Oppassen nu! Stront aan de knikker

Niets menselijks is God vreemd. Althans, in het Oude Testament. God is teleurgesteld, moe, verontwaardigd, diep gekwetst, verliefd, jaloers, onredelijk, hardvochtig, onvermurwbaar, verdrietig, gekweld, gewiekst. Hij ruikt en proeft en slaat en verheugt zich. Hij wreekt zich. Hij schept op.1) Hij is nukkig, grillig, agressief. 

Niets menselijks is Hem vreemd en zo kennen we Hem niet. Zo willen we Hem niet kennen. Natuurlijk, God is in het otook liefde en recht en geduldig en barmhartig en genadig en al die prachtige dingen. Daar kunnen we wel mee uit de voeten, gelukkig. En dus benadrukken we meestal die nobele eigenschappen.

 In deze verlichte, vrijzinnige tijden lijken de goede karakteristieken van God soms op zichzelf staande grootheden, waar we vervolgens de bijbelteksten op afrekenen: maar God is toch liefde? Hoe kan Hij dan zoiets doen/toelaten? We maken ons kwaad over het beeld van een kwade God. Ieder mens is wel eens boos, woedend, kwaad. Maar zo’n emotie past God niet. Dat zie je terug in zelfs de modernste vertalingen. God wordt niet gewoon boos, nee, Gods toorn ontsteekt of zijn woede ontbrandt. ‘De toorn van de heer’ – er is zelfs een vaste bijbelse uitdrukking voor – betekent: Oppassen nu! Stront aan de knikker!

 Terecht, want de brandende toorn van de heer, die wil je niet meemaken. In het beste geval loopt Hij gewoon weg,2) of Hij geeft het volk over in de handen van een bezetter, de Filistijnen bijvoorbeeld.3) Dat is echter kattenpis vergeleken bij rechtstreekse goddelijke toorn: Hij vernietigt en verzengt met vuur en ziektes. Het land, de mensen, alles brandt of wordt uitgeroeid.4) De emotie is heftig en rauw, God slaat om zich heen totdat de goddelijke toorn wijkt. Tot Hij afkoelt.

Tot Hij létterlijk afkoelt, want de uitdrukking ‘de brandende toorn van God’ heeft inderdaad verbinding metheet worden, branden, ontvlammen. Gods gelaat of neusvleugels worden rood, Zijn adem heet… Wij vertalen deze fysieke componenten weg, maar ze moeten de bijbelschrijvers op het netvlies gebrand hebben… een woeste, snuivende, withete God. Zijn woede laait op en verschroeit alles om Hem heen!

Zoals alle (menselijke) emoties is ook de goddelijke toorn niet altijd redelijk of rechtvaardig. Gods woede ontbrandt in de bijbel om van alles: ontrouw van het volk, ongehoorzaamheid, afvalligheid. En hoewel het ons moderne mensen niet helemaal lekker zit – vooruit, daar kunnen we een draai aangeven. Bijvoorbeeld zo: de bijbelschrijvers hebben de gebeurtenissen in hun eigen tijd begrepen en uitgelegd als de toorn van God. Beeld- spraak dus van lang geleden. En dan glimlachen we een beetje toegeeflijk, want zo ging dat vroeger. God ontvlamt in de bijbel echter ook om voor ons minder duidelijke redenen: het betwisten van het gezag van Mozes door

Aäron en Mirjam,5) het aanraken van de Ark door Uzza 6) of het stelen van buit uit Jericho door Achan.7) Die voorvallen verraden een onredelijke lichtgeraaktheid, ja, een goddelijk ego dat wij maar moeilijk kunnen verenigen met ons beeld van God. Zelfs in die zeldzame gevallen dat Mozes tegen de woedende God in durft te gaan, moet hij soebatten en smeken. Met dat beeld van God kunnen we tegenwoordig slecht uit de voeten. Wij worden er kwaad van. Een (al te) menselijke God, hoe dúrft ’ie… 

 

1  Job 1:9
2  Numeri12:9
3  Rechters 2:14, 3:8, 10:7
onder andere
4  Bijvoorbeeld Jeremia 7:20

5  Numeri12:9
6  1 Kronieken 13:10
7  Jozua7:1 

Bron: DoopsgezindNL oktober 2012

Wieteke van der Molen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *