Over het reduceren van een mens tot vluchteling

Het nieuws en de politieke debatten zijn gevuld met woorden die gaan over de stroom mensen die zich verplaatst vanuit Noord-Afrika en het Midden-Oosten richting Europa. Mensen waarnaar wordt verwezen als ‘vluchteling’, ‘migrant’, ‘gelukszoeker’, ‘refugees’. Wie er waar dan ook iets over zegt, elk bericht wordt haarscherp beoordeeld. En veroordeeld. Maar wat zeggen we eigenlijk, wanneer we het hebben over ‘vluchtelingen’? Wat is nou eigenlijk het ‘probleem’? Een bedenking door Nicole des Bouvrie.

De rol van woorden

Dat mensen zich verplaatsen over de aarde is van alle tijden. Soms begeeft een groep mensen zich naar het hen beloofde land, wat wordt opgeschreven in een boek dat vervolgens eeuwenlang een bestseller wordt. En ook momenteel is er iets gaande dat de geschiedenisboeken zeker wel zal halen – de vraag is alleen nog even met welke woorden dat zal gebeuren.

Vragen die voor elk individu veelal een uitgemaakte zaak zijn, zo lijkt het tenminste.

Dat is duidelijk te zien in de manier waarop verschillende nieuwskanalen het nieuws laten zien omtrent deze kwestie. Hebben we het over een probleem, een uitdaging, een mogelijkheid? Spreken we over Europa als slachtoffer, of zijn de mensen die Europa bereiken het slachtoffer? Vragen die voor elk individu veelal een uitgemaakte zaak zijn, zo lijkt het tenminste. Er wordt dan ook fel gereageerd, zowel vanuit pro-vluchteling als contra-vluchteling standpunt. Of moeten we zeggen pro-gesloten grenzen of contra-gesloten grenzen?

Misschien is het zo dat pers eenvoudigweg het beleid van de overheid volgt, en dat als een neutraal standpunt aanneemt. Onze berichten geven dan aan hoe mensen van dat ‘neutrale standpunt’ daarvan afwijken, zoals in dit bericht van de NOS (“Ruim kwart Nederlanders wil grenzen sluiten“)? Maar hoe benoemen we dat soort berichtgeving dan, als positief of negatief? Misschien zou de titel moeten zijn “Drie-kwart Nederlanders wil grenzen open” – zoals dit artikel. Maar maakt dat onderscheid wel wat uit? Ja, het neemt immers een positie in. Ten koste van de mens die achter het begrip ‘vluchteling’ verborgen ligt.

Persvrijheid

Ik denk dat het belangrijk is dat we zorgvuldig nadenken over de woorden die we kiezen. Niet alleen omdat we duidelijk moeten zijn wanneer we willen overbrengen wat onze positie is. De woorden die we gebruiken doen nog iets veel heftigers: ze dwingen ons in een bepaalde richting te denken, een bepaalde positie in te nemen.

We houden ons vast aan de normen van vrijheid van meningsvrijheid en persvrijheid. Dat doen we juist om een vertekend beeld tegen te gaan. Het idee hierbij is, dat we niet met een agenda het nieuws op een dusdanige manier brengen, dat enkel een kant van het verhaal naar voren komt. Er moet ruimte zijn voor alle perspectieven, alle kanten van de medaille, en deze moeten een eerlijke en open ruimte krijgen om overwogen en besproken te worden. Dat is de ideale situatie. Het ontbreken van deze belangrijke waarden in een samenleving leidt er toe dat vervolging van andersdenkenden mogelijk wordt. Het zou me niet verbazen dat als deze vrijheden oprecht aanwezig zou zijn in de hele wereld, de stroom mensen die Europa probeert te bereiken niet op gang was gekomen.

Maar: hoe vrij zijn wij?

Ik vraag me af in hoeverre wij deze hard bevochtte vrijheid in de praktijk weten te brengen. De woorden die gebruikt worden in een persbericht geven een bepaalde opvatting weer. Hebben we het over migranten – een woord dat veel neutraler gaat over het feit dat mensen zich verplaatsen van het ene naar het andere land. Of spreken we over vluchtelingen – een term die beladen is, omdat het iets aanneemt over zowel de mensen over wie het gaat (het reduceert hun beweegreden tot een vlucht van iets), als dat het bevestigt dat de vlucht een bestaansrecht heeft, je vlucht namelijk niet zomaar. Het woord ‘vluchteling’ draagt een oordeel in zich. Het woord geeft een emotionele lading.

Het woord ‘vluchteling’ is inmiddels een containerbegrip, een onduidelijk begrip waaronder heel wat geschaard kan worden – want je kunt immers voor elke onrechtvaardigheid vluchten. De woorden die we nu gebruiken, worden vergeleken met woorden die vroeger werden gebruikt. Bijvoorbeeld in dit Twitter-bericht, waarin wordt verwezen naar een ‘vluchtelingenprobleem’ uit de jaren ’30, het ‘jodenvraagstuk’. Zo’n vergelijking is alleen mogelijk wanneer je te makkelijk en te snel de woorden aanvaard als duidelijk en alles-zeggend.

‘Few men think, yet all will have opinions…’

Moge het duidelijk zijn dat een onderzoek naar de woorden die we gebruiken om mensen te beschrijven geen oproep is om te zeggen wat we juist wel, of juist niet moeten doen. Het is een manier om op te roepen naar het centraal stellen van de mens, de waarde van de mens die elk individu  in zichzelf meedraagt. Dat kan nooit tot een algemeen idee worden gereduceerd. Voordat we kunnen zeggen wat we vinden van mensen en de acties die ze ondernemen, moeten we ons bewust zijn van de woorden die gebruikt worden. Ons bewust worden van de gevolgen die die woorden met zich meedragen. Wanneer we niet nadenken bij de woorden die we gebruiken, worden we beïnvloed voordat we dat zelf doorhebben en op manieren die we zelf niet eens merken. Dat is niet de bedoeling van het principe van de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting is niet een vrijbrief waardoor iedereen recht op een mening heeft, hoewel het wel vaak zo opgevat wordt. Die vrijheid geeft het recht aan iedereen om gehoord te worden, niet aan iedereen om ongenuanceerde oordelen over en weer te verkondigen. De korte berichten op social media zijn daarom eigenlijk ook erg problematisch. Op Twitter kun je in 140 tekens natuurlijk niet heel genuanceerd zijn. Maar zelfs als het woord vluchteling dan tussen aanhalingstekens wordt gezet (zoals in dit voorbeeld), is dat niet om af te vragen over welke mens we het eigenlijk hebben, maar om wederom een positie in te nemen.

‘Few men think, yet all will have opinions’, zei George Berkeley al zo’n driehonderd jaar geleden. Tijd om dat om te draaien. Laat slechts enkelen een mening hebben, maar iedereen nadenken. Zodat we in plaats van algemene woorden vol van oordelen, onze energie kunnen gebruiken om heel gerichte daden de geschiedenisboeken in kunnen laten gaan.

Afbeelding: marie-ll via Compfight cc.

Nicole des Bouvrie
(@Nobyeni, Nobyeni.nl) is afgestudeerd in de hedendaagse filosofie (PhD) en werkzaam als freelance filosofe, schrijfster en consultant. Ze leest veel, en is voornamelijk geïnteresseerd in waarheid en waarachtigheid, filosofie, kunst, en het leven.
1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *