft ze zich toch aangepast, al weet ze niet goed wat ze moet zeggen als mensen haar vragen op welke school ze zit. Want Paula schaamt zich.

In het dorp wordt er inmiddels schande over gesproken, je dochter kan maar beter niet met losgeslagen Paula gezien worden. Die uitsluiting verhoudt zich niet zo goed tot haar traumatische verleden waarin ze seksueel misbruikt was. Nee, daar wil ze liever niet over praten. Therapeuten hebben hun tanden er al op stuk gebeten.

En nu ze zelf besloten heeft hoe laat de school begint, mag Paula, na verscheidene bezoekjes aan de leerplichtambtenaar voor de kinderrechter verschijnen. Zo gaat het niet langer meer. Hier moet worden ingegrepen. Paula moet met straffe hand in het gareel worden gebracht. Dat riep mijn moeder vroeger soms ook vertwijfeld hoe krijg ik jullie in het gareel?  Mijn vader vond met straffe maatregelen. Maar straffe maatregelen hebben iets blinds, ze scheren over de gegeven context heen. Want wat is, mag niet zijn. Er moet iets anders zijn en dat moet desnoods kwaadschiks worden afgedwongen. Daarom doet straffen zo pijn. Je hele subjectiviteit, geaardheid, geschiedenis, stemgeluid wordt de mond gesnoerd. Wat mag er in hemelsnaam wel zijn?

Er moeten grenzen gesteld worden. Prima. Maar waar stellen we eigenlijk grenzen aan? En als je die grenzen trekt, heb je dan de garantie dat de kinderen, de pubers zich dat laten welgevallen? Het doet me denken aan een act van Van Kooten jaren geleden. Aan de kust trok hij met een stok een lijn waarover de golven onder geen beding mochten gaan. Met opgeheven zwaaiende armen riep Van Kooten de golven toe zich alsjeblieft niet over de streep uit te storten. Uitzinnig van woede werd hij als de golven over de streep gingen. Ja, wat doen wij, volwassenen als kinderen/pubers zich te buiten gaan? Apart zetten, uitsluiten, ik zal je leren. Ja, wat wordt hier dan in vredesnaam geleerd?

Wordt vervolgd…

Karin Melis
Karin Melis (karinmelis.nl) is filosoof, docent, publicist en gesprekspartner. Ze is in de eerste plaats een toehoorder: pogend te delen wat ze ontvangen heeft en te horen wat anderen haar te zeggen hebben. Altijd verkennend, immer onderzoekend.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *